Officiële prijsbeschikking (bekendmaking).
Origineel
Officiële prijsbeschikking (bekendmaking). NEDERLANDSCHE VISSCHERIJCENTRALE
JULIANA VAN STOLBERGPLEIN 3-4 'S-GRAVENHAGE
POSTGIROREKENING 245271 TELEFOON 720080*
TELEGRAMADRES: NEDVISCEN INTERCOMM. XX
№ 397.
PRIJZENBESCHIKKING ZOETWATERVISCH 1941 № 2.
TABEL A.
Prijzen in gld. per ½ kg
| | I | II | III | IV |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Alver | 0,08 | 0,14 | 0,18 | 0,24 |
| Grondel | 0,10 | 0,16 | 0,20 | 0,26 |
| Voorn en kolblei van tenminste 20 cm | 0,10 | 0,16 | 0,20 | 0,26 |
| Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling | 0,07 | 0,13 | 0,17 | 0,23 |
| Blei, meun, sneep en winde tot ½ kg | 0,10 | 0,16 | 0,20 | 0,26 |
| Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper | 0,18 | 0,25 | 0,27 | 0,34 |
| Snoek en barbeel | 0,23 | 0,29 | 0,35 | 0,41 |
| Karper | 0,25 | 0,32 | 0,37 | 0,44 |
| Zeelt | 0,30 | 0,37 | 0,42 | 0,49 |
| Snoekbaars | 0,34 | 0,41 | 0,48 | 0,55 |
| Baars | 0,18 | 0,25 | 0,30 | 0,37 |
| Bot, andere dan Noordzeebot | 0,41 | 0,48 | 0,56 | 0,63 |
| Edelkarper (levend) | 0,36 | 0,43 | 0,61 | 0,68 |
| Versche aal en paling: | | | | |
| a. boven 250 gram | 0,77 | 0,89 | 1,11 | 1,23 |
| b. van 125-250 gram | 0,62 | 0,74 | 0,87 | 0,99 |
| c. van 70-125 gram | 0,51 | 0,62 | 0,71 | 0,82 |
| d. tot 70 gram | 0,34 | 0,41 | 0,47 | 0,54 |
TABEL B.
Prijzen in gld. per ½ kg
| | I | II | III | IV |
| :--- | :--- | :--- | :--- | :--- |
| Gerookte of gestoomde aal en paling: | | | | |
| a. boven 200 gram | 1,48 | 1,55 | 2,10 | 2,17 |
| b. van 100-200 gram | 1,31 | 1,38 | 1,81 | 1,88 |
| c. van 50-100 gram | 1,15 | 1,22 | 1,55 | 1,62 |
| d. tot 50 gram | 0,81 | 0,88 | 1,09 | 1,16 |
HBK/BW.
(A) 19624 - '41 Het document is een officiële prijslijst voor diverse soorten zoetwatervis in Nederland. Er zijn twee hoofdcategorieën: verse vis (Tabel A) en gerookte/gestoomde aal/paling (Tabel B). De prijzen worden per halve kilo weergegeven in guldens.
Opvallend is de onderverdeling in vier kolommen (I t/m IV). Hoewel de exacte definitie niet in dit document staat, duidt dit in dergelijke administraties uit die tijd meestal op verschillende handelsstadia (bijv. producentenprijs, groothandelsprijs, kleinhandelsprijs en consumentenprijs) of verschillende kwaliteitsklassen/distributiezones. De prijzen lopen lineair op van kolom I naar IV.
De lijst geeft een gedetailleerd overzicht van de toenmalige economische waarde van inheemse vissoorten. Aal en paling zijn veruit het duurst, waarbij de prijs sterk afhankelijk is van het gewicht per stuk (sortering). Ook edelkarper en snoekbaars bevinden zich in het hogere prijssegment, terwijl soorten als de alver en grondel als goedkope "volksvis" worden geprijsd. Dit document stamt uit 1941, het tweede jaar van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De Nederlandsche Visscherijcentrale was een overheidsorgaan (onderdeel van de bredere ordening van de voedselvoorziening) dat door de bezetter werd ingezet of gecontroleerd om de productie en distributie van vis te reguleren.
Dergelijke "prijsbeschikkingen" waren essentieel voor de geleide economie van die tijd. Vanwege schaarste en de oorlogsomstandigheden was er een strikte prijsbeheersing nodig om inflatie en zwarte handel tegen te gaan en de voedselvoorziening voor de bevolking (en de bezettingsmacht) te waarborgen. De vermelding van gewichtsklassen bij aal wijst op een professionele, gestandaardiseerde marktregulering die tot in detail was vastgelegd.