Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag of origineel op dun papier). De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markt of de betreffende gemeentelijke dienst). [Bovenaan gecentreerd, handgeschreven:]
extra
[Linksboven:]
D/HG.
53/8/2 M.
[Rechtsboven:]
21 Maart 1941.
[Linkermidden:]
Restitutie entréegeld
Centrale Markt ten name
van J.Stoel.
[Rechtsmidden:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
[Body tekst:]
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat J.Stoel,
Grijpsenstraat 28 II, wien als kooper toegang is verleend tot
de Centrale Markt voor het kalenderjaar 1941, op 10 Maart jl.
is overleden. Stoel had het op de Centrale Markt verschuldigde
entréegeld tot een bedrag van ƒ 10,- voor het kalenderjaar
1941 betaald. De weduwe, Mevr.A.Stoel-Pel p/a Th.Leibrand, Van
Rensselaerstraat 31 II, verzoekt thans haar een gedeelte van
het betaalde te restitueeren, welk verzoek mij billijk voor-
komt. Indien het entréegeld volgens het tarief per kalender-
maand en -week was voldaan, zou tot 10 Maart jl. verschuldigd
zijn geweest: twee maal ƒ 1,- en twee maal ƒ 0,25, dus totaal
ƒ 2,50.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevor-
deren, dat aan de weduwe voornoemd, op grond van het bepaalde
in artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-,
standplaats- en ventgelden, op gronden van billijkheid door
den Regeeringscommissaris teruggave van betaald entréegeld
wordt toegestaan tot een bedrag van ƒ 10,- - ƒ 2,50 = ƒ 7,50.
[Rechtsonder:]
De Directeur, Deze ambtelijke brief betreft een verzoek om gedeeltelijke terugbetaling van marktgelden. De heer J. Stoel, een geregistreerd koper op de Centrale Markt in Amsterdam, was kort na het betalen van zijn jaarlijkse abonnementsgeld (10 gulden) overleden op 10 maart 1941. Zijn weduwe, mevrouw Stoel-Pel, vraagt om een deel van dit bedrag terug.
De directeur van de markt ondersteunt dit verzoek op basis van "billijkheid" (redelijkheid). Hij maakt een nauwkeurige berekening: als de overledene per maand en week had betaald in plaats van per jaar, was hij tot aan zijn overlijden 2,50 gulden verschuldigd geweest. Daarom wordt voorgesteld om 7,50 gulden te restitueren. De verwijzing naar artikel 36 van de relevante verordening dient als de juridische grondslag voor dit besluit. De brief dateert uit maart 1941, de periode van de Duitse bezetting van Nederland. De context van de oorlog is op een subtiele maar dwingende manier aanwezig in de tekst:
- Bestuurlijke hiërarchie: Er wordt verwezen naar de "Regeeringscommissaris". Tijdens de bezetting werden in veel steden, waaronder Amsterdam, de democratische organen buitenspel gezet en vervangen door of onder toezicht gesteld van regeringscommissarissen of nationaalsocialistische burgemeesters. De uiteindelijke beslissing over deze restitutie lag dus bij deze door de bezetter gecontroleerde autoriteit.
- Locatie: De Centrale Markt (nu het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was een vitaal onderdeel van de voedselvoorziening. Tijdens de oorlog was de distributie van voedsel strikt gereguleerd en gerantsoeneerd, wat het beheer van de markt tot een cruciale overheidstaak maakte.
- Sociale omstandigheden: De brief toont de bureaucratische afhandeling van een persoonlijk drama. Voor een weduwe in 1941 was een bedrag van 7,50 gulden (omgerekend naar huidige koopkracht ongeveer 60 tot 70 euro) een aanzienlijk bedrag dat een wezenlijk verschil kon maken in de dagelijkse huishouding. De genoemde adressen (Grijpskerkstraat en Van Rensselaerstraat) bevinden zich in Amsterdam-West, nabij de markt.