Ambtelijke brief/rapportage.
Origineel
Ambtelijke brief/rapportage. 3 september 1918. Directie van het Openbaar Slachthuis te Leiden (namens Burgemeester & Wethouders). OPENBAAR SLACHTHUIS
— LEIDEN. —
No. 1126 W.
[Stempel in blauw/paars:] NO 4645 M. 1918. 11/9
Leiden, 3 September 191 8.
Onderwerp: I.
Mesten van varkens.
BIJLAGEN:
Naar aanleiding van Uwe missive No. 4645, d.d. 27 Aug. l.l., welke door Burgemeester & Wethouders ter afdoening in mijne handen is gesteld, heb ik de eer U het volgende te berichten.
In beginsel is besloten om 200 à 300 varkens bij wijze van proef in eigen beheer te mesten. Hiermede zal dezer dagen een begin worden gemaakt. In de stallen van het Openbaar Slachthuis zullen 100 varkens worden opgelegd. De overigen zullen plaatsing vinden bij een particulieren mester in de nabijheid van Leiden. Voor voedering en verzorging van laatstbedoelde dieren is f. 3,- à f. 6,- per varken gedurende de geheele mestperiode door de mesters bedongen. Een beslissing in deze is nog niet genomen.
Het voeder zal bestaan uit aardappelschillen, van gemeentewege ingezameld, gemengd met bloed en ander dierlijk afval uit het gemeentelijk slachthuis. Een en ander wordt vooraf gekookt, in voederketels met dubbelen wand, welke door stoom worden verhit. Voor dit doel is aangekocht een ketel, inhoudende 1500 Liter van het model als bij Centrale Keukens in gebruik en 2 staande ketels, ieder inhoudende ruim 1000 Liter. Voorloopig worden alleen de beide laatsten opgesteld. Naar mijne meening verdient een proef op grooten schaal geen aanbeveling, zoolang niet is vastgesteld of de dieren op de geschetste wijze in een behoorlijken mesttoestand kunnen worden
gebracht.
Aan
den Heer DIRECTEUR van het
MARKTWEZEN.
te AMSTERDAM. In deze brief rapporteert de directeur van het Leidse slachthuis aan zijn Amsterdamse ambtgenoot over een experimenteel project voor het mesten van varkens. De belangrijkste punten zijn:
- De Proef: Men start met een proef van 200 tot 300 varkens. Hiervan worden er 100 in het eigen slachthuis ondergebracht en de rest bij private boeren in de omgeving.
- Kosten: Voor de uitbesteding vragen private mesters een vergoeding tussen de 3 en 6 gulden per varken.
- Voederregime: Vanwege schaarste aan regulier veevoer wordt een creatieve oplossing gezocht. Het voer bestaat uit een mengsel van door de gemeente ingezamelde aardappelschillen en slachtafval (bloed en resten).
- Techniek: Het voer wordt gekookt in grote, dubbelwandige stoomketels (één van 1500 liter en twee van 1000 liter). Opvallend is de verwijzing naar ketels die ook door de "Centrale Keukens" worden gebruikt.
- Voorbehoud: De schrijver toont zich voorzichtig en adviseert pas op grotere schaal te werken als bewezen is dat varkens op deze wijze daadwerkelijk vet genoeg worden voor de slacht. Dit document stamt uit september 1918, de laatste fase van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, kampte het land met enorme tekorten door de internationale blokkades. Er was een nijpend gebrek aan veevoer (zoals graan en maïs), waardoor de veestapel drastisch moest worden ingekrompen.
De methode die hier beschreven wordt — het voeden van varkens met stedelijk afval (aardappelschillen) en slachtproducten — is een directe reactie op deze crisis. De vermelding van de "Centrale Keukens" (de zogenaamde gaarkeukens die tijdens de oorlog werden opgezet om de verarmde bevolking te voeden) onderstreept de crisissituatie. De uitwisseling tussen Leiden en Amsterdam laat zien hoe steden destijds kennis deelden om voedselvoorzieningsproblemen op te lossen. De term "in eigen beheer" duidt op een toenemende overheidsbemoeienis met de voedselproductie in die tijd.