Archiefdocument
Origineel
20 augustus 1918. J.J. van Mackelenberg, Bergstraat 22, Deventer. (Handgeschreven bovenaan in blauwe inkt:)
Bedoelde koffer is door de politie 11e bureau —
Warmoesstraat in beslag genomen en wordt door haar
gedeponeerd ter Griffie der arr= rechtbank.
Lückhamer
(Stempel linksboven:)
No 4595 M. 1918. m/s
(Getypte tekst:)
Deventer, 20 Augustus 1918
Aan de Directie v/n Marktwezen
Keizersgracht No.756
AMSTERDAM
M,
Zooals U waarschynlijk bekend zal zijn,
werden mij door een Rijks-Controleur op j.l. Zaterdag (17 Augs '18)
op het Centraal-Station, na aankomst van trein 8.24 uit Deventer,
195 eieren in beslag genomen, welke, zooals mij werd medegedeeld,
vermoedelyk ten Uwent zouden worden gedeponeerd, teneinde voor
zieken en zwakken gedistribueerd te worden.
Deze eieren, welke ik tegen den maximum-regeeringsprijs
( 14 cent per stuk ) heb gekocht, werden niet door mij medegenomen
met het doel om hiermede winst te behalen, doch waren uitsluitend
bestemd voor een zieke, welke momenteel zeer zwak is en niet vol-
doende versterkende middelen te Amsterdam kan bekomen.
Daar de zieke niet bij machte is om in de huidige
tydsomstandigheden dit verlies te dragen, verzoek ik U beleerd mij
voor de eieren den maximum-prijs te vergoeden.
Aangezien ik te Deventer woonachtig ben en j.l. Zaterdag
en Zondag slechts à costi was om eenige familiebezoeken af te leggen,
kan ik dus niet persoonlijk ten Uwent komen, doch machtig ik bij deze
brenger dezes, mijn neef, den heer J.H. van Houten, om het bedrag
der eieren in ontvangst te nemen.
Mocht ik mijn verzoek niet aan het juiste adres gericht
hebben, zoo zal het mij aangenaam zijn, indien U brenger zoudt willen
mededeelen, waar hij zich moet vervoegen om de gevraagde vergoeding
te bekomen.
U bij voorbaat dankend, teeken ik,
Hoogachtend,
[Handtekening: J.J. van Mackelenberg]
Adres:
J.J. van Mackelenberg
Bergstraat No.22
DEVENTER
(Handgeschreven in rode inkt linksonder:)
H/v Saletlokaal
De koffer waarin de
hier bedoelde eieren verpakt
waren gelieve U aan
brenger dezes tegen ontvangst
bewijs, afgeven.
(Met potlood rechtsonder:)
Kamer
No 13
brief in handen [initialen] In deze brief van 20 augustus 1918 verzoekt J.J. van Mackelenberg om financiële compensatie voor 195 eieren die door een Rijks-Controleur in beslag zijn genomen op het Centraal Station in Amsterdam. De eieren waren aangekocht voor de officiële maximumprijs van 14 cent per stuk. De afzender benadrukt dat hij geen winstoogmerk had, maar de eieren naar Amsterdam bracht voor een verzwakte zieke die zelf geen middelen kon bemachtigen. Omdat hij in Deventer woont, machtigt hij zijn neef om het geld te innen. De handgeschreven aantekeningen maken duidelijk dat de eieren via het 11e politiebureau aan de Warmoesstraat naar de rechtbank zijn gegaan, maar dat de koffer (de verpakking) aan de neef mag worden teruggegeven. De brief dateert uit het laatste oorlogsjaar van de Eerste Wereldoorlog (1914-1918). Hoewel Nederland neutraal bleef, was er een enorme schaarste aan voedsel door internationale blokkades. De overheid voerde de Distributiewet in, stelde maximumprijzen vast en controleerde streng op het vervoer van levensmiddelen om woekerhandel en hamsteren tegen te gaan. Het vervoeren van een grote hoeveelheid eieren (bijna 200 stuks) per trein werd door de autoriteiten direct als verdacht gezien. De brief toont de persoonlijke impact van deze distributiemaatregelen op burgers en de bureaucratische weg die men moest bewandelen om verliezen te verhalen.