Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). December 1941 (gebaseerd op stempels en aantekeningen). J. Schoenmaker, Vrolikstraat 133 II, Amsterdam-Oost. Den Heer Ter Haar (waarschijnlijk een functionaris bij de distributiedienst of marktwezen). [Linksboven:] Inschrijven
[Rechtsboven:] Oproeper — alleen mosselen.
Aan Den Heer Ter haar
daar ik een tijt ziek hep gelee-
gen en mijn toewijzen voor-
bij is gegaan zoek ik uw
vragen of ik mijn toewijzen
weer kan krijgen voor vis
en voor moselen zoo blij ik
in afwachten
J. Schoenmaker
Vrolikstraat 133 "
Amsterdam oost
[In donkerder inkt toegevoegd:]
Heeft de laatste jaren niet in visch gedaan.
[Stempels en ambtelijke krabbels:]
Nº 46A/145/M. 1941 5/12
modelbriefje
vH 16/12 '41
46A/145/257
17/12/41 H8 * Inhoud: De schrijver, J. Schoenmaker, verzoekt om herstel van zijn vergunning of toewijzing voor de verkoop van vis en mosselen. Hij voert aan dat hij door ziekte ("tijt ziek hep geleegen") zijn eerdere toewijzing heeft laten verlopen.
* Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, volkse stijl met diverse spelfouten die wijzen op een beperkte formele scholing (bijv. "tijt", "hep", "gelee-gen", "moselen"). Het woord "toewijzen" wordt hier als zelfstandig naamwoord gebruikt in de betekenis van 'toewijzing' of 'vergunning'.
* Ambtelijke reactie: De opmerking onder de ondertekening ("Heeft de laatste jaren niet in visch gedaan") is van cruciaal belang. Het lijkt een bevinding van een controleur of ambtenaar die het verzoek van Schoenmaker tegenspreekt. Dit suggereert dat de aanvraag mogelijk werd afgewezen omdat de aanvrager niet kon aantonen dat hij daadwerkelijk een gevestigde vishandelaar was. * Historische context: Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
* Schaarsche en Distributie: In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel. Om handel te mogen drijven in schaarse goederen zoals vis, had men specifieke vergunningen en toewijzingen nodig.
* Locatie: De Vrolikstraat in Amsterdam-Oost was in die tijd een typische volksbuurt. Mosselen waren een belangrijk volksvoedsel, zeker wanneer andere eiwitbronnen zoals vlees schaars werden.
* Bestuur: De "Heer Ter Haar" verwijst vermoedelijk naar een ambtenaar verbonden aan de Rijkscommissaris of, waarschijnlijker, de plaatselijke distributiekringen in Amsterdam die verantwoordelijk waren voor de toewijzing van handelsvoorraden.
Samenvatting
- Inhoud: De schrijver, J. Schoenmaker, verzoekt om herstel van zijn vergunning of toewijzing voor de verkoop van vis en mosselen. Hij voert aan dat hij door ziekte ("tijt ziek hep geleegen") zijn eerdere toewijzing heeft laten verlopen.
- Taalgebruik: De brief is geschreven in een eenvoudige, volkse stijl met diverse spelfouten die wijzen op een beperkte formele scholing (bijv. "tijt", "hep", "gelee-gen", "moselen"). Het woord "toewijzen" wordt hier als zelfstandig naamwoord gebruikt in de betekenis van 'toewijzing' of 'vergunning'.
- Ambtelijke reactie: De opmerking onder de ondertekening ("Heeft de laatste jaren niet in visch gedaan") is van cruciaal belang. Het lijkt een bevinding van een controleur of ambtenaar die het verzoek van Schoenmaker tegenspreekt. Dit suggereert dat de aanvraag mogelijk werd afgewezen omdat de aanvrager niet kon aantonen dat hij daadwerkelijk een gevestigde vishandelaar was.
Historische Context
- Historische context: Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Schaarsche en Distributie: In deze periode was de voedselvoorziening strikt gereguleerd via het distributiestelsel. Om handel te mogen drijven in schaarse goederen zoals vis, had men specifieke vergunningen en toewijzingen nodig.
- Locatie: De Vrolikstraat in Amsterdam-Oost was in die tijd een typische volksbuurt. Mosselen waren een belangrijk volksvoedsel, zeker wanneer andere eiwitbronnen zoals vlees schaars werden.
- Bestuur: De "Heer Ter Haar" verwijst vermoedelijk naar een ambtenaar verbonden aan de Rijkscommissaris of, waarschijnlijker, de plaatselijke distributiekringen in Amsterdam die verantwoordelijk waren voor de toewijzing van handelsvoorraden.