Brief / Verzoekschrift
Origineel
Brief / Verzoekschrift 7 november 1941 C.W. Platje $\underline{\text{N}^o}$ 53/94/1 M.1941 $\frac{12}{11}$
Amsterdam, 7 November '41
Wel Ed. Geb. Heer,
Bij dezen ben ik zoo vrij mij met een beleefd verzoek tot UEd. te wenden.
Reeds sedert geruimen tijd steuntrekkend wordt mij thans de gelegenheid geboden wederom zelf mijn brood te verdienen, een gelegenheid die ik gaarne zou willen benutten maar waarvoor ik de hulp van UEd. noodig heb.
Door een kennis van mij werd ik in staat gesteld op gunstige voorwaarden een paard en wagen te verkrijgen. In verband met de huidige vervoersmoeilijkheden hebben reeds verscheidene aardappelhandelaren mij de toezegging gedaan hun vrachten te mogen vervoeren. Het eenige beletsel is een toegangsbewijs voor de Centrale Markt, een zoogenaamde kruierskaart. Beleefd verzoek ik UEd. nu mij zoo'n kaart te willen doen verstrekken. Gaarne ben ik bereid UEd. mondeling nader toelichting te geven. Vertrouwende dat UEd. mij spoedig een gunstig antwoord wil doen toekomen, waardoor UEd. mij ten zeerste zoudt verplichten verblijf ik,
Hoogachtend,
Uw dw. dnr.
Naam: C. Platje
Adres: Haarlemmerweg 85 hs,
Amsterdam W.
C W Platje
(handgeschreven toevoeging in potlood/andere inkt onderaan:)
(was mijnheer niet gestraft?)
MD De schrijver, C.W. Platje, verzoekt de instanties om een zogenaamde 'kruierskaart'. Dit was een officieel toegangsbewijs voor de Centrale Markthallen in Amsterdam. De heer Platje zit op dat moment in de 'steun' (werkloosheidsuitkering) en heeft de mogelijkheid om als zelfstandig transporteur aan de slag te gaan voor aardappelhandelaren, mits hij over eigen vervoer (paard en wagen) en de juiste papieren beschikt.
De brief is formeel en beleefd van toon. Onderaan de brief staat een handgeschreven kanttekening van een ambtenaar: "(was mijnheer niet gestraft?)". Dit wijst erop dat de aanvraag werd getoetst aan de achtergrond of het strafblad van de aanvrager, wat in de oorlogsjaren vaak te maken had met politieke betrouwbaarheid of eerdere overtredingen van de distributiewetten. Het document dateert uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De "huidige vervoersmoeilijkheden" waar de schrijver naar verwijst, zijn een direct gevolg van de oorlog: brandstoftekorten en de vordering van voertuigen door de bezetter zorgden ervoor dat transport met paard en wagen weer essentieel werd voor de voedselvoorziening.
De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het centrale punt voor de handel in groenten en fruit. Vanwege de schaarste en de invoering van het distributiestelsel was de controle op wie daar mocht komen en handelen zeer streng. Een 'kruierskaart' was noodzakelijk om daar legaal goederen te mogen laden en lossen. De vraag of de aanvrager "gestraft" was, is typerend voor de bureaucratische controle in deze periode. C. Platje C.W. Platje Platje zit (De heer)