Archief 745
Inventaris 745-36
Pagina 193
Dossier 55
Jaar 1918
Stadsarchief

Officiële brief (getypt).

13 november 1918. Van: Gemeente Utrecht (Wethouder belast met de Levensmiddelenvoorziening). Aan: De Heer Directeur van het Marktwezen in de Gemeente Amsterdam.

Origineel

Officiële brief (getypt). 13 november 1918. Gemeente Utrecht (Wethouder belast met de Levensmiddelenvoorziening). De Heer Directeur van het Marktwezen in de Gemeente Amsterdam. No 4645 M. 1918. 15/11 [stempel/aantekening]
Gemeente Utrecht.

No. 716 Vu
Verzoeke bij beantwoording van dit schrijven nummer en datum te vermelden.

Bericht op schrijven van 9 November 1918.
Onderwerp: Betreffende Varkensmesterij.
Bijlage

Utrecht, 13 November 1918.

In antwoord op Uw aan het Gemeentebestuur gericht schrijven van 9 November 1918 No.4645 M. heb ik de eer U te berichten, dat inderdaad de Gemeente Utrecht 490 varkens laat vet mesten en wel in de boerderij van den Heer van Beuningen te Maarsbergen. De mesterij geschiedt niet rechtstreeks door de Gemeente. De Heer van Beuningen heeft de zorg voor de mestery op zich genomen.

Tot nu toe geschiedt de mesterij tot groote tevredenheid van de Gemeente. De varkens groeien goed en binnen eenige weken zal met de slacht een aanvang worden gemaakt.

Van de 490 varkens zijn er nog slechts 2 gestorven. Alle beesten zijn ingeënt tegen vlekziekte. Omtrent de financieele resultaten valt nog niets mede te deelen.

De Wethouder,
belast met de Levensmiddelenvoorziening
in de Gemeente Utrecht,
[Signatuur: M. Ebbinge]

den Heer Directeur van het Marktwezen in de Gem. A'dam
te AMSTERDAM. In deze brief beantwoordt de gemeente Utrecht een informatieverzoek van de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is de bevestiging dat Utrecht een omvangrijk project heeft lopen voor het vetmesten van 490 varkens.

Enkele opvallende punten uit de tekst:
* Uitbesteding: De gemeente voert de mesterij niet zelf uit, maar heeft dit uitbesteed aan "den Heer van Beuningen" in Maarsbergen. Dit betreft hoogstwaarschijnlijk de bekende ondernemer D.G. van Beuningen, die indertijd landgoed Anderstein in Maarsbergen bezat.
* Status van de veestapel: De voortgang wordt als positief omschreven. Er is een laag sterftecijfer (slechts 2 op de 490) en er is preventief gehandeld door vaccinatie tegen vlekziekte (een besmettelijke bacteriële infectie bij varkens).
* Planning: De varkens zijn bijna slachtrijp; men verwacht binnen enkele weken te kunnen beginnen met de slacht. De datum van de brief, 13 november 1918, is historisch zeer relevant. Dit is slechts twee dagen na de wapenstilstand die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de jarenlange Britse zeeblokkade en de ontregeling van de internationale handel een nijpend tekort aan voedsel en grondstoffen.

Veel Nederlandse gemeenten namen in deze periode het heft in eigen handen wat betreft de Levensmiddelenvoorziening. Om de bevolking van betaalbaar vlees te voorzien en woekerprijzen tegen te gaan, hielden steden als Utrecht en Amsterdam eigen veestapels aan of sloten zij contracten met private boeren voor de levering van vlees.

De correspondentie tussen Utrecht en Amsterdam wijst erop dat de grote steden nauwlettend elkaars initiatieven volgden om de voedselcrisis te bezweren. Het inschakelen van vermogende grondbezitters zoals Van Beuningen was een pragmatische oplossing om op grote schaal voedsel te produceren voor de stedelijke bevolking.

Samenvatting

In deze brief beantwoordt de gemeente Utrecht een informatieverzoek van de directeur van het Marktwezen in Amsterdam. De kern van de brief is de bevestiging dat Utrecht een omvangrijk project heeft lopen voor het vetmesten van 490 varkens.

Enkele opvallende punten uit de tekst:
* Uitbesteding: De gemeente voert de mesterij niet zelf uit, maar heeft dit uitbesteed aan "den Heer van Beuningen" in Maarsbergen. Dit betreft hoogstwaarschijnlijk de bekende ondernemer D.G. van Beuningen, die indertijd landgoed Anderstein in Maarsbergen bezat.
* Status van de veestapel: De voortgang wordt als positief omschreven. Er is een laag sterftecijfer (slechts 2 op de 490) en er is preventief gehandeld door vaccinatie tegen vlekziekte (een besmettelijke bacteriële infectie bij varkens).
* Planning: De varkens zijn bijna slachtrijp; men verwacht binnen enkele weken te kunnen beginnen met de slacht.

Historische Context

De datum van de brief, 13 november 1918, is historisch zeer relevant. Dit is slechts twee dagen na de wapenstilstand die een einde maakte aan de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er door de jarenlange Britse zeeblokkade en de ontregeling van de internationale handel een nijpend tekort aan voedsel en grondstoffen.

Veel Nederlandse gemeenten namen in deze periode het heft in eigen handen wat betreft de Levensmiddelenvoorziening. Om de bevolking van betaalbaar vlees te voorzien en woekerprijzen tegen te gaan, hielden steden als Utrecht en Amsterdam eigen veestapels aan of sloten zij contracten met private boeren voor de levering van vlees.

De correspondentie tussen Utrecht en Amsterdam wijst erop dat de grote steden nauwlettend elkaars initiatieven volgden om de voedselcrisis te bezweren. Het inschakelen van vermogende grondbezitters zoals Van Beuningen was een pragmatische oplossing om op grote schaal voedsel te produceren voor de stedelijke bevolking.

Kooplieden in dit dossier 21

V.V.O. Diverse 2,80 - 3,50
Door de Centrale keuken werd verbruikt
Door de Centrale keuken werd verbruikt
Door den kleinhandel werden aan het publiek verkocht (daarbij inbegrepen hotels, ziekenhuizen enz)
Door den kleinhandel werden aan het publiek verkocht (daarbij inbegrepen hotels, ziekenhuizen enz.)
Voederbieten en mangelwortelen
Westlandsche muizen -

Gerelateerde Documenten 6