Typschrift op doorslagpapier (archiefkopie) met handgeschreven annotaties.
Origineel
Typschrift op doorslagpapier (archiefkopie) met handgeschreven annotaties. 17 december 1941 De Directeur (van de Visscherijcentrale) Verzonden 17/12
HG.
den Heer J.Brilleslijper,
Retiefstraat 90,
Amsterdam-Oost.
Wijk 20.
46A/158/2 M.
17 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 8 dezer deel ik U mede, dat na onderzoek door de door de Visscherijcentrale ingestelde Commissie is gebleken, dat U niet voor een toewijzing van zoetwatervisch in aanmerking kunt komen.
Aan Uw verzoek kan derhalve geen gevolg worden gegeven.
De Directeur, Het betreft een officiële, bureaucreactische afwijzing van een aanvraag voor de toewijzing van zoetwatervis. De brief is een doorslag van het origineel, bedoeld voor het eigen archief, wat blijkt uit de handgeschreven aantekening "Verzonden 17/12" bovenaan.
De aanvrager, de heer J. Brilleslijper, had op 8 december 1941 een verzoek ingediend. Een speciaal door de Visscherijcentrale ingestelde commissie heeft dit verzoek beoordeeld en negatief beslist. De reden voor de afwijzing wordt niet gespecificeerd, wat typerend is voor de formele, autoritaire correspondentie uit deze periode. Dit document is gesitueerd in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een strikt distributiesysteem. De Visscherijcentrale hield toezicht op de handel en verdeling van visproducten.
De geadresseerde is hoogstwaarschijnlijk Joseph Brilleslijper (1878-1944), een Joodse koopman in vruchten en vis. De Retiefstraat 90 lag in de Transvaalbuurt, een wijk met een destijds grote Joodse populatie. Joseph Brilleslijper was de vader van de bekende verzetszusters Janny en Lien (Lin) Brilleslijper.
De afwijzing van zijn verzoek moet worden gezien tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen waarbij Joodse ondernemers systematisch werden gedwarsboomd, van hun middelen van bestaan werden beroofd en uiteindelijk werden uitgesloten van normale distributiekanalen. Joseph Brilleslijper en zijn vrouw werden later via kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij werden vermoord. J. Brilleslijper
Samenvatting
Het betreft een officiële, bureaucreactische afwijzing van een aanvraag voor de toewijzing van zoetwatervis. De brief is een doorslag van het origineel, bedoeld voor het eigen archief, wat blijkt uit de handgeschreven aantekening "Verzonden 17/12" bovenaan.
De aanvrager, de heer J. Brilleslijper, had op 8 december 1941 een verzoek ingediend. Een speciaal door de Visscherijcentrale ingestelde commissie heeft dit verzoek beoordeeld en negatief beslist. De reden voor de afwijzing wordt niet gespecificeerd, wat typerend is voor de formele, autoritaire correspondentie uit deze periode.
Historische Context
Dit document is gesitueerd in de context van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. Tijdens deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een strikt distributiesysteem. De Visscherijcentrale hield toezicht op de handel en verdeling van visproducten.
De geadresseerde is hoogstwaarschijnlijk Joseph Brilleslijper (1878-1944), een Joodse koopman in vruchten en vis. De Retiefstraat 90 lag in de Transvaalbuurt, een wijk met een destijds grote Joodse populatie. Joseph Brilleslijper was de vader van de bekende verzetszusters Janny en Lien (Lin) Brilleslijper.
De afwijzing van zijn verzoek moet worden gezien tegen de achtergrond van de anti-Joodse maatregelen waarbij Joodse ondernemers systematisch werden gedwarsboomd, van hun middelen van bestaan werden beroofd en uiteindelijk werden uitgesloten van normale distributiekanalen. Joseph Brilleslijper en zijn vrouw werden later via kamp Westerbork naar Auschwitz gedeporteerd, waar zij werden vermoord.