Getypte brief (doorslag/kopie op grijs papier).
Origineel
Getypte brief (doorslag/kopie op grijs papier). 18 juli 1941. De Directeur (van de Centrale Markt, Amsterdam). VD/HG.
53/38_2 M.
18 Juli 1941.
Restitutie entréegeld
Centrale Markt ten name
van L. Bolle.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat L. Bolle, 2e Boerhaavestraat 73, mij heeft verzocht hem restitutie van betaald entréegeld der Centrale Markt voor het kalenderjaar 1941 te verleenen.
Bolle bezette als grossier een jaarplaats op de Centrale Markt, van welke verplichting hij op 1 April 1941 bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam d.d. 2 Mei 1941 No. 54/5 L.M. 1941 werd ontheven. Ik acht het derhalve billijk, dat hem vanaf dezen datum restitutie van betaald entréegeld ten bedrage van ƒ 7,-, zijnde ƒ 10,- verminderd met 3 maanden (Januari tot en met Maart) à ƒ 1,- per maand, wordt verleend.
Ik geef U mitsdien beleefd in overweging, te willen bevorderen, dat bij besluit van den Regeeringscommissaris voor Amsterdam, ingevolge artikel 36 van de Verordening op de Heffing van markt-, standplaats- en ventgelden, op gronden van billijkheid aan L. Bolle voornoemd een bedrag van ƒ 7,- wordt gerestitueerd.
De Directeur, Dit document betreft een ambtelijk verzoek tot terugbetaling (restitutie) van marktgeld. L. Bolle, een grossier die werkzaam was op de Centrale Markt in Amsterdam, was per 1 april 1941 ontheven van zijn verplichting om een jaarplaats aan te houden. Omdat hij het volledige bedrag voor 1941 (10 gulden) al had voldaan, adviseert de directeur van de markt om hem 7 gulden terug te betalen voor de resterende negen maanden van het jaar. De brief is formeel en beleefd van toon en beroept zich op de "billijkheid" (redelijkheid) binnen de bestaande regelgeving. De brief dateert uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland. In 1941 was het democratische bestuur van Amsterdam vervangen door een regeringscommissaris (Edward Voûte), die hier als hoogste autoriteit wordt genoemd.
De datum van ontheffing (1 april 1941) is historisch pijnlijk: in deze periode werden joodse ondernemers stelselmatig van de markten en uit het economische leven verdreven door anti-joodse maatregelen van de bezetter. Het adres 2e Boerhaavestraat 73 bevond zich in een buurt met veel joodse inwoners. Archiefonderzoek wijst uit dat het hier gaat om Levi Bolle, een joodse handelsman die later werd gedeporteerd en in 1943 in Sobibor werd vermoord. De zakelijke, bureaucratische afhandeling van de "restitutie van 7 gulden" vormt een schril contrast met de achterliggende tragedie van de uitsluiting en uiteindelijke vernietiging van de betrokken persoon. L. Bolle