Archiefdocument
Origineel
27 juli 1918. [Linksboven:]
Nº 4001 M. 1918.
4001
[Rechtsboven:]
27 Juli 1918.
den Heere L.M.
[Hoofdtekst:]
Ik heb de eer U het volgende te berichten.
In de Raadszitting van eenige dagen geleden sprak de Hr Jules de Vries het volgende:
[Ingeplakt briefje:]
Ik heb hooren verluiden, dat in Amsterdam in pakhuis West en in het Oude Dok op 15 Sept. 1917 opgeslagen waren 30 - 40000 H.L. aardappelen, waarvan bleek toen de partij gedistribueerd zou worden, dat zij totaal bedorven was, verwaarloosd, zoodat de winkeliers weigerden die verwaarloosde aardappelen om hun klanten in ontvangst te nemen.
[Vervolg onder het briefje:]
Het bovenstaande is niet in overeenstemming met de waarheid. Op 15 Sept 1917 bevatte Pakhuis West en het Oude Dok geen aardappelen. Eerst einde November kwamen aardappelen in het Oude Dok nl 24.000 HL [doorgehaald: ca 35000 hl] Begin Dec. in pakhuis West 19.000 HL. [doorgehaald: ca 24000 hl]
Van deze aardappelen, zoowel als van de op andere wijze bewaarde aardappelen is zoogoed als niets bedorven.
Ter bewijze hiervan volgt onderstaande staat.
Kleiardappelen ontvingen volgens opgave van Amst. en omgevende: 33.437.945 kg
uitgeleverd aan consumenten: 32.164.925 "
[verschil:] 1.273.020 kg of 3,81%
Zandaardappelen ontvangen volgens opgave van Amsterdam & omgevende: 63.343.693 "
uitgeleverd aan consumenten pro portie te weinig uitgelev.: 61.255.896 "
[verschil:] 2.087.797 kg of 3,29%
Het onderwicht werd veroorzaakt door: zand, klei, verlies, onderwicht om uitweg per 35 kg, inteering, morsing, gedurende een bewaarperiode van:
1 — 8 dagen [doorgehaald: 350.000 hl] alle aardappelen
8 — 22 " 44.000 HL
22 — 36 " 26.400 "
36 — 50 " 22.000 "
50 — 64 " 33.000 "
64 — 78 " 28.600 " Het document is een formeel verweer tegen geruchten over grootschalige voedselverspilling. De auteur reageert op een verklaring van de heer Jules de Vries (een Amsterdams gemeenteraadslid) in de gemeenteraad. De Vries beweerde dat er in september 1917 tienduizenden hectoliters aardappelen waren weggerot door verwaarlozing.
De auteur weerlegt dit met harde cijfers:
1. Onjuiste data: Op de genoemde datum lagen er helemaal geen aardappelen in de pakhuizen; deze arriveerden pas eind 1917.
2. Lage uitval: Het verliespercentage (het "onderwicht") lag tussen de 3,29% en 3,81%. Dit wordt gepresenteerd als een acceptabel verlies dat niet te wijten is aan rotting, maar aan natuurlijke factoren zoals aanhangende grond (zand/klei), verdamping (inteering) en morsen tijdens transport.
3. Specificatie: De tabel onderaan toont aan hoe de voorraad over een periode van 78 dagen werd afgebouwd, wat duidt op een gestroomlijnd distributieproces. Dit document stamt uit de zomer van 1918, de laatste fase van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de blokkades een enorme schaarste aan voedsel en brandstof. De herinnering aan het Aardappeloproer van 1917 in Amsterdam lag nog vers in het geheugen; toen kwam de bevolking in opstand omdat er schaarste was terwijl er geruchten gingen dat er aardappelen werden geëxporteerd of wegrotte in pakhuizen.
Dergelijke politieke beschuldigingen zoals die van Jules de Vries waren in die tijd explosief. De gedetailleerde, bijna defensieve rapportage van de ambtenaar of directeur laat zien hoe gevoelig de voedselvoorziening lag en hoe belangrijk het was voor de autoriteiten om beschuldigingen van wanbeheer onmiddellijk met data te ontkrachten om sociale onrust te voorkomen.