Getypte brief / ambtelijke correspondentie.
Origineel
Getypte brief / ambtelijke correspondentie. 13 mei 1941. De Directeur van een plaatselijke visafslag (niet bij naam genoemd, maar de tekst verwijst naar "den afslag hier ter stede"). De Nederlandsche Visscherijcentrale te 's-Gravenhage, ter attentie van de heer Kranenburg. [Handgeschreven, paars/blauw:] extra [?]
[Rechtsboven:]
B/HG.
[Gecentreerd boven:]
de Nederlandsche Visscherijcentrale
te
' s - G r a v e n h a g e .
[Links:]
46B/4/1 M.
Ter attentie van den
heer Kranenburg.
[Rechts:]
13 Mei 1941.
[Inhoud:]
Ingevolge Uw telefonisch verzoek d.d. heden heb ik de eer
U te berichten, dat de in 1940 in den afslag hier ter stede ver-
kochte hoeveelheid visch, 633.796 kg. heeft bedragen.
[Onderaan rechts:]
De Directeur, De brief is een korte, zakelijke mededeling waarin statistische gegevens worden verstrekt. De directeur van een lokale visafslag beantwoordt een telefonisch verzoek van diezelfde dag van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). Het doel is het doorgeven van de totale hoeveelheid vis die in het voorgaande jaar (1940) op die specifieke afslag is verkocht. Het genoemde gewicht is exact 633.796 kilogram.
De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"), wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie in die tijd. De spelling ("visch") is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel. Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de economie door de bezetter strak gereguleerd via een systeem van "centrales".
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een dergelijk orgaan, opgericht om toezicht te houden op de gehele vissector: van de vangst en de afslagen tot de distributie en prijsvorming. Het verzamelen van nauwkeurige gegevens over visaanvoer was cruciaal voor de Duitse bezettingsmacht en de Nederlandse distributieorganen om de voedselvoorziening te controleren en eventuele overschotten op te eisen voor de Duitse weermacht.
De heer Kranenburg waaraan de brief gericht is, was waarschijnlijk een functionaris binnen de NVC. De vermelding "'s-Gravenhage" als vestigingsplaats van de NVC is logisch, aangezien de meeste centrale overheidsorganen daar gevestigd waren. M.
Samenvatting
De brief is een korte, zakelijke mededeling waarin statistische gegevens worden verstrekt. De directeur van een lokale visafslag beantwoordt een telefonisch verzoek van diezelfde dag van de Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC). Het doel is het doorgeven van de totale hoeveelheid vis die in het voorgaande jaar (1940) op die specifieke afslag is verkocht. Het genoemde gewicht is exact 633.796 kilogram.
De toon is uiterst formeel ("heb ik de eer U te berichten"), wat gebruikelijk was voor ambtelijke correspondentie in die tijd. De spelling ("visch") is conform de toen geldende spelling-De Vries en Te Winkel.
Historische Context
Dit document stamt uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de Tweede Wereldoorlog werd de economie door de bezetter strak gereguleerd via een systeem van "centrales".
De Nederlandsche Visscherijcentrale (NVC) was een dergelijk orgaan, opgericht om toezicht te houden op de gehele vissector: van de vangst en de afslagen tot de distributie en prijsvorming. Het verzamelen van nauwkeurige gegevens over visaanvoer was cruciaal voor de Duitse bezettingsmacht en de Nederlandse distributieorganen om de voedselvoorziening te controleren en eventuele overschotten op te eisen voor de Duitse weermacht.
De heer Kranenburg waaraan de brief gericht is, was waarschijnlijk een functionaris binnen de NVC. De vermelding "'s-Gravenhage" als vestigingsplaats van de NVC is logisch, aangezien de meeste centrale overheidsorganen daar gevestigd waren.