Handgeschreven brief (verzoekschrift).
Origineel
Handgeschreven brief (verzoekschrift). 2 november 1941. C. Brouwer, Haarlemmerdijk 102 II (of III), Amsterdam. Amsterdam 2 November 1941
No 53 / 09/1 M. 13414/11 [stempel/aantekening]
mith. Brouwer [aantekening rechtsboven]
Wel Ed. Heer Directeur.
Door deze vraag ik U beleefd mij een vergunning
te geven voor vracht te rijden op de Centrale
markt alhier. daar ik in het bezit ben van
paard en wagen en met de groente handel
geen brood kan verdienen. doch wel voor eenige
groentehandelaren aardappelen kan rijden.
zoo doende doe ik een beroep op U wel willendheid
hopende goed bericht van U te mogen ontvangen
bij voorbaat mijn dank
Beleefd
C Brouwer
Haarlemmerdijk 102 III
Amsterdam De brief is een formeel verzoek van een kleine ondernemer aan de directie van de Centrale Markt te Amsterdam. De schrijver, C. Brouwer, vraagt om een vergunning om met zijn paard en wagen vracht (specifiek aardappelen) te mogen vervoeren op het terrein van de markt.
De toon is uiterst beleefd en respectvol, wat gebruikelijk was voor correspondentie met autoriteiten in die tijd. De kern van het verzoek is van economische aard: de schrijver geeft aan dat hij met de reguliere groentehandel niet genoeg inkomen ("geen brood") kan verdienen, maar dat hij wel opdrachten heeft van andere handelaren om aardappelen te vervoeren. Het bezit van een eigen transportmiddel (paard en wagen) vormt hierbij zijn belangrijkste kapitaal. Dit document stamt uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De economische omstandigheden waren in deze periode zwaar door toenemende schaarste, distributiemaatregelen en restricties op de handel.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Om daar te mogen werken of vervoeren, was een officiële vergunning noodzakelijk. De brief illustreert hoe kleine zelfstandigen probeerden te overleven door hun diensten aan te passen aan de veranderende marktvraag. Het gebruik van "paard en wagen" was in 1941 nog zeer gebruikelijk voor het fijnmazige distributienetwerk in de Amsterdamse binnenstad, zeker gezien de toenemende brandstoftekorten voor motorvoertuigen. C. Brouwer
Samenvatting
De brief is een formeel verzoek van een kleine ondernemer aan de directie van de Centrale Markt te Amsterdam. De schrijver, C. Brouwer, vraagt om een vergunning om met zijn paard en wagen vracht (specifiek aardappelen) te mogen vervoeren op het terrein van de markt.
De toon is uiterst beleefd en respectvol, wat gebruikelijk was voor correspondentie met autoriteiten in die tijd. De kern van het verzoek is van economische aard: de schrijver geeft aan dat hij met de reguliere groentehandel niet genoeg inkomen ("geen brood") kan verdienen, maar dat hij wel opdrachten heeft van andere handelaren om aardappelen te vervoeren. Het bezit van een eigen transportmiddel (paard en wagen) vormt hierbij zijn belangrijkste kapitaal.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De economische omstandigheden waren in deze periode zwaar door toenemende schaarste, distributiemaatregelen en restricties op de handel.
De Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was de spil in de voedselvoorziening van de stad. Om daar te mogen werken of vervoeren, was een officiële vergunning noodzakelijk. De brief illustreert hoe kleine zelfstandigen probeerden te overleven door hun diensten aan te passen aan de veranderende marktvraag. Het gebruik van "paard en wagen" was in 1941 nog zeer gebruikelijk voor het fijnmazige distributienetwerk in de Amsterdamse binnenstad, zeker gezien de toenemende brandstoftekorten voor motorvoertuigen.