Archiefdocument
Origineel
L. Dalle had een jaarplaats;
deze is per 1/4 ontbonden. Dalle
komt nu op de markt als commissionnair en betaalt
van 1 juli af f 1.- per maand voor entreegeld.
Hij heeft voor 1941 f 10.- entreegeld betaald als
verkoper. m.i. is het billijk dat Dalle gerestitueerd
krijgt f 10.- min f 3.- (3 x f 1.- Jan. - Maart)
= f 7.- krachtens besluit art 36 v.d. Verord. op de heffing Het document is een interne administratieve notitie betreffende de financiële afwikkeling van marktgelden. De kernpunten zijn:
1. Statusverandering: L. Dalle had oorspronkelijk een "jaarplaats" (een vaste standplaats voor een jaar), maar dit contract werd op 1 april (1/4) beëindigd.
2. Nieuwe functie: Vanaf 1 juli (1/7) is hij actief als "commissionnair" (tussenpersoon), waarvoor een lager maandtarief van 1 gulden geldt.
3. Restitutievraagstuk: Omdat Dalle voor het gehele jaar 1941 al 10 gulden had betaald als "verkoper", ontstaat er een overschot.
4. Berekening: De ambtenaar stelt voor om de eerste drie maanden (januari t/m maart) tegen het nieuwe tarief te rekenen (3 x f 1.- = f 3.-) en het restant van de oorspronkelijke f 10.- terug te betalen.
5. Besluit: Er wordt geadviseerd om f 7.- te restitueren, gebaseerd op artikel 36 van de relevante "Verordening op de heffing". Dit document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel op markten strikt gereguleerd door lokale en centrale overheden, mede vanwege de schaarste en distributie van goederen. Administratieve precisie was essentieel voor de controle op marktkooplieden en hun afdrachten. De term "billijk" wijst erop dat de ambtenaar streeft naar een rechtvaardige toepassing van de regels bij een wijziging in de beroepstatus van een burger. Het gebruik van "Verordening" (Verord.) is kenmerkend voor de wetgeving in die tijd, waarbij veel zaken via specifieke besluiten en verordeningen werden geregeld. L. Dalle
Samenvatting
Het document is een interne administratieve notitie betreffende de financiële afwikkeling van marktgelden. De kernpunten zijn:
1. Statusverandering: L. Dalle had oorspronkelijk een "jaarplaats" (een vaste standplaats voor een jaar), maar dit contract werd op 1 april (1/4) beëindigd.
2. Nieuwe functie: Vanaf 1 juli (1/7) is hij actief als "commissionnair" (tussenpersoon), waarvoor een lager maandtarief van 1 gulden geldt.
3. Restitutievraagstuk: Omdat Dalle voor het gehele jaar 1941 al 10 gulden had betaald als "verkoper", ontstaat er een overschot.
4. Berekening: De ambtenaar stelt voor om de eerste drie maanden (januari t/m maart) tegen het nieuwe tarief te rekenen (3 x f 1.- = f 3.-) en het restant van de oorspronkelijke f 10.- terug te betalen.
5. Besluit: Er wordt geadviseerd om f 7.- te restitueren, gebaseerd op artikel 36 van de relevante "Verordening op de heffing".
Historische Context
Dit document stamt uit juli 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de handel op markten strikt gereguleerd door lokale en centrale overheden, mede vanwege de schaarste en distributie van goederen. Administratieve precisie was essentieel voor de controle op marktkooplieden en hun afdrachten. De term "billijk" wijst erop dat de ambtenaar streeft naar een rechtvaardige toepassing van de regels bij een wijziging in de beroepstatus van een burger. Het gebruik van "Verordening" (Verord.) is kenmerkend voor de wetgeving in die tijd, waarbij veel zaken via specifieke besluiten en verordeningen werden geregeld.