Archief 745
Inventaris 745-361
Pagina 319
Dossier 109
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief op officieel briefpapier.

24 oktober 1941. Van: De Directeur van de Dienst voor Sociale Zaken, Zutphen.

Origineel

Getypte brief op officieel briefpapier. 24 oktober 1941. De Directeur van de Dienst voor Sociale Zaken, Zutphen. DIENST VOOR SOCIALE ZAKEN DER GEMEENTE ZUTPHEN
KERKHOF 5 - TELEFOON 279 - GIRONUMMER 212766

SPREEKUUR: MAANDAG,
WOENSDAG EN VRIJDAG DES
VOORMIDDAGS VAN 10-12 UUR

ZUTPHEN, 24 October 1941

AFDEELING:
Inlichtingen.

ONDERWERP:
A. de Kleyn.
No. 2211

DOSSIER No. 216.
VERZOEKE BIJ BEANTWOORDING HET
DOSSIERNUMMER AAN TE HALEN

BIJLAGE:

[Handgeschreven:] No 53/63/4 M. 104 [daarboven:] 25/10
[Handgeschreven paraaf/notitie:] mi[?]Ari

den heer Directeur
van het Marktwezen
Amsterdam.
Jan van Galenstr. 14 (West)

Hiermede bevestigen wij de ontvangst van Uw schrijven No. 53/63/3 M. dd. 20 dezer en namen wij van den inhoud goede nota.

Naar aanleiding daarvan deelen wij U mede, dat de door U bedoelde Arie de Kleyn, geboren 15 Mei 1904, thans wonende Westermarkt No. 10 te Amsterdam sedert begin Juli 1941 zijn gezin, bestaande uit de vrouw en 5 minderjarige kinderen, alhier onverzorgd heeft achter gelaten.

Het gevolg van deze handelswijze is geweest, dat het gezin sedert dien op steun van het Burgerlijk Armbestuur alhier is aangewezen.

Gezien het bepaalde in art. 78 van het Burgerlijk Wetboek zijn wij de meening toegedaan, dat de reeds gemaakte en nog te maken kosten thans door het gemeentebestuur van Amsterdam zullen moeten worden betaald. Derhalve hebben wij ons tot den secretaris-generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken gewend met een verzoek wel te willen bepalen, dat de reeds gemaakte en nog te maken kosten door het Burgerlijk Armbestuur te Zutphen terugbetaald zullen moeten worden aan deze instelling door de gemeente Amsterdam.

Mocht U thans kunnen besluiten om den man aan het werk te nemen, dan zou door de gemeente Amsterdam aan den heer Kantonrechter verzocht kunnen worden om een deel van zijn verdiensten, als bijdrage in de onderhoudskosten van het gezin dat momenteel nog te Zutphen verblijft, in te mogen laten houden. Derhalve geven wij U beleefd in overweging den heer directeur van den Gemeentelijken Dienst voor Sociale Zaken met den gang van zaken op de hoogte te houden, opdat deze zijn maatregelen kan treffen.

De Directeur
[Handtekening]

Model 9 - 1 - 1 - '40 (10.000) * Kernproblematiek: Een man, Arie de Kleyn, is naar Amsterdam verhuisd en heeft zijn vrouw en vijf minderjarige kinderen in Zutphen achtergelaten zonder financiële middelen. Hierdoor is het gezin afhankelijk geworden van de plaatselijke armenzorg (het Burgerlijk Armbestuur).
* Juridische argumentatie: De gemeente Zutphen beroept zich op artikel 78 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (betreffende de wederzijdse onderhoudsplicht van echtgenoten en jegens kinderen). Zutphen stelt dat de kosten voor de ondersteuning van dit gezin op de gemeente Amsterdam verhaald moeten worden.
* Voorgestelde actie: Zutphen heeft de zaak al geëscaleerd naar de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken om de betaling door Amsterdam af te dwingen. Verder wordt aan de directeur van het Marktwezen (mogelijk een potentiële werkgever van De Kleyn) gesuggereerd om bij eventuele indiensttreding loonbeslag te laten leggen via de kantonrechter ten behoeve van het gezin.
* Toon: De brief is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie tussen gemeentelijke diensten in die tijd. Het toont een actieve houding van de Zutphense sociale dienst om de financiële last van "onverzorgde" gezinnen van wie de kostwinner is vertrokken, te verleggen naar de plaats waar de kostwinner zich bevindt. * Historische periode: De brief dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het land bezet was, bleef de dagelijkse gemeentelijke administratie en de uitvoering van de burgerlijke wetgeving grotendeels intact.
* Sociaal-economisch: De term "Burgerlijk Armbestuur" verwijst naar de lokale instantie die verantwoordelijk was voor de bedeling van armen vóór de invoering van de moderne sociale zekerheid. In 1941 was de armoede groot en waren gemeenten zeer scherp op het beperken van de eigen uitgaven aan steunverlening.
* Geografisch: De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen. De brief is dus gericht aan de directie van deze belangrijke Amsterdamse instelling, vermoedelijk omdat Arie de Kleyn daar werk zocht of had gevonden.

Samenvatting

  • Kernproblematiek: Een man, Arie de Kleyn, is naar Amsterdam verhuisd en heeft zijn vrouw en vijf minderjarige kinderen in Zutphen achtergelaten zonder financiële middelen. Hierdoor is het gezin afhankelijk geworden van de plaatselijke armenzorg (het Burgerlijk Armbestuur).
  • Juridische argumentatie: De gemeente Zutphen beroept zich op artikel 78 van het toenmalige Burgerlijk Wetboek (betreffende de wederzijdse onderhoudsplicht van echtgenoten en jegens kinderen). Zutphen stelt dat de kosten voor de ondersteuning van dit gezin op de gemeente Amsterdam verhaald moeten worden.
  • Voorgestelde actie: Zutphen heeft de zaak al geëscaleerd naar de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken om de betaling door Amsterdam af te dwingen. Verder wordt aan de directeur van het Marktwezen (mogelijk een potentiële werkgever van De Kleyn) gesuggereerd om bij eventuele indiensttreding loonbeslag te laten leggen via de kantonrechter ten behoeve van het gezin.
  • Toon: De brief is formeel en zakelijk, kenmerkend voor de ambtelijke correspondentie tussen gemeentelijke diensten in die tijd. Het toont een actieve houding van de Zutphense sociale dienst om de financiële last van "onverzorgde" gezinnen van wie de kostwinner is vertrokken, te verleggen naar de plaats waar de kostwinner zich bevindt.

Historische Context

  • Historische periode: De brief dateert van oktober 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het land bezet was, bleef de dagelijkse gemeentelijke administratie en de uitvoering van de burgerlijke wetgeving grotendeels intact.
  • Sociaal-economisch: De term "Burgerlijk Armbestuur" verwijst naar de lokale instantie die verantwoordelijk was voor de bedeling van armen vóór de invoering van de moderne sociale zekerheid. In 1941 was de armoede groot en waren gemeenten zeer scherp op het beperken van de eigen uitgaven aan steunverlening.
  • Geografisch: De Jan van Galenstraat 14 in Amsterdam was (en is deels nog steeds) de locatie van de Centrale Markthallen. De brief is dus gericht aan de directie van deze belangrijke Amsterdamse instelling, vermoedelijk omdat Arie de Kleyn daar werk zocht of had gevonden.

Kooplieden in dit dossier 100