Handgeschreven brief op gelinieerd papier.
Origineel
Handgeschreven brief op gelinieerd papier. [Linkerbovenhoek, handgeschreven:]
Oproepen { v. Kampen
{ en D. v Schaik
voor 40 Kg.
[Rechterbovenhoek:]
Amsterdam 25/11 41
[Stempels:]
№ 46A/122/1 M. 1941 [met handgeschreven toevoeging] 20/11
[Inhoud:]
Mijnen Heeren
Wij ondergetekende die in de
van Hogendorpstraat 117. een van ouds
gevestigde Vishal bedrijven en hun
zoetwatervis in de jaren 39-40 betrokken
hebben van Klaas Veerman Hansen Wijnschenk
Roosman Pruul en Gemeente verzoeke om
een hoogere toewijzing. Wij zitten op
hooge kosten 40 Gulden huur in de maand
watergeld enz.; alleen aan omzet:
belasting hebben wij reeds in 10
maanden f 212.96 betaald
hoopende op een gunstig resultaat
verblijven wij Hoogachtend.
A.P. van Kampen
en D.v. Schaik * Kern van de brief: De briefschrijvers, exploitanten van een visstal aan de Hogendorpstraat in Amsterdam, verzoeken de instanties om een grotere toewijzing van zoetwatervis.
* Argumentatie: Zij beroepen zich op het feit dat hun zaak "van ouds gevestigd" is. Ze onderbouwen hun noodzaak voor meer handel door te wijzen op de hoge vaste lasten (40 gulden huur per maand) en het aanzienlijke bedrag aan omzetbelasting dat zij al hebben afgedragen (ruim 212 gulden over 10 maanden), wat duidt op een voorheen grote omzet.
* Leveranciers: Er worden specifieke namen genoemd van wie zij in de vooroorlogse jaren 1939-1940 vis betrokken: Klaas Veerman (een bekende naam in de visserij, waarschijnlijk uit Volendam), Hansen Wijnschenk en Roosman Pruul.
* Administratieve sporen: De aantekening "voor 40 Kg" linksboven suggereert dat er naar aanleiding van deze brief een besluit is genomen over een specifieke hoeveelheid. Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 was de schaarste in Nederland al sterk voelbaar en was de distributie van goederen, waaronder levensmiddelen zoals vis, strikt gereguleerd door de overheid. Ondernemers waren voor hun voortbestaan volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen" (quota).
De locatie, Hogendorpstraat 117 in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, was destijds een volksbuurt. Voor kleine zelfstandigen zoals Van Kampen en Van Schaik betekende de rantsoenering een directe bedreiging voor hun broodwinning, omdat de vaste lasten (huur, watergeld, belastingen) doorliepen terwijl de handel door de beperkte toewijzing van goederen stagneerde. De brief is een typisch voorbeeld van een smeekbede aan de bureaucratie om economische overleving in oorlogstijd. A.P. van Kampen
Samenvatting
- Kern van de brief: De briefschrijvers, exploitanten van een visstal aan de Hogendorpstraat in Amsterdam, verzoeken de instanties om een grotere toewijzing van zoetwatervis.
- Argumentatie: Zij beroepen zich op het feit dat hun zaak "van ouds gevestigd" is. Ze onderbouwen hun noodzaak voor meer handel door te wijzen op de hoge vaste lasten (40 gulden huur per maand) en het aanzienlijke bedrag aan omzetbelasting dat zij al hebben afgedragen (ruim 212 gulden over 10 maanden), wat duidt op een voorheen grote omzet.
- Leveranciers: Er worden specifieke namen genoemd van wie zij in de vooroorlogse jaren 1939-1940 vis betrokken: Klaas Veerman (een bekende naam in de visserij, waarschijnlijk uit Volendam), Hansen Wijnschenk en Roosman Pruul.
- Administratieve sporen: De aantekening "voor 40 Kg" linksboven suggereert dat er naar aanleiding van deze brief een besluit is genomen over een specifieke hoeveelheid.
Historische Context
Dit document is opgesteld tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In 1941 was de schaarste in Nederland al sterk voelbaar en was de distributie van goederen, waaronder levensmiddelen zoals vis, strikt gereguleerd door de overheid. Ondernemers waren voor hun voortbestaan volledig afhankelijk van officiële "toewijzingen" (quota).
De locatie, Hogendorpstraat 117 in de Amsterdamse Staatsliedenbuurt, was destijds een volksbuurt. Voor kleine zelfstandigen zoals Van Kampen en Van Schaik betekende de rantsoenering een directe bedreiging voor hun broodwinning, omdat de vaste lasten (huur, watergeld, belastingen) doorliepen terwijl de handel door de beperkte toewijzing van goederen stagneerde. De brief is een typisch voorbeeld van een smeekbede aan de bureaucratie om economische overleving in oorlogstijd.