Getypte brief (doorslag of archiefkopie).
Origineel
Getypte brief (doorslag of archiefkopie). 17 december 1941. De Directeur van de Visscherijcentrale. [Handgeschreven in blauw/paars potlood]: Verzonden 17/12
den Heer L. Vrachtdoender,
Blasiusstraat 109 I,
Amsterdam-Oost.
Wijk 11.
46A/174/2 M. 17 December 1941.
Naar aanleiding van Uw brief d.d. 9 dezer deel ik U mede,
dat na behandeling van Uw verzoek in de door de Visscherijcentrale
ingestelde Commissie is gebleken, dat er geen aanleiding bestaat
aan Uw verzoek te voldoen.
De Directeur, De brief is een formeel bericht van afwijzing. De ontvanger, de heer L. Vrachtdoender, had op 9 december 1941 een verzoek ingediend bij de Visscherijcentrale. De aard van het verzoek wordt niet gespecificeerd, maar gezien de instantie betrof het waarschijnlijk een vergunning, toewijzing of vrijstelling gerelateerd aan de visserij of de handel in vis.
De tekst is kort, zakelijk en ambtelijk van toon ("geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen"). Het gebruik van een doorslag met de handgeschreven notitie "Verzonden" is kenmerkend voor de administratieve praktijk in die tijd om een verzendbewijs voor het archief te hebben. Dit document stamt uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een van de crisisinstellingen die tijdens de oorlog de productie en distributie van voedsel reguleerden. Onder het regime van de bezetter werd de controle op economische middelen steeds strenger.
De geadresseerde, Levy Vrachtdoender (geboren in 1903), was een Joodse inwoner van Amsterdam. De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost lag in een buurt waar veel Joodse gezinnen woonden. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Levy Vrachtdoender en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; hij werd in 1942 vermoord in Auschwitz. Deze brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid waarin burgers, en specifiek de Joodse bevolking, in die periode probeerden hun belangen te behartigen bij officiële instanties, vaak met een koude afwijzing als resultaat. De vermelding "Wijk 11" verwijst naar de destijds gehanteerde wijkindeling van Amsterdam. L. Vrachtdoender
Samenvatting
De brief is een formeel bericht van afwijzing. De ontvanger, de heer L. Vrachtdoender, had op 9 december 1941 een verzoek ingediend bij de Visscherijcentrale. De aard van het verzoek wordt niet gespecificeerd, maar gezien de instantie betrof het waarschijnlijk een vergunning, toewijzing of vrijstelling gerelateerd aan de visserij of de handel in vis.
De tekst is kort, zakelijk en ambtelijk van toon ("geen aanleiding bestaat aan Uw verzoek te voldoen"). Het gebruik van een doorslag met de handgeschreven notitie "Verzonden" is kenmerkend voor de administratieve praktijk in die tijd om een verzendbewijs voor het archief te hebben.
Historische Context
Dit document stamt uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Visscherijcentrale was een van de crisisinstellingen die tijdens de oorlog de productie en distributie van voedsel reguleerden. Onder het regime van de bezetter werd de controle op economische middelen steeds strenger.
De geadresseerde, Levy Vrachtdoender (geboren in 1903), was een Joodse inwoner van Amsterdam. De Blasiusstraat in Amsterdam-Oost lag in een buurt waar veel Joodse gezinnen woonden. Uit archieven (zoals het Joods Monument) blijkt dat Levy Vrachtdoender en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; hij werd in 1942 vermoord in Auschwitz. Deze brief illustreert de bureaucratische werkelijkheid waarin burgers, en specifiek de Joodse bevolking, in die periode probeerden hun belangen te behartigen bij officiële instanties, vaak met een koude afwijzing als resultaat. De vermelding "Wijk 11" verwijst naar de destijds gehanteerde wijkindeling van Amsterdam.