Handgeschreven verzoekschrift / brief aan de burgemeester.
Origineel
Handgeschreven verzoekschrift / brief aan de burgemeester. Lur Nº 1163 L.M. 1941 10/12
Dinsdag 9 Dec 1941
Weledele Heer
Burgemeester
Hiermede vraag ik
Uw beleefd of Uw mij
soms kunt helpen. Ik
ben al eenige tijd aan
het werk bij de Centrale
markthallen als karren-
trekker. Daar is een boter-
ham in te verdienen voor
een huisgezin. Maar sinds
een paar weken verdienen
wij als gehuwde mensen
het niet meer. Er zijn van
die jongens, die nog op school
thuis horen, die het werk
uit ons handen halen voor
zakcentje. Mijnheer we
trachten op die manier
buiten de steun te blijven.
Zouden we voor dat werk
[Stempel onderaan:] 10 DEC. 1941 De schrijver van de brief, een handarbeider, kaart een probleem van oneerlijke concurrentie aan bij de burgemeester. Hij werkt als 'karrentrekker' bij de Centrale Markthallen, een fysiek zware baan waarmee hij normaliter zijn gezin kan onderhouden.
De klacht is dat schoolgaande jongeren dit werk nu doen voor een "zakcentje", waardoor de volwassen mannen (de "gehuwde mensen") niet meer genoeg verdienen. De toon is respectvol maar dringend. De schrijver benadrukt de morele waarde van zijn arbeid: hij wil door middel van dit werk "buiten de steun" blijven, wat wijst op een sterke arbeidsethos en een verlangen naar onafhankelijkheid van de sociale bijstand. De brief breekt onderaan de pagina af. De brief is geschreven in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dit was een periode van toenemende economische schaarste en strikte regulering.
De "steun" waarnaar verwezen wordt, was de werklozenzorg. In de oorlogsjaren was het voor mannen van groot belang om officieel werk te hebben, niet alleen voor het inkomen, maar ook om te voorkomen dat men door de bezetter werd aangewezen voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland). De Centrale Markthallen in Amsterdam waren in die tijd een vitale schakel in de distributie van de steeds schaarser wordende levensmiddelen. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van de arbeidersklasse tijdens de bezetting.
Samenvatting
De schrijver van de brief, een handarbeider, kaart een probleem van oneerlijke concurrentie aan bij de burgemeester. Hij werkt als 'karrentrekker' bij de Centrale Markthallen, een fysiek zware baan waarmee hij normaliter zijn gezin kan onderhouden.
De klacht is dat schoolgaande jongeren dit werk nu doen voor een "zakcentje", waardoor de volwassen mannen (de "gehuwde mensen") niet meer genoeg verdienen. De toon is respectvol maar dringend. De schrijver benadrukt de morele waarde van zijn arbeid: hij wil door middel van dit werk "buiten de steun" blijven, wat wijst op een sterke arbeidsethos en een verlangen naar onafhankelijkheid van de sociale bijstand. De brief breekt onderaan de pagina af.
Historische Context
De brief is geschreven in december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Dit was een periode van toenemende economische schaarste en strikte regulering.
De "steun" waarnaar verwezen wordt, was de werklozenzorg. In de oorlogsjaren was het voor mannen van groot belang om officieel werk te hebben, niet alleen voor het inkomen, maar ook om te voorkomen dat men door de bezetter werd aangewezen voor de Arbeitseinsatz (gedwongen tewerkstelling in Duitsland). De Centrale Markthallen in Amsterdam waren in die tijd een vitale schakel in de distributie van de steeds schaarser wordende levensmiddelen. Het document geeft een inkijkje in de dagelijkse overlevingsstrijd van de arbeidersklasse tijdens de bezetting.