Handgeschreven brief met ambtelijke stempels en kanttekeningen.
Origineel
Handgeschreven brief met ambtelijke stempels en kanttekeningen. Omstreeks december 1941 (gebaseerd op stempels van 13 en 17 december 1941). Abraham Polak, Iepenweg 25 I, Amsterdam (Oost). [Links- en rechtsboven aantekeningen in potlood/inkt:]
Inschrijven
afwijzen
[Hoofdtekst:]
Mijnheer
Daar ik Weleden Heer Ten Haar
gesproken heeft, en vertelde hem
dat ik jaren lang hier veel rewier-
visch gekocht heeft, en heel weinig
toeweizing krijgt, toen zeide
Mijnheer ten Haar, dat ik mij per
brief bij u moest melden. En u
weet Mijnheer Stam dat ik altijd
veel rewiervisch het zijde groot
of klein in de hal gekocht heeft.
Hopende dat ik in de gunst mag
komen om meerderen toeweizing
te krijgen.
Bij voorbaat
Mijn vriendelijken dank.
Achtend
Abraham Polak
Iepenweg 25 I.
(Oost)
[Onderaan ambtelijke verwerking:]
№ 46A/176/1 M. 1941 13/12 [stempel]
46A/176/2 [M] [in rood potlood]
17/12/41 [initialen, in rood]
middelbr.
afwijzen voor
verhooging
toewijzing * Inhoud: De schrijver, Abraham Polak, klaagt over de geringe hoeveelheid riviervis die hem wordt toegewezen. Hij refereert aan een gesprek met een zekere heer Ten Haar, die hem adviseerde een schriftelijk verzoek in te dienen bij de heer Stam. Polak benadrukt dat hij al jarenlang een vaste klant is in "de hal" (de Centrale Markthallen in Amsterdam) en zowel grote als kleine vis afnam.
* Taal en spelling: De brief is geschreven in een wat formeel, maar grammaticaal niet geheel correct Nederlands (bijv. "ik ... heeft"). De spelling "rewiervisch" is een fonetische weergave van riviervis. "Toeweizing" is een verouderde/afwijkende spelling van toewijzing.
* Besluitvorming: De ambtelijke kanttekeningen op het document laten weinig aan de verbeelding over. Zowel bovenaan als onderaan is het woord "afwijzen" genoteerd. De specifieke reden onderaan luidt: "afwijzen voor verhooging toewijzing". Het verzoek is dus niet gehonoreerd. * Oorlogstijd en Distributie: De brief dateert van december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Voedsel en handelsgoederen waren schaars en de distributie werd streng gereguleerd via een systeem van toewijzingen. Voor kleine handelaren was een te lage toewijzing een directe bedreiging voor hun voortbestaan.
* De afzender: De naam Abraham Polak en het adres in Amsterdam-Oost (een wijk met destijds een grote Joodse populatie) duiden erop dat de afzender van Joodse afkomst was. In deze periode van de bezetting werden de beperkingen voor Joodse ondernemers en handelaren steeds draconischer.
* Historische betekenis: Documenten zoals deze vormen de stille getuigen van de dagelijkse strijd om het bestaan onder de bezetting. Uit archiefonderzoek (o.a. Joods Monument) blijkt dat Abraham Polak (geboren in 1888) en zijn gezin de oorlog niet hebben overleefd; zij werden in 1943 in Sobibor vermoord. Dit zakelijke verzoek om wat extra vis is daarmee een van de laatste sporen van zijn leven als burger en handelaar in Amsterdam.