Handgeschreven conceptbrief of interne correspondentie.
Origineel
Handgeschreven conceptbrief of interne correspondentie. 12 december 1941 (rechtsboven) en 15 december 1941 (midden). 1. fa. Smits, Zwaans
2. Tijssen
3. Burgemeester van Elburg.
A'dam, 12/12 '41
46A/114/2 M
46A/112/2 M
46A/103/2 M
15/12/41 [gevolgd door onleesbare paraaf]
Naar aanleiding van Uw brief dd. [leeg] deel ik U mede (voor 3: heb ik de eer U te berichten) dat de onderhavige aangelegenheid desertijds is behandeld met de controleerende ambtenaren der Marechaussees. Daarbij is ~~te~~ hen op gewezen, dat de door U bedoelde wijze van meten behoort te worden toegepast.
Ik kan u thans mededeelen, dat de chef der betrokken Marechaussee-afdeeling mij heeft toegezegd te zullen meten, zooals op de afslagen hier te lande ~~is de gewoonte~~ is en zooals ook is voorgeschreven door de Inspectie der Visscherijen in het 2e, 3e en 5e district te Amsterdam.
[Onleesbare initialen/handtekeningen] De brief dient als antwoord op een eerdere correspondentie betreffende de meetmethode van vis (waarschijnlijk de grootte of het gewicht van de vangst). Er was blijkbaar onduidelijkheid of een geschil over de manier waarop Marechaussees, die belast waren met de controle, deze metingen uitvoerden.
De schrijver bevestigt dat de Marechaussee instructies heeft gekregen om de meetwijze aan te passen aan de geldende normen op de visafslagen en de voorschriften van de Inspectie der Visscherijen (districten Amsterdam). Het document is gericht aan een firma (Smits, Zwaans), een particulier (Tijssen) en de burgemeester van Elburg, wat duidt op een kwestie die zowel commerciële als bestuurlijke belangen in de visserijsector raakte. Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de visserij onder streng toezicht. Voedselvoorziening was cruciaal en de distributie werd strak gereguleerd. De Koninklijke Marechaussee was in 1940 door de bezetter samengevoegd met de Rijks- en Gemeentepolitie, maar bleef in veel kust- en vissersplaatsen verantwoordelijk voor de ordehandhaving en controle op economische delicten, zoals het overtreden van visquota of het gebruik van verkeerde meetmethoden.
De "Inspectie der Visscherijen" was het overheidsorgaan dat toezag op de naleving van de Visserijwet. De discussie over de "wijze van meten" in Elburg (een belangrijke vissersplaats aan de toenmalige Zuiderzee/IJsselmeer) suggereert een conflict tussen lokale praktijken en de officiële regelgeving die vanuit Amsterdam werd opgelegd. Marechaussee
Samenvatting
De brief dient als antwoord op een eerdere correspondentie betreffende de meetmethode van vis (waarschijnlijk de grootte of het gewicht van de vangst). Er was blijkbaar onduidelijkheid of een geschil over de manier waarop Marechaussees, die belast waren met de controle, deze metingen uitvoerden.
De schrijver bevestigt dat de Marechaussee instructies heeft gekregen om de meetwijze aan te passen aan de geldende normen op de visafslagen en de voorschriften van de Inspectie der Visscherijen (districten Amsterdam). Het document is gericht aan een firma (Smits, Zwaans), een particulier (Tijssen) en de burgemeester van Elburg, wat duidt op een kwestie die zowel commerciële als bestuurlijke belangen in de visserijsector raakte.
Historische Context
Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de visserij onder streng toezicht. Voedselvoorziening was cruciaal en de distributie werd strak gereguleerd. De Koninklijke Marechaussee was in 1940 door de bezetter samengevoegd met de Rijks- en Gemeentepolitie, maar bleef in veel kust- en vissersplaatsen verantwoordelijk voor de ordehandhaving en controle op economische delicten, zoals het overtreden van visquota of het gebruik van verkeerde meetmethoden.
De "Inspectie der Visscherijen" was het overheidsorgaan dat toezag op de naleving van de Visserijwet. De discussie over de "wijze van meten" in Elburg (een belangrijke vissersplaats aan de toenmalige Zuiderzee/IJsselmeer) suggereert een conflict tussen lokale praktijken en de officiële regelgeving die vanuit Amsterdam werd opgelegd.