Archiefdocument
Origineel
23 juli 1918 De Directeur van het Marktwezen (vermoedelijk gericht aan de Wethouder van Amsterdam) [Linker pagina - getypt]
Wat de vatgroenten betreft werden op de 13500 vaten, die
ontvangen werden in totaal 117 vaten, vanwege den Gemeentelyken
Gezondheidsdienst afgekeurd, waarvan 36 stuks direct by aan-
komst.
Wat er ten huize der kleinhandelaars aan groenten
en aardappelen door bederf is te loor gegaan is ons niet be-
kend. Te oordeelen naar het feit, dat ons dien aangaande van
de zyde van het publiek nagenoeg geen klachten bereikten, die
anders niet zouden uitgebleven zyn, is ook hier geen grond
voor de in het bovenaangehaald schryven geuite klacht te
vinden.
Wat onze Gemeente betreft en voorzoover aangaat de
artikelen door mynen dienst gedistribueerd, kan er dus niet
gesproken worden van groote hoeveelheden levensmiddelen, die
verloren werden voor de volksvoeding.
De Directeur van het Marktwezen,
[Rechter pagina - handgeschreven concept]
No. 4028 M. 1918. Amsterdam 23 Juli 1918
V. minuut
Den heer Wethouder ...
Naar aanleiding van het schrijven
van het Bestuur van den
Amsterdamsche Bestuurdersbond
d.d. 17 juli jl. dat U hierbij
gelieve aan te treffen, heb ik de
eer U hierbij te overleggen een staat
waaruit blijkt dat er tusschen
de ontvangen hoeveelheden en de
ten slotte aan de kleinhandelaars
afgeleverde hoeveelheden slechts
een klein verschil bestaat. Dat veroorzaakt
wordt door inweging, uitdroging
en uitsorteering van niet voor consumptie
geschikte waren. Dat Bij de uitweging
der scheepsladingen bij kleine hoeveelheden
tegelijk vormt de voornaamste oorzaak
van het bedoelde verschil. X
Uit de cijfers blijkt inderdaad dat er
geen sprake kan zijn
van belangrijke hoeveelheden die verloren
zijn geraakt tengevolge van bederf
onoordeelkundige behandeling of opslag.
De groenten en aardappelen, welke
hier ontvangen werden en bij aankomst
bij de distributie alhier
niet geschikt bleken voor consumptie
doordat de ladingen het geheel of voor
een deel bevroren waren, hetgeen zeer zelden
is voorgekomen, of doordat ze
een te groot percentage aan slechte [einde pagina]
[Kantlijnnotities:]
X Uit de cijfers blijkt dat dit echter gering zijn [doorgestreept]
bij de distributie alhier
--- Dit document is een ambtelijke reactie op een klacht van de 'Amsterdamsche Bestuurdersbond' over vermeende voedselverspilling. In de zomer van 1918, tijdens de schaarste van de Eerste Wereldoorlog, was de efficiëntie van de voedselvoorziening een politiek gevoelig onderwerp.
De Directeur van het Marktwezen voert een kwantitatieve verdediging:
1. Lage uitval: Slechts 117 van de 13.500 vaten groenten (0,87%) werden afgekeurd.
2. Natuurlijk verlies: Het verschil tussen binnengekomen en uitgeleverde gewichten wordt verklaard door logische factoren zoals indroging en het proces van herhaaldelijk wegen in kleine porties.
3. Geen publieke klachten: Het uitblijven van klachten van consumenten wordt gebruikt als bewijs dat de kwaliteit bij de kleinhandelaren over het algemeen goed was.
4. Uitzonderingen: Bederf wordt alleen erkend in uitzonderlijke gevallen, zoals bevroren ladingen, wat in juli 1918 (het moment van schrijven) waarschijnlijk terugblikte op de voorgaande winter.
De tekst op de rechterpagina is een concept ("V. minuut"), herkenbaar aan de vele doorhalingen en toevoegingen tussen de regels en in de kantlijn, waarbij de ambtenaar zocht naar de juiste formulering om de bond van repliek te dienen.
--- Nederland was tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) neutraal, maar leed zwaar onder de Britse blokkade en de Duitse onbeperkte duikbootoorlog. In 1918 bereikte de voedselschaarste een dieptepunt. Er was een strikt distributiesysteem (bonnenstelsel) en de overheid controleerde de handel in aardappelen en groenten via instanties als het 'Marktwezen'.
In Amsterdam leidde de schaarste tot grote onrust onder de arbeidersbevolking (denk aan het Aardappeloproer van 1917). Vakbonden en organisaties zoals de 'Amsterdamsche Bestuurdersbond' hielden het distributieproces scherp in de gaten. Klachten over bederf waren in deze tijd niet alleen logistieke problemen, maar konden leiden tot sociale onlusten. De directie van het Marktwezen probeert hier met harde cijfers aan te tonen dat het beheer zorgvuldig en efficiënt verloopt.