Archiefdocument
Origineel
3 Augustus (1918). Onbekend (geparafeerd met 'D.m.'). № 4157 M. 1918.
[Voorbedrukte kolommen:]
WEEK | BEGINVOORRAAD | ONTVANGEN | VERKOCHT | EINDVOORRAAD
№: 4157 M. 1918.
1 bijl.
3 Augustus.
Gemeente-
Den Heer Ontvanger
Naar aanleiding van Uw desbetreffend
telefonisch verzoek d.d. 2 Augustus jl
heb ik de eer U hierbij te doen toekomen een
begrooting van ontvangsten en uitgaven van
de levensmiddelen distributie, voorzoover deze
onder marktwezen ressorteert, voor het jaar
1919. ~~Ik merk U op dat naar de facturen~~
~~die voor 1919 op het financieel overzicht van~~
~~deze distributie zullen bepalen.~~
Ik merk hierbij op dat ~~naar~~ uit de aard
der zaak ~~er eigenlijk~~ bijna alle gegevens ~~te~~
~~beoordeeling van de waarschijnlijke toekomst~~
~~die tot 1 jan 1919 ontbraken de gegevens~~
~~en begrooting wat betreft spraak wat~~
~~de bedragen betreft die noodig zijn en~~
waarop een verwachting voor 1919 zou kunnen
worden gebaseerd, ontbreken, de ~~vastgestelde~~
~~begrooting niet met de opzet noch met de~~
~~cijfers betreft op een graad van waarschijnlijk-~~
~~heid kan dan aanspraak maken~~ als uwe schattingen
moeten worden beschouwd waarvan de werkelijkheid
in sterke mate zal kunnen ~~er van~~ afwijken.
afwijken.
D.m. Dit document betreft een concept of kladversie van een ambtelijke brief. De tekst is geschreven op een pagina uit een voorraadregister, wat mogelijk wijst op papierschaarste of een informele interne werknotitie. De vele doorhalingen laten zien dat de schrijver zorgvuldig zocht naar de juiste woorden om een disclaimer te maken bij de meegestuurde cijfers.
De kern van de brief is de indiening van de begroting voor de levensmiddelendistributie voor het komende jaar (1919). De schrijver benadrukt expliciet dat de cijfers met grote voorzichtigheid moeten worden behandeld. Door het ontbreken van betrouwbare historische gegevens of stabiele prognoses, bestempelt de afzender de begroting louter als "schattingen" die in de praktijk aanzienlijk kunnen afwijken. Het document dateert van augustus 1918, de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, was de economische situatie precair. Er heerste grote schaarste aan voedsel en brandstof door de internationale handelsblokkades, wat de overheid dwong tot een strikt distributiesysteem (het op de bon zetten van goederen).
De onzekerheid die uit de brief spreekt, is tekenend voor de tijd: aan het einde van de oorlog was het onmogelijk te voorspellen hoe de marktprijzen en de beschikbaarheid van goederen zich in 1919 zouden ontwikkelen. De term "marktwezen" verwijst naar de gemeentelijke dienst die toezag op de handel en markten, die in oorlogstijd nauw betrokken was bij de distributie van schaarse levensmiddelen. De "Ontvanger" was de functionaris binnen de gemeente die verantwoordelijk was voor het beheer van de geldmiddelen.