Archiefdocument
Origineel
16 oktober 1941 C.N. van Buuren, Postjesweg 81, Amsterdam-W. Vermoedelijk de directie of administratie van de Centrale Markt Amsterdam. [Links boven:]
№ 53/01/1 M.1941 16/10
[Rechts boven:]
Amsterdam, 16 October 1941.
[In potlood bijgeschreven:] m. th. Meijer / th. Broere
Mijnheer
Voor ongeveer een week geleden heb ik mijn toegangskaart voor de Centr. markt verloren, waardoor ik een duplicaat kaart heb moe-ten aanvragen en voor de maand October opnieuw betaald heb. Een dezer dagen heb ik mijn oude kaart weer teruggevonden, zoodoende heb ik nu voor de maand October 2 maal een gulden betaald. Ik zou nu gaarne van één kaart mijn teveel betaalde gulden terugontvangen. Beide toegangskaarten met geldige betalingsbewijzen zijn in mijn bezit,
Hopende een gunstig antwoord van U te mogen ontvangen, verblijf ik
[Links:]
Gb
[Rechts:]
Hoogachtend.
[Handtekening: C.N. van Buuren]
C.N. van Buuren
Postjesweg 81
Amsterdam-W.
[Rechts onderaan:] 53 De brief betreft een zakelijk verzoek tot restitutie. De afzender, de heer C.N. van Buuren, legt uit dat hij zijn toegangskaart voor de Centrale Markt had verloren en een duplicaat heeft aangeschaft voor de prijs van één gulden. Nadat hij de originele kaart terugvond, bleek hij dubbel te hebben betaald voor de maand oktober. Hij verzoekt daarom om terugbetaling van de teveel betaalde gulden en merkt op dat hij beide bewijsstukken in zijn bezit heeft.
De rode onderstrepingen ("duplicaat kaart heb moe-", "maand October opnieuw", "2 maal een gulden", "toegangskaarten met geldige betalingsbewijzen zijn in mijn bezit") zijn waarschijnlijk later door een ambtenaar aangebracht om de relevante feiten voor de beoordeling van het verzoek snel te kunnen overzien. Dit document stamt uit oktober 1941, een periode waarin Nederland ruim een jaar bezet was door nazi-Duitsland. De Centrale Markthallen in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) waren cruciaal voor de voedselvoorziening van de stad. Toegang tot het terrein was streng gereguleerd middels een passensysteem, wat in oorlogstijd extra gewicht in de schaal legde vanwege de toenemende schaarste en de invoering van de distributie.
Het bedrag van één gulden lijkt klein, maar had in 1941 een aanzienlijke koopkracht (vergelijkbaar met ongeveer 7 tot 8 euro nu). Voor een kleine handelaar of marktkoopman was dit een bedrag dat de moeite van het terugvragen waard was. De administratieve precisie (met referentienummers en potloodaantekeningen van ambtenaren) is kenmerkend voor het goed georganiseerde, bureaucratische apparaat van de gemeente Amsterdam tijdens de bezettingsjaren. C.N. van Buuren Gemeente Amsterdam