Archiefdocument
Origineel
[Stempel/Kader linksboven]
BIJBLAD VAN:
M. No. 46 A / 16 4 / 1 / 1941
DOORGEZONDEN: 9/12-'41.
[Tekst onderaan links]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016
[Handgeschreven tekst rechtsboven, inkt]
Gezien. W
6-12-'41
[Handgeschreven tekst rechtsboven, potlood]
Op 17-12-'41 nog geen
bericht uit den
Haag ontvangen
inz. afrekening
Lautenschutz.
Het geld dus nog
steeds in kas.
17/12-'41
de Kalv [?]
[Handgeschreven tekst rechtsonder, inkt]
f 311.44 [voorzien van rode paraaf/vinkje]
netto opbrengst
zonder markt-
na tel. overleg met
Hr Belkamp overgeboekt
aan Lautenschutz.
--- Het document is een administratief bijblad dat de financiële afwikkeling van een dossier registreert. De kern van de notities betreft een bedrag van f 311,44, aangeduid als de "netto opbrengst".
Uit de potloodnotities blijkt dat er aanvankelijk (op 17 december 1941) vertraging was bij de afwikkeling omdat er nog geen instructies uit Den Haag waren ontvangen. Het geld bevond zich op dat moment nog "in kas". Later is, na telefonisch overleg met een zekere heer Belkamp, het bedrag alsnog overgeboekt aan "Lautenschutz".
De vermelding van Lautenschutz is hier cruciaal. Dit verwijst naar Friedrich Lautenschutz, een prominente medewerker van de Omnia-Treuhandgesellschaft. Dit was de instantie die tijdens de Duitse bezetting belast was met de "Arisering" (liquidatie of overname) van Joodse ondernemingen in Nederland.
--- Dit document is een direct bewijsstuk van de bureaucratische afhandeling van de beroving van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bedrag van f 311,44 vertegenwoordigt waarschijnlijk de restwaarde of de opbrengst van de verkoop van de inventaris van een kleine Joodse onderneming.
In 1941 intensiveerde de bezetter de economische uitsluiting van Joden via diverse verordeningen (zoals VO 148/1941). De Omnia-Treuhandgesellschaft speelde hierin een centrale rol door 'Verwalters' (beheerders) aan te stellen die de bedrijven liquideerden. De opbrengsten hiervan vloeiden, na aftrek van kosten, via de administratie naar centrale rekeningen van de bezetter. De correspondentie met "den Haag" in de kantlijn verwijst naar het centrale gezag aldaar, waar de Omnia haar hoofdkantoor had en waar de overkoepelende beslissingen over de liquidatieprocessen werden genomen. M. No Omnia
Samenvatting
Het document is een administratief bijblad dat de financiële afwikkeling van een dossier registreert. De kern van de notities betreft een bedrag van f 311,44, aangeduid als de "netto opbrengst".
Uit de potloodnotities blijkt dat er aanvankelijk (op 17 december 1941) vertraging was bij de afwikkeling omdat er nog geen instructies uit Den Haag waren ontvangen. Het geld bevond zich op dat moment nog "in kas". Later is, na telefonisch overleg met een zekere heer Belkamp, het bedrag alsnog overgeboekt aan "Lautenschutz".
De vermelding van Lautenschutz is hier cruciaal. Dit verwijst naar Friedrich Lautenschutz, een prominente medewerker van de Omnia-Treuhandgesellschaft. Dit was de instantie die tijdens de Duitse bezetting belast was met de "Arisering" (liquidatie of overname) van Joodse ondernemingen in Nederland.
Historische Context
Dit document is een direct bewijsstuk van de bureaucratische afhandeling van de beroving van Joodse burgers tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het bedrag van f 311,44 vertegenwoordigt waarschijnlijk de restwaarde of de opbrengst van de verkoop van de inventaris van een kleine Joodse onderneming.
In 1941 intensiveerde de bezetter de economische uitsluiting van Joden via diverse verordeningen (zoals VO 148/1941). De Omnia-Treuhandgesellschaft speelde hierin een centrale rol door 'Verwalters' (beheerders) aan te stellen die de bedrijven liquideerden. De opbrengsten hiervan vloeiden, na aftrek van kosten, via de administratie naar centrale rekeningen van de bezetter. De correspondentie met "den Haag" in de kantlijn verwijst naar het centrale gezag aldaar, waar de Omnia haar hoofdkantoor had en waar de overkoepelende beslissingen over de liquidatieprocessen werden genomen.