Handgeschreven brief.
Origineel
Handgeschreven brief. 23 december 1941. M. J. Vermeulen. Onbekend (geadresseerd als "Wel Ed. Heer", vermoedelijk een gemeentelijke instantie of marktcommissie). No 46A/172/3 M. 1941 30/12
Amsterdam. 23. Dec '41.
Wel Ed. Heer. m. i. Just.
In antwoord op Uw. schrijven onder
No 46a - 172/2 dd. meen ik dat de Commissie
niet aan het doel beantwoordt waaraan
zij gekozen is. Want zij hadden dienen te
weten, dat ik een van de eerste was die
op den markt aan de Alb. Cuypstr in zoet
water visch heeft gehandeld. En nu krijg
een afwijzende beschikking. Volgens mij
is dat zeer onbillijk, ik vermoed dat
hier een vergissing aanwezig is, die ik
zeer gaarne ongedaan zou zien willen
gemaakt. Daar ik als kan bewijzen.
dat ik reeds al jaren in de vischhandel.
ben. had ik gaarne een gunstig antwoord.
Inmiddels verblijf ik
Hoogachtend.
M. J. Vermeulen In deze brief protesteert de afzender, M. J. Vermeulen, tegen een "afwijzende beschikking" met betrekking tot zijn handel in zoetwatervis op de markt in de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De kern van zijn bezwaar is dat hij een van de pioniers ("een van de eerste") op deze markt is en al jaren in de visoliehandel werkzaam is. Hij bestempelt de beslissing van de commissie als "onbillijk" en vermoedt dat er sprake is van een "vergissing". De toon is formeel en beleefd, maar duidelijk ontevreden over de gang van zaken. Hij biedt aan om zijn beweringen te bewijzen en vraagt om een herziening van het besluit ("een gunstig antwoord"). De brief is gedateerd op 23 december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel op markten streng gereguleerd door zowel de gemeentelijke overheid als de bezetter. Vergunningen waren essentieel voor het uitoefenen van een beroep op de markt. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De afwijzing waarover Vermeulen klaagt, zou te maken kunnen hebben met nieuwe verordeningen, herstructurering van de marktplaatsen, of de toenemende bureaucratische druk tijdens de oorlogsjaren. Het feit dat de brief is voorzien van diverse archiefnummers en een datumstempel (30/12) suggereert dat het officieel in behandeling is genomen door een ambtelijke instantie. J. Vermeulen Marktcommissie
Samenvatting
In deze brief protesteert de afzender, M. J. Vermeulen, tegen een "afwijzende beschikking" met betrekking tot zijn handel in zoetwatervis op de markt in de Albert Cuypstraat in Amsterdam. De kern van zijn bezwaar is dat hij een van de pioniers ("een van de eerste") op deze markt is en al jaren in de visoliehandel werkzaam is. Hij bestempelt de beslissing van de commissie als "onbillijk" en vermoedt dat er sprake is van een "vergissing". De toon is formeel en beleefd, maar duidelijk ontevreden over de gang van zaken. Hij biedt aan om zijn beweringen te bewijzen en vraagt om een herziening van het besluit ("een gunstig antwoord").
Historische Context
De brief is gedateerd op 23 december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was de handel op markten streng gereguleerd door zowel de gemeentelijke overheid als de bezetter. Vergunningen waren essentieel voor het uitoefenen van een beroep op de markt. De Albert Cuypmarkt was (en is) een van de belangrijkste markten van Amsterdam. De afwijzing waarover Vermeulen klaagt, zou te maken kunnen hebben met nieuwe verordeningen, herstructurering van de marktplaatsen, of de toenemende bureaucratische druk tijdens de oorlogsjaren. Het feit dat de brief is voorzien van diverse archiefnummers en een datumstempel (30/12) suggereert dat het officieel in behandeling is genomen door een ambtelijke instantie.