Getypte brief op officieel briefpapier.
Origineel
Getypte brief op officieel briefpapier. 3 september 1918. Gemeente Arnhem. No 4645 M. 1918. ⁶¹/₉
Gemeente Arnhem.
№ 44/173.
ONDERWERP:
INLICHTINGEN.
Inrichting en exploitatie van-
varkenshouderij.
Arnhem, den 3 September 1918.
Getal Bijlagen:
In antwoord op Uw schrijven d.d. 27 Augustus jl., No. 4645
M. hebben wij de eer U mede te deelen, dat de varkenshouderij
in deze gemeente op dit oogenblik in eene oude, voor de berging
van afvalstoffen bestemde loods op een der mestbergplaatsen
op Moskowa en in eene schuur behoorende bij de woning van den
aldaar wonenden stalbaas is ondergebracht.
Ten aanzien van de exploitatie zij vermeld, dat sedert 24 No-
vember 1917 varkens werden aangekocht, waarvan het aantal gelei-
delijk tot 60 werd uitgebreid. Zij werden na aankoop zoo spoedig
mogelijk tegen vlekziekte ingeënt. De voeding voor deze dieren
bestond uit spoeling, afkomstig van de Centrale Keuken, de mili-
taire keukens e.d. alsmede uit aardappelschillen en bloedkoek,
terwijl in den laatsten tijd ook Van Calcar-voedermeel werd ver-
strekt. Per varken en per week kon de aanwas tot 7 pond (levend-
gewicht) worden opgevoerd.
De geslachte varkens werden aan de Centrale Keuken en aan het
Levensmiddelenbedrijf geleverd.
Zes
Aan den Heer Directeur van
het Marktwezen
A M S T E R D A M .
Keizersgracht 756. Deze brief is een formeel antwoord van de gemeente Arnhem op een informatieverzoek uit Amsterdam. Het geeft een gedetailleerd inkijkje in een gemeentelijk landbouwinitiatief tijdens de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog.
De kernpunten uit de rapportage zijn:
* Huisvesting: De varkenshouderij was provisorisch ondergebracht in een oude afvalloos op de mestbergplaatsen van begraafplaats Moskowa en in een schuur van de lokale stalbaas.
* Omvang: Gestart in november 1917, gegroeid naar een veestapel van 60 varkens.
* Gezondheid: Er werd preventief geënt tegen 'vlekziekte' (varkenserysipelas), een besmettelijke bacteriële ziekte.
* Voederregime: Dit is zeer kenmerkend voor de oorlogstijd. Men gebruikte 'spoeling' (vloeibaar keukenafval) van centrale en militaire keukens, aardappelschillen, bloedkoek en het zogenaamde 'Van Calcar-voedermeel'.
* Productie: De varkens groeiden ongeveer 7 pond (3,5 kg) per week. Het vlees werd direct gebruikt voor de publieke voedselvoorziening via de Centrale Keuken en het Levensmiddelenbedrijf. Hoewel Nederland tijdens de Eerste Wereldoorlog (1914-1918) neutraal was, kampte het land door de geallieerde blokkade met enorme schaarste aan voedsel en grondstoffen. 1918 was in dat opzicht een dieptepunt.
- Gemeentelijke initiatieven: Om de bevolking te kunnen voeden, namen veel gemeenten zelf het heft in handen door braakliggende terreinen te bebouwen of, zoals hier, kleinschalige veehouderijen op te zetten.
- Van Calcar-voedermeel: Genoemd naar Prof. Dr. R.P. van Calcar. Hij ontwikkelde tijdens de oorlogsjaren methoden om uit schaarse of minderwaardige stoffen (zoals stro of afvalproducten) veevoer te maken.
- Centrale Keukens: Deze werden in veel steden opgericht om tegen lage prijzen voedzame maaltijden te verstrekken aan de minderbedeelden, die door de rantsoenering en hoge prijzen zelf niet meer konden koken. De 'spoeling' (het afvalwater en de resten) van deze keukens was weer een waardevolle bron voor de varkenshouderij, wat getuigt van een vroege vorm van circulaire economie uit noodzaak.