Ambtelijk rapport/verslag
Origineel
Ambtelijk rapport/verslag 29 april 1941 $N^o$ 53/29/1 M.1941 15/5
R A P P O R T
W.Rietdijk,die als personeel van zijn vader,kooper J.Rietdijk,toegang heeft tot de Centrale Markt sedert 1935,is sedert 1935 in het bezit van een rijkserkenning als kleinhandelaar in groenten en fruit onder K.24995 en sedert Maart 1941 in het bezit van een erkenning als kleinhandelaar in aardappelen van de stichting "Centraal Belang" onder No:14647,met een toewijzing van 4 H.L.per week.Rietdijk verklaarde mij desgevraagd,dat hij sedert 6 jaren voor eigen rekening een vaste wijk verzorgt in het stadsdeel Zuid ~~West~~,doch op de Centrale Markt zelf geen inkoopen doet.Dit gebeurd door zijn vader.Waar Rietdijk,Jr niet gehuwd is en bij zijn ouders inwonend,blijft de vraag of hij zijn personeelskaart mag behouden dan wel in het bezit moet zijn van een kooperskaart.In het laatste geval zou hij dan ook nog een kooperskaart moeten betalen over de jaren 1935 tot heden,met uitzondering van Augustus 1939 tot en met Mei 1940,aangezien Rietdijk toen in militairen dienst is geweest en toen de Centrale Markt niet heeft bezocht.
Amsterdam 29 April 1941
Controleur,
[Handtekening: Velthuis?]
Den Heer Bedrijfschef
v/h Marktwezen.
[Paraaf links: V?] Dit document is een verslag van een controleur van de Amsterdamse Dienst van het Marktwezen. De kern van het rapport is een administratieve onduidelijkheid rondom de status van W. Rietdijk. Hoewel hij officieel te boek staat als 'personeel' van zijn vader (met een bijbehorende personeelskaart voor de Centrale Markt), voert hij in de praktijk al zes jaar zelfstandig een handelswijk in Amsterdam-Zuid.
De controleur kaart aan dat Rietdijk mogelijk een eigen 'kooperskaart' zou moeten bezitten in plaats van een personeelskaart van zijn vader. Dit heeft financiële consequenties: als hij als zelfstandig koper wordt aangemerkt, moet hij met terugwerkende kracht vanaf 1935 de verschuldigde gelden betalen. Het rapport toont de bureaucratische precisie aan waarmee vergunningen en statussen in de Amsterdamse handel werden gecontroleerd. Het rapport stamt uit april 1941, bijna een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De Centrale Markt (geopend in 1934) was het hart van de voedseldistributie in Amsterdam. Tijdens de bezetting werd de controle op handel en distributie door de autoriteiten aangescherpt, onder andere om de zwarte handel in te dammen en de Duitse voedselvoorziening te garanderen.
Een interessant historisch detail in de tekst is de verwijzing naar de militaire dienst van Rietdijk tussen augustus 1939 en mei 1940. Dit duidt op de Nederlandse mobilisatieperiode en de daaropvolgende meidagen van 1940, waarin de strijd tegen de Duitse inval plaatsvond. De vermelding van de stichting "Centraal Belang" verwijst naar de reguleringsorganen die de handel in basisbehoeften zoals aardappelen tijdens de oorlogsjaren in banen moesten leiden. De doorhaling van 'West' en vervanging door 'Zuid' wijst op een correctie van het werkgebied van de handelaar. W. Rietdijk (betrokkene) J. Rietdijk (vader) onbekende controleur (ondertekenaar) Bedrijfschef van het Marktwezen (geadresseerde) Marktwezen