Archiefdocument
Origineel
4 augustus 1941 A. van Zelst, Coppelstockstraat 50 II, Amsterdam Onbekend (vermoedelijk de Commissaris van Politie of een gemeentelijke instantie in Amsterdam) [Rechtsboven:]
4. Augustus. 1941
[Gestempeld middenboven:]
№ 53 / 48 / M. 1941 5/8
[Tekst:]
Mijnheer.
Hier mede verzoek ik u beleefd mij in
aanmerking te laten komen voor een.
kruiersvergunning. Daar ik geen
inkomen heb. en niet voor steun in
aanmerking kom wou ik op deze wijze
iets zien te verdienen. Hier bij deel ik u
nog mede dat u eventueelen inlichtingen
in deze kunnen winnen bij den Heer
H. Veenstra. Bestevaerstraat 80 III.
Hopende een gunstig antwoord van u
te mogen ontvangen,
get. A van Zelst.
Coppelstockstr 50 II
[Linksonder in een ander handschrift:]
oproepen e brief terug
5/8-41 bij 53/48/2 In deze handgeschreven brief verzoekt A. van Zelst om een kruiersvergunning. De motivatie voor dit verzoek is puur economisch: de schrijver stelt dat hij geen inkomen heeft en niet in aanmerking komt voor 'steun' (een werkloosheidsuitkering). Om in zijn eigen onderhoud te kunnen voorzien, wil hij als kruier (iemand die tegen betaling bagage of goederen transporteert, vaak bij stations) aan de slag.
Als referentie geeft hij de heer H. Veenstra op, wonende aan de Bestevaerstraat. De ambtelijke aantekening linksonder ("oproepen e[n] brief terug") suggereert dat de aanvrager is uitgenodigd voor een gesprek en dat de correspondentie is opgenomen in een dossier (kenmerk 53/48/2). De adressen bevinden zich in de Amsterdamse wijk De Baarsjes. De brief is geschreven in augustus 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Dit was een periode van toenemende economische ontbering. Het systeem van de 'steunverlening' was streng; wie niet voldeed aan de strenge criteria van de overheid, had geen inkomen. Tegelijkertijd was er sprake van een sterke regulering van de arbeidsmarkt door de bezetter en de Nederlandse bureaucreatie.
Voor eenvoudige beroepen zoals kruier was een officiële vergunning vereist, die vaak door de politie werd verstrekt na een moraliteitsonderzoek of controle van de noodzaak. Deze brief is een treffend voorbeeld van hoe gewone burgers probeerden te overleven binnen de bureaucratische kaders van die tijd, terwijl de armoede door de oorlogsomstandigheden toenam.