Archiefdocument
Origineel
19 augustus 1918. Pagina 1
22 1/2 hf. poon
Weesperplein
1 bijl.
MS. hg
19 Aug. '18.
Naar aanleiding van het
mij om bericht en raad
toegezonden schrijven van
J.F. Westhum heb ik de
eer U mede te deelen dat
d.d. 10 Augustus, op alle
plaatsen de visch is uit-
verkocht met uitzondering
van de detailmarkt
Weesperplein waarheen 22 1/2
hf. visch onverkocht weer
naar de De Ruijterkade werd
terug gebracht ~~sodat er wordt~~
Het ~~kunstig de distributie~~
~~van visch niet mogelijk~~
bijna altijd voor dat
niet aan de geheele vraag
kan worden voldaan,
~~dat inderdaad aangenomen dat in der daad~~
een aantal personen is overgebleven dat geen
visch heeft kunnen bekomen.
Pagina 2
wijl het quantum van
210 manden dat telkens
wordt geleverd niet de
hoeveelheid aangewezen bons
dekt.
~~[onleesbaar doorgehaald]~~
Door de bons ~~ook~~ langer
dan een dag geldig te
laten, ontstaat het gevaar
dat op sommige dagen
visch overblijft ~~die~~
~~wellicht zou bederven~~
met groote kans op bederf.
Steeds moet de zekerheid bestaan
dat de aangevoerde visch ook
~~denzelfden dag verkocht~~
~~wordt wat geheel of~~
~~nagenoeg geheel verkocht~~
wordt. Deze zekerheid wordt
geringer wanneer de gelegenheid
opengesteld wordt de bons ook
nog op andere dagen in te
wisselen. Het document evalueert de visdistributie van 10 augustus 1918. De schrijver meldt dat vis overal was uitverkocht, behalve op de markt aan het Weesperplein. Daar bleef 22,5 'hf' (waarschijnlijk ponden) poon over, die teruggebracht moest worden naar de centrale aanvoerplek aan de De Ruijterkade.
Er wordt een logistiek dilemma beschreven:
1. Tekort: De aanvoer van 210 manden vis is onvoldoende om alle uitgegeven distributiebonnen te honoreren, waardoor mensen misgrijpen.
2. Bederf: Men overweegt om de bonnen langer geldig te laten zijn, zodat mensen op een andere dag hun vis kunnen halen. De auteur raadt dit echter af: als de afzet niet dagelijks gegarandeerd is, blijft er vis liggen die snel bederft. De prioriteit ligt bij het direct verkopen van de volledige dagelijkse aanvoer om verspilling te voorkomen. Hoewel Nederland neutraal was tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918), zorgden blokkades op zee voor grote voedselschaarste. Vanaf 1916 werd een streng distributiestelsel ingevoerd onder leiding van de minister van Landbouw, Nijverheid en Handel (F.E. Posthuma).
De genoemde locaties zijn cruciaal voor de Amsterdamse voedselvoorziening: de De Ruijterkade fungeerde als aanvoerhaven voor vis die per schip werd binnengebracht, terwijl het Weesperplein diende als een officieel uitgiftepunt (detailmarkt) waar burgers hun rantsoen konden ophalen. De afkorting 'hf' in de tekst staat waarschijnlijk voor 'half-pond' of 'hectogram', gangbare maten in de toenmalige kleinhandel. F.E. Posthuma J.F. Westhum