Archiefdocument
Origineel
4 september 1941 De Directeur van het Marktwezen De Nederlandsche Veehouderijcentrale Bladzijde 2 van brief No.48/20/1 M. d.d. 4 September 1941 aan
de Nederlandsche Veehouderijcentrale van den Directeur van het
Marktwezen.
Voor de eerste Voor elke
twee weken der volgende
Voor druiven. bewaargeving week
per groote bak van ongeveer 7½ kg.
netto of daarmee gelijk te stellen
verpakking f 0,10 f 0,03
per kleine bak van ongeveer 4½ kg.
netto of daarmee gelijk te stellen
verpakking " 0,06 " 0,02
Voor zoover de goederen langer dan zes weken blijven
staan geldt het in de tweede kolom genoemde tarief, vanaf de
zevende week, per twee weken; voor zoover zij langer dan twaalf
weken blijven staan, geldt het in de tweede kolom genoemde ta-
rief, vanaf de dertiende week per vier weken.
Ik vertrouw U hiermede voldoende te hebben ingelicht.
De Directeur, Dit document is de tweede pagina van een officiële brief waarin de tarieven voor de opslag (bewaargeving) van druiven worden vastgelegd. Er wordt onderscheid gemaakt tussen 'groote bakken' (ca. 7,5 kg) en 'kleine bakken' (ca. 4,5 kg).
De kostenstructuur is als volgt:
* Een starttarief voor de eerste twee weken (f 0,10 voor groot, f 0,06 voor klein).
* Een wekelijks tarief voor de daaropvolgende weken (f 0,03 voor groot, f 0,02 voor klein).
* Een staffelkorting voor langdurige opslag: na 6 weken wordt het wekelijkse tarief een tarief per twee weken, en na 12 weken geldt dit tarief zelfs per vier weken. Dit wijst op een beleid om langdurige opslag financieel minder belastend te maken, of wellicht om de administratieve last van wekelijkse facturatie te beperken bij langdurige opslag. De brief is gedateerd op 4 september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode stond de voedselvoorziening en distributie onder strikte controle van de overheid via verschillende 'Centrales' en het Directoraat-Generaal van de Voedselvoorziening.
De Nederlandsche Veehouderijcentrale (NVC) was een van de crisisorganisaties die toezicht hield op de productie en handel in de agrarische sector. Hoewel de naam veehouderij suggereert, hielden deze instanties zich in de oorlogseconomie vaak bezig met bredere logistieke en distributievraagstukken voor de voedselvoorziening.
De Directeur van het Marktwezen hield toezicht op de marktprijzen en opslagkosten om prijsopdrijving en zwarte handel tegen te gaan. De nauwkeurige vastlegging van deze tarieven is typerend voor de bureaucratische controle over de economie tijdens de bezettingsjaren. Marktwezen