Ambtelijke correspondentie / interne notitie (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijke correspondentie / interne notitie (Algemene Zaken Model No. 14). Het document bevat diverse data in mei 1941. De tekst verwijst naar een brief van "12 dezer" (12 mei 1941). Een handgeschreven notitie rechtsboven vermeldt "14-5-'41". Een stempel linksboven vermeldt het jaar 1941. (Stempel linksboven)
B I J B L A D V A N :
M. No. 53/27/1 1941
DOORGEZONDEN : b/s
(Handgeschreven in rood/bruin midden-boven)
53/27/2 [M] 20/5/41 WZ
(Handgeschreven notitie rechtsboven)
Hr. [M...]
ongeacht advies
resp.
14 - 5 - '41
az
(Hoofdtekst)
Naar aanleiding van uw brief dd. 12 dezer heb ik de eer U te berichten, dat mijnerzijds tegen inwilliging van het in dezen brief vervatte verzoek geen bezwaar bestaat. U gelieve U terzake te verstaan met den bedrijfchef van mijnen dienst.
Ik maak U er echter op opmerkzaam, dat voor het onderhavige doel (het ophalen van afvalstoffen) een vergunning van gemeentewege wordt geëischt. Deze vergunning dient U aan te vragen bij den directeur der stadsreiniging.
(Onderaan links)
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een formeel antwoord op een verzoekschrift betreffende het ophalen van afvalstoffen. De schrijver (een ambtenaar of afdelingshoofd) geeft aan dat er vanuit zijn specifieke dienst geen bezwaar is tegen het inwilligen van het verzoek.
Er worden echter twee belangrijke voorwaarden/vervolgstappen gesteld:
1. De aanvrager moet contact opnemen ("zich verstaan") met de bedrijfschef van de betreffende dienst voor de praktische uitvoering.
2. Er is een formele gemeentelijke vergunning nodig voor het ophalen van afval. De aanvrager wordt doorverwezen naar de directeur van de Stadsreiniging om deze vergunning aan te vragen.
Het taalgebruik is typisch voor de Nederlandse bureaucratie uit de eerste helft van de 20e eeuw ("heb ik de eer U te berichten", "in dezen brief vervatte"). Het document dateert van mei 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode werden grondstoffen en afvalverwerking steeds belangrijker vanwege de groeiende schaarste. Het ophalen en recyclen van afvalstoffen (zoals metalen, papier en textiel) was strikt gereguleerd en vaak onderworpen aan nieuwe verordeningen van zowel de Nederlandse gemeenten als de bezetter.
De verwijzing naar de "Stadsreiniging" en het gebruik van gestandaardiseerde formulieren ("Alg. Zaken Model No. 14") duidt op de continuïteit van de civiele administratie tijdens de bezettingsjaren, waarbij procedures voor vergunningverlening nauwgezet werden gevolgd. M. No