Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift № 2.
Toen ik slachtoffer werd van het bombardement
van Rotterdam (in 1940 kwam de ventverordening van
Rotterdam) werd ik voor de keus gesteld of de
vergunning van Rotterdam of de ventvergunning
van Amsterdam. Ik koos en stelde me in
voor een ventvergunning van Amsterdam.
№ 3.
Op mijn verzoek aan Burgemeester en Wethouders
van Amsterdam om mij met mijn ventvergunning
als visventer te erkennen, is ingewilligd —
dus ben ik thans erkend vishandelaar.
№ 4.
In de boeken van het Marktwezen Amsterdam
staan ik sinds 1929-1941 bekend als bonafide
Vis- Fruitventer.
Met al deze gegevens kom ik tot U om mijn verzoek
tot handel te betrekken uit de Gem. Visafslag
Amsterdam te wijzigen en goed te keuren.
Hopende op een spoedig en gunstig antwoord
teken ik,
C. Coenra.
Houtmankade 43 II Amsterdam In deze brief verzoekt de heer C. Coenra om een wijziging en goedkeuring van zijn aanvraag om handel te mogen drijven via de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam. Hij onderbouwt dit verzoek met drie argumenten:
- Hij is slachtoffer van het bombardement op Rotterdam (1940) en heeft destijds specifiek gekozen voor een Amsterdamse ventvergunning toen hij voor de keuze werd gesteld.
- Hij is door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam officieel erkend als vishandelaar op basis van zijn ventvergunning.
- Hij kan aantonen dat hij al lange tijd (sinds 1929) bij de dienst Marktwezen bekend staat als een betrouwbare ("bonafide") vis- en fruitventer.
De brief is formeel en beleefd van toon, geschreven door iemand die probeert zijn nering legaal en via de officiële kanalen voort te zetten in een uitdagende periode. Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische nasleep van het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) voor kleine zelfstandigen. Veel Rotterdammers raakten hun huis of bedrijf kwijt en moesten elders een nieuw bestaan opbouwen.
De genoemde "ventverordening" wijst op de strikte regulering van straathandel in die tijd. Gemeenten probeerden de handel op straat te beheersen via vergunningsstelsels. Voor Coenra was de keuze voor Amsterdam cruciaal voor zijn overleving als handelaar.
De Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam was de centrale plek waar vis werd aangevoerd en verhandeld. Toegang tot deze afslag was essentieel voor een vishandelaar om aan voorraad te komen. De brief dateert waarschijnlijk uit de oorlogsjaren of vlak daarna, een periode waarin schaarste en distributieregels (zoals de erkenning als 'bonafide' handelaar) een grote rol speelden in de economie. C. Coenra Marktwezen
Samenvatting
In deze brief verzoekt de heer C. Coenra om een wijziging en goedkeuring van zijn aanvraag om handel te mogen drijven via de Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam. Hij onderbouwt dit verzoek met drie argumenten:
- Hij is slachtoffer van het bombardement op Rotterdam (1940) en heeft destijds specifiek gekozen voor een Amsterdamse ventvergunning toen hij voor de keuze werd gesteld.
- Hij is door het college van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam officieel erkend als vishandelaar op basis van zijn ventvergunning.
- Hij kan aantonen dat hij al lange tijd (sinds 1929) bij de dienst Marktwezen bekend staat als een betrouwbare ("bonafide") vis- en fruitventer.
De brief is formeel en beleefd van toon, geschreven door iemand die probeert zijn nering legaal en via de officiële kanalen voort te zetten in een uitdagende periode.
Historische Context
Dit document biedt een inkijkje in de bureaucratische nasleep van het bombardement op Rotterdam (14 mei 1940) voor kleine zelfstandigen. Veel Rotterdammers raakten hun huis of bedrijf kwijt en moesten elders een nieuw bestaan opbouwen.
De genoemde "ventverordening" wijst op de strikte regulering van straathandel in die tijd. Gemeenten probeerden de handel op straat te beheersen via vergunningsstelsels. Voor Coenra was de keuze voor Amsterdam cruciaal voor zijn overleving als handelaar.
De Gemeentelijke Visafslag in Amsterdam was de centrale plek waar vis werd aangevoerd en verhandeld. Toegang tot deze afslag was essentieel voor een vishandelaar om aan voorraad te komen. De brief dateert waarschijnlijk uit de oorlogsjaren of vlak daarna, een periode waarin schaarste en distributieregels (zoals de erkenning als 'bonafide' handelaar) een grote rol speelden in de economie.