Communiqué (Persbericht)
Origineel
Communiqué (Persbericht) 23 Augustus 1918 № 4655 M. 1918. 25/8
Communiqué 23 Augustus 1918.
Op aanvrage van de Besturen van de Gemeentewerkliedenorga-
nisaties had gisteren een conferentie plaats met den Waarnemen-
den Burgemeester naar aanleiding van de moeilykheden,die zich
zouden voordoen in de Gemeentebedryven,laatstelyk by de Ooster-
gasfabriek,als gevolg van de slechte voeding.
Van de zyde der organisaties werden verschillende wenschen
naar den voorgrond gebracht.
In de eerste plaats,dat er door het Gemeentebestuur by de
Regeering zal worden aangedrongen om voor alle arbeiders,die
in de Bedryven zwaren arbeid verrichten,een extra rantsoen
levensmiddelen beschikbaar te stellen,zooals dit b.v.aan de
mynwerkers wordt gegeven.
In de tweede plaats,dat in afwachting van de tot standko-
ming van deze maatregel de Gemeente uit eigen beweging melk
beschikbaar stelde voor hen,die deze voor de uitvoering van hun
werk noodig hadden.
Ten derde,dat voor hen,die zwaren arbeid moeten verrich-
ten,de arbeidstyd zal worden verkort,met name dat voor het des-
tillatiepersoneel en voor andere,wier arbeid daarmede overeen-
komt,een vierploegendienst zal worden ingevoerd.
Ook werd nog de wensch uitgesproken om voor de kolenwer-
kers,die thans nog 9-10 uur werken,een 8-urige werktyd in te
voeren.
Door een der organisaties werd gevraagd om twee porties
eten uit de Centrale Keuken beschikbaar te stellen tegen in-
levering van één vetbon,wyl de vetbon een groot bezwaar ople-
verde.
De waarnemende Burgemeester deed uitkomen,dat het Gemeente
bestuur tenopzichte van de beschikbaarstelling van levensmidde-
len voor de Gemeentewerklieden geen ander standpunt kan inne-
men dan tegenover de andere werklieden in het particuliere be- Dit document verslaat een overleg tussen de besturen van bonden voor gemeentewerklieden en de waarnemend burgemeester van Amsterdam. De kern van het probleem is de slechte voedingstoestand van de arbeiders, die hun zware werk in de gemeentelijke nutsbedrijven (zoals de Oostergasfabriek) bemoeilijkt.
De organisaties stellen vier concrete eisen:
1. Extra rantsoenen: De gemeente moet bij de landelijke regering lobbyen voor extra voedsel voor zware beroepen, naar voorbeeld van de mijnwerkers.
2. Verstrekking van melk: Als tijdelijke maatregel moet de gemeente zelf melk uitdelen aan arbeiders die dit nodig hebben.
3. Arbeidstijdverkorting: Invoering van een vierploegendienst voor zwaar werk (bijv. bij de distillatie) en een 8-urige werkdag voor kolenwerkers die momenteel nog 9 tot 10 uur werken.
4. Aanpassing Centrale Keuken: Een gunstigere ruilverhouding voor maaltijden; men wil twee porties eten voor één 'vetbon'.
De waarnemend burgemeester reageert terughoudend en stelt dat de gemeente geen uitzonderingspositie voor haar eigen personeel kan creëren ten opzichte van arbeiders in de private sector. Het document dateert van augustus 1918, de laatste maanden van de Eerste Wereldoorlog. Hoewel Nederland neutraal was, heerste er een enorme schaarste aan basisbehoeften zoals voedsel en brandstof door de Britse zeeblokkade en de haperende internationale handel.
In deze periode was het rantsoeneringssysteem (met distributiebonnen, zoals de genoemde 'vetbon') essentieel voor het overleven van de bevolking. De "Centrale Keukens" waren gaarkeukens waar men tegen inlevering van bonnen goedkope, voedzame maaltijden kon halen om hongersnood te voorkomen.
De onvrede onder de arbeidersklasse over de tekorten en de hoge prijzen was groot. Dit leidde in 1917 en 1918 tot diverse 'hongeroproeren' en stakingen in Amsterdam. De eis voor arbeidstijdverkorting was eveneens een actueel thema in de opkomende arbeidersbeweging; de 8-urige werkdag zou uiteindelijk pas in 1919 wettelijk worden vastgelegd.