Archief 745
Inventaris 745-359
Pagina 426
Dossier 23
Jaar 1941
Stadsarchief

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie.

11 december 1941. Van: Inspectie der Visscheryen in het 2e, 3e en 5e district. Aan: Den Heer Directeur der Vischafslag te Amsterdam.

Origineel

Dienstbrief / Ambtelijke correspondentie. 11 december 1941. Inspectie der Visscheryen in het 2e, 3e en 5e district. Den Heer Directeur der Vischafslag te Amsterdam. No 464/169/1 M.1941 12/12 [gestempeld/getypt] 33 [blauw potlood]


Inspectie der Visscheryen
in het 2e, 3e en 5e district.

No.10/7977 M.955. Amsterdam, 11 December 1941.
Oostindisch Huis.

                                               [Handgeschreven in rode inkt:]
                                               Ph. Stam [?]
                                               Ter kennisneming
                                               en retourzending aan Dir.
                                               [Paraaf] 13/12 '41
                                               Insp.
                                               Th hiervan m. d.
                                               Marechaussees
                                               kennis doen
                                               nemen!

      Aangezien my gebleken is dat er verschil van in-

zicht bestaat op welke wyze snoekbaars moet worden geme-
ten, n.l. met den staart in natuurlyken stand of wel met
den staart uitgestrekt, deel ik U mede, dat volgens myne
opvatting de snoekbaars moet worden gemeten met uitge-
strekten staart.
Onder maat wordt volgens het Visscheryreglement toch
verstaan de lengte van de visch, gemeten van de punt van
den snuit tot het uiteinde van de staartvin.
Er wordt geen verdere aanwyzing gegeven en dan moet
men n.m.m. den grootsten afstand meten tusschen de punt
van densnuit tot het uiteinde van de staartvin en derhal-
ve den staart uitstrekken en niet uitspreiden.-

                                    De Inspecteur der Visscheryen
                                    in het 2e, 3e en 5e district,

                                    [Handtekening] J. van Urgel. [?]

      Aan:

den Heer Directeur der Vischafslag
te
Amsterdam. [handgeschreven]

--- * Onderwerp: De brief behandelt een technisch geschilpunt over de uitvoering van de visserijwetgeving: de exacte methode voor het meten van snoekbaars om te bepalen of deze 'onder de maat' is.
* Kernboodschap: De Inspecteur der Visscheryen stelt vast dat de staart bij het meten moet worden uitgestrekt (niet in natuurlijke stand en niet gespreid) om de maximale lengte van snuit tot staartpunt te bepalen. Dit is gunstig voor de visser, aangezien de vis hierdoor langer uitvalt en minder snel als 'ondermaats' wordt geclassificeerd.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de toen gebruikelijke spelling (Visscheryen, natuurlyken, densnuit). Opvallend is de samentrekking "densnuit" in de laatste alinea, waarschijnlijk een typefout in het origineel. De afkorting "n.m.m." staat voor "naar mijn mening".
* Handgeschreven toevoegingen: De rode aantekeningen rechtsboven geven aan dat het document ter kennisneming aan de directeur is gestuurd en dat ook de Marechaussee (die belast was met de handhaving) hiervan op de hoogte gesteld moest worden.

--- Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke zaak en werden de regels omtrent visserij en visafslagen streng gecontroleerd. De "Vischafslag" in Amsterdam was een centraal punt voor de distributie van vis. Het feit dat de Marechaussee in de kantlijn wordt genoemd, onderstreept de rol van de (militaire) politie bij de inspectie op naleving van de visserijwetten. Het "Oostindisch Huis", waar de inspectie gevestigd was, bood in die tijd onderdak aan diverse overheidsinstanties. Accurate metingen waren van groot belang voor zowel de vissers (om boetes te voorkomen) als voor de overheid (om de visstand te beschermen en de zwarte handel te beperken).

Samenvatting

  • Onderwerp: De brief behandelt een technisch geschilpunt over de uitvoering van de visserijwetgeving: de exacte methode voor het meten van snoekbaars om te bepalen of deze 'onder de maat' is.
  • Kernboodschap: De Inspecteur der Visscheryen stelt vast dat de staart bij het meten moet worden uitgestrekt (niet in natuurlijke stand en niet gespreid) om de maximale lengte van snuit tot staartpunt te bepalen. Dit is gunstig voor de visser, aangezien de vis hierdoor langer uitvalt en minder snel als 'ondermaats' wordt geclassificeerd.
  • Taalgebruik: Formeel ambtelijk Nederlands met de toen gebruikelijke spelling (Visscheryen, natuurlyken, densnuit). Opvallend is de samentrekking "densnuit" in de laatste alinea, waarschijnlijk een typefout in het origineel. De afkorting "n.m.m." staat voor "naar mijn mening".
  • Handgeschreven toevoegingen: De rode aantekeningen rechtsboven geven aan dat het document ter kennisneming aan de directeur is gestuurd en dat ook de Marechaussee (die belast was met de handhaving) hiervan op de hoogte gesteld moest worden.

Historische Context

Dit document stamt uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een kritieke zaak en werden de regels omtrent visserij en visafslagen streng gecontroleerd. De "Vischafslag" in Amsterdam was een centraal punt voor de distributie van vis. Het feit dat de Marechaussee in de kantlijn wordt genoemd, onderstreept de rol van de (militaire) politie bij de inspectie op naleving van de visserijwetten. Het "Oostindisch Huis", waar de inspectie gevestigd was, bood in die tijd onderdak aan diverse overheidsinstanties. Accurate metingen waren van groot belang voor zowel de vissers (om boetes te voorkomen) als voor de overheid (om de visstand te beschermen en de zwarte handel te beperken).

Locaties

Amsterdam Oostindisch Huis.

Kooplieden in dit dossier 97

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper Waterlooplein 0,34
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
dhr. Dinkgreve (voorzitter) Waterlooplein 0,26
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot, andere dan Noordzeebot Waterlooplein 0,63
Bot (zee) Waterlooplein
Bot (zee) Waterlooplein
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Edelkarper (levend) Waterlooplein 0,68
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet boven 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
Griet tot 1 pond Waterlooplein
K.G. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
B. Schelvisch Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
G.S. Tonglet Waterlooplein
Alle 97 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 3