Ambtelijke notitie op een voorgedrukt 'Bijblad'.
Origineel
Ambtelijke notitie op een voorgedrukt 'Bijblad'. [Stempel/Kader linksboven]
B I J B L A D V A N :
M. No. 53/11/1 1941
DOORGEZONDEN: 25/3-'41.
[Hoofdtekst handschrift]
G.P. Ottenhof
heeft voor 1941 nog geen
verklaring getekend.
Is hij inmiddels veilig!
Ottenhof gaat vallen over 1941.
26/3-'41
Steenbeek
[Paraaf]
Vis 26/3-'41
Heeft nog f 9.- schuld
eventueele restitutie daarmede
verrekenen.
fo 2
[Drukwerk onderaan]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document bevat drie administratieve lagen die de afhandeling van een dossier rondom G.P. Ottenhof laten zien:
1. Statusvaststelling: De eerste schrijver merkt op 25 maart op dat Ottenhof een bepaalde "verklaring" voor 1941 nog niet heeft getekend en stelt (mogelijk cynisch) de vraag of hij "inmiddels veilig" is.
2. Besluitvorming: Op 26 maart reageren de ambtenaren Steenbeek en Vis. De zinsnede "Ottenhof gaat vallen over 1941" duidt op een negatieve uitkomst, waarschijnlijk ontslag of het stopzetten van een uitkering/aanstelling vanwege het ontbreken van de verklaring.
3. Financiële afwikkeling: De onderste notitie is puur boekhoudkundig. Er staat een schuld open van 9 gulden die moet worden ingehouden op een eventuele nabetaling (restitutie). De verwijzing "fo 2" slaat vermoedelijk op folio of pagina 2 van het dossier. De datum (maart 1941) is cruciaal voor de interpretatie. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden ambtenaren en burgers gedwongen diverse verklaringen te tekenen, zoals de Ariërverklaring (oktober 1940) of loyaliteitsverklaringen. Het niet tekenen van dergelijke documenten leidde onherroepelijk tot ontslag ("vallen"). De term "veilig" refereert aan de precaire rechtspositie van individuen die zich niet schikten naar de nieuwe verordeningen van de bezetter. Het document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische precisie waarmee persoonlijke tragedies en politieke uitsluiting administratief werden verwerkt. G.P. Ottenhof M. No
Samenvatting
Het document bevat drie administratieve lagen die de afhandeling van een dossier rondom G.P. Ottenhof laten zien:
1. Statusvaststelling: De eerste schrijver merkt op 25 maart op dat Ottenhof een bepaalde "verklaring" voor 1941 nog niet heeft getekend en stelt (mogelijk cynisch) de vraag of hij "inmiddels veilig" is.
2. Besluitvorming: Op 26 maart reageren de ambtenaren Steenbeek en Vis. De zinsnede "Ottenhof gaat vallen over 1941" duidt op een negatieve uitkomst, waarschijnlijk ontslag of het stopzetten van een uitkering/aanstelling vanwege het ontbreken van de verklaring.
3. Financiële afwikkeling: De onderste notitie is puur boekhoudkundig. Er staat een schuld open van 9 gulden die moet worden ingehouden op een eventuele nabetaling (restitutie). De verwijzing "fo 2" slaat vermoedelijk op folio of pagina 2 van het dossier.
Historische Context
De datum (maart 1941) is cruciaal voor de interpretatie. Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden ambtenaren en burgers gedwongen diverse verklaringen te tekenen, zoals de Ariërverklaring (oktober 1940) of loyaliteitsverklaringen. Het niet tekenen van dergelijke documenten leidde onherroepelijk tot ontslag ("vallen"). De term "veilig" refereert aan de precaire rechtspositie van individuen die zich niet schikten naar de nieuwe verordeningen van de bezetter. Het document is een treffend voorbeeld van de bureaucratische precisie waarmee persoonlijke tragedies en politieke uitsluiting administratief werden verwerkt.