Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 425
Dossier 100
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstverslag / Rapport van de marktinspectie.

1 december 1941 (met een aanvullende kanttekening van 5 december 1941).

Origineel

Dienstverslag / Rapport van de marktinspectie. 1 december 1941 (met een aanvullende kanttekening van 5 december 1941). [Bovenaan links, onderstreept:]
Inschrijven

[Bovenaan rechts:]
Aen den Inspecteur
v/h Marktwezen
alhier.

[Stempel/kenmerk links:]
Nº 46A/160/1 M. 1941 1/12

[Hoofdtekst:]
De koopman L. Jansen heeft
op 11 November 1940 zijn vaste markt-
plaats opgegeven.
Sinds dien tijd heeft hij geen gebruik
meer van de markt gemaakt.
In de week van 24 t/m 29 November
heeft Jansen een toewijzing van zoet-
watervisch gehad.
Jansen heeft echter niet met deze
visch op de markt gestaan.
De koopman J.G. Bosbaan heeft
deze visch verhandeld.
Wel was Jansen aanwezig maar
was niet gekleed om zijn visch te verkoopen,
en is toen ik mij had verwijderd, ook
heengegaan. Voor mij staat vast dat
hij deze visch aan Bosbaan heeft over-
gedaan. Wat nu het verladen van de
visch van T.G.J. Vrees aan Ter Voort
betreft kan ik niet met zekerheid zeggen
dat hij deze visch heeft omgeruild ofwel
heeft verkocht. Toch kan ik u melden
alsdat genoemde Vrees dit jaar nog
niet met visch op de markt is geweest.

[Datum en handtekening:]
1-12-1941 [Onleesbare handtekening]

[Onderaan, kanttekening:]
Opbergen
L. Jansen bij mij ontboden,
deelde mij mede zelf zijn zoetwater-
visch, hoewel bij een anderen koopman
op de stal, te hebben verkocht. Bij volgende toewijzing zal
hij een stal huren. Voort Vrees die hem toegewezen zoet-
watervisch zelf verkocht. Met goedvinden van den Chef af-
vlooger heeft hij eenmaal een kleine partij brasem met Ter Voort geruild

[Marginale aantekening rechtsonder:]
5-12-'41
Manus ter Voort. Het document is een ambtsverslag betreffende de controle op de vismarkt. De essentie van het rapport is dat bepaalde handelaren (L. Jansen en T.G.J. Vrees) vis toegewezen hebben gekregen vanuit de centrale distributie, maar deze niet volgens de regels zelf hebben verkocht op hun marktplaats.

Jansen wordt ervan beschuldigd zijn partij vis te hebben overgedragen aan een andere koopman (Bosbaan). De inspecteur baseert dit op het feit dat Jansen wel aanwezig was, maar "niet gekleed" was om te verkopen (geen werkkleding/schort) en de markt verliet zodra de inspecteur uit het zicht was. Ten aanzien van Vrees bestaat het vermoeden dat hij zijn handel aan een zekere "Ter Voort" heeft doorgesluisd, aangezien Vrees het gehele jaar niet persoonlijk op de markt is verschenen.

Uit de kanttekening van 5 december blijkt dat de betrokkenen zijn verhoord. Jansen geeft toe de vis via een andermans stal te hebben verkocht. Vrees houdt vol zelf verkocht te hebben, op één ruilpartij brasem na die met toestemming van de "Chef afvlooger" (mogelijk een functionaris belast met de visafslag of -distributie) zou zijn geschied. Dit document is opgesteld in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een strikt distributiesysteem. De overheid (en het Marktwezen) controleerde streng of toegewezen goederen direct aan de consument werden verkocht tegen vastgestelde prijzen.

Het doorsluizen van handel naar andere kooplieden werd gezien als een overtreding van de distributievoorschriften en kon duiden op handel in het "zwarte circuit". Het detail over de kleding van de koopman illustreert hoe nauwgezet de inspectie te werk ging om te bepalen of iemand daadwerkelijk zijn beroep uitoefende of slechts als tussenpersoon fungeerde. De rode aantekeningen in de kantlijn zijn typisch voor de administratieve verwerking en archivering van dergelijke politiële of disciplinaire rapporten in die tijd.

Samenvatting

Het document is een ambtsverslag betreffende de controle op de vismarkt. De essentie van het rapport is dat bepaalde handelaren (L. Jansen en T.G.J. Vrees) vis toegewezen hebben gekregen vanuit de centrale distributie, maar deze niet volgens de regels zelf hebben verkocht op hun marktplaats.

Jansen wordt ervan beschuldigd zijn partij vis te hebben overgedragen aan een andere koopman (Bosbaan). De inspecteur baseert dit op het feit dat Jansen wel aanwezig was, maar "niet gekleed" was om te verkopen (geen werkkleding/schort) en de markt verliet zodra de inspecteur uit het zicht was. Ten aanzien van Vrees bestaat het vermoeden dat hij zijn handel aan een zekere "Ter Voort" heeft doorgesluisd, aangezien Vrees het gehele jaar niet persoonlijk op de markt is verschenen.

Uit de kanttekening van 5 december blijkt dat de betrokkenen zijn verhoord. Jansen geeft toe de vis via een andermans stal te hebben verkocht. Vrees houdt vol zelf verkocht te hebben, op één ruilpartij brasem na die met toestemming van de "Chef afvlooger" (mogelijk een functionaris belast met de visafslag of -distributie) zou zijn geschied.

Historische Context

Dit document is opgesteld in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er sprake van toenemende voedselschaarste en een strikt distributiesysteem. De overheid (en het Marktwezen) controleerde streng of toegewezen goederen direct aan de consument werden verkocht tegen vastgestelde prijzen.

Het doorsluizen van handel naar andere kooplieden werd gezien als een overtreding van de distributievoorschriften en kon duiden op handel in het "zwarte circuit". Het detail over de kleding van de koopman illustreert hoe nauwgezet de inspectie te werk ging om te bepalen of iemand daadwerkelijk zijn beroep uitoefende of slechts als tussenpersoon fungeerde. De rode aantekeningen in de kantlijn zijn typisch voor de administratieve verwerking en archivering van dergelijke politiële of disciplinaire rapporten in die tijd.

Kooplieden in dit dossier 97

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot (zee) Waterlooplein
Bot (zee) Waterlooplein
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
K.G. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
Alle 97 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3