Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 35
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief (tweede bladzijde).

8 mei 1941. Van: Directeur van het Marktwezen.

Origineel

Getypte brief (tweede bladzijde). 8 mei 1941. Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No. 59/5/3 M. d.d. 8 Mei 1941 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van
het Marktwezen.

Wat de onderhavige klacht betreft, deelde de vei-
lingdirectie mede, dat adressante depôt heeft gestort en der-
halve haar bloemen liet "ophalen". Zij heeft op den bewusten
dag haar bloemen door iemand van haar personeel doen weghalen.
Deze persoon heeft er bij het afhalen niet op gewezen, dat er
een partijtje seringen ontbrak. De employé van de veiling
weet ook niet meer of de knecht van adressante de seringen al
dan niet heeft ontvangen.

Adressante deelde mij, bij een onderhoud, dat ik
terzake van de onderhavige aangelegenheid met haar had, mede,
dat zij op den bewusten dag de bloemen door haar man heeft
laten afhalen. Hij wist echter niet, wat hij moest ontvangen,
zoodat door hem bij de afgifte geen contrôle op hetgeen hij
moest ontvangen kon worden gehouden. Het ontbreken van de
seringen bleek eerst, toen hij thuis kwam en zijn vrouw ze
miste. De ontbrekende seringen vertegenwoordigden een waarde
van ƒ 2,40.

Afgescheiden van de vraag of de veilingdirectie in
het algemeen verantwoordelijk is voor de bloemen, zoolang
deze nog niet zijn afgegeven, staat in het onderhavige geval
geenszins vast, hoe of waar de seringen zijn zoekgeraakt,
daar bij de afgifte niet is geconstateerd, dat de seringen
ontbraken. Adressante geeft dit ook toe.

Voor de Gemeente bestaat naar mijn meening zeker
geen aanleiding de geleden schade te vergoeden, aangezien het
hier een zaak betreft, die uitsluitend de veilingdirectie en
adressante aangaat.

Ik geef U mitsdien in overweging der adressante te
doen berichten, dat aan haar verzoek niet kan worden voldaan,
doch dat zij, indien zij meent aanspraken te kunnen doen gel-
den zich terzake moet richten tot de directie van de N.V.
Nederlandsche Veiling.

De Directeur, Deze brief betreft een ambtelijke afwikkeling van een klacht van een vrouwelijke ondernemer ("adressante") over een vermiste partij seringen ter waarde van ƒ 2,40. De kern van het geschil is dat de bloemen werden opgehaald door haar echtgenoot (elders "iemand van haar personeel" of "de knecht" genoemd), die bij ontvangst niet controleerde of de bestelling compleet was.

De Directeur van het Marktwezen adviseert de Wethouder om de claim af te wijzen. De argumentatie is dat de Gemeente geen partij is in dit geschil; het is een private kwestie tussen de klaagster en de "N.V. Nederlandsche Veiling". Omdat er bij de overdracht geen tekort is geconstateerd, acht de directeur de gemeente niet aansprakelijk voor de schade. Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud van de brief — een triviale kwestie over vermiste bloemen — alledaags lijkt, getuigt het van de voortgang van de reguliere gemeentelijke bureaucratie onder bezettingstijd.

De functies "Directeur van het Marktwezen" en "Wethouder voor de Levensmiddelen" waren in die tijd cruciaal voor de distributie en controle van goederen in een schaarste-economie. De brief hanteert de toen gebruikelijke formele spelling (zoals "den", "zoodat", "mitsdien") en geeft een inkijkje in de juridische afbakening tussen gemeentelijk toezicht en de verantwoordelijkheid van private instellingen zoals de veiling. De genoemde waarde van ƒ 2,40 (gulden) was voor die tijd een reëel, maar bescheiden bedrag.

Samenvatting

Deze brief betreft een ambtelijke afwikkeling van een klacht van een vrouwelijke ondernemer ("adressante") over een vermiste partij seringen ter waarde van ƒ 2,40. De kern van het geschil is dat de bloemen werden opgehaald door haar echtgenoot (elders "iemand van haar personeel" of "de knecht" genoemd), die bij ontvangst niet controleerde of de bestelling compleet was.

De Directeur van het Marktwezen adviseert de Wethouder om de claim af te wijzen. De argumentatie is dat de Gemeente geen partij is in dit geschil; het is een private kwestie tussen de klaagster en de "N.V. Nederlandsche Veiling". Omdat er bij de overdracht geen tekort is geconstateerd, acht de directeur de gemeente niet aansprakelijk voor de schade.

Historische Context

Het document dateert uit mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. Hoewel de inhoud van de brief — een triviale kwestie over vermiste bloemen — alledaags lijkt, getuigt het van de voortgang van de reguliere gemeentelijke bureaucratie onder bezettingstijd.

De functies "Directeur van het Marktwezen" en "Wethouder voor de Levensmiddelen" waren in die tijd cruciaal voor de distributie en controle van goederen in een schaarste-economie. De brief hanteert de toen gebruikelijke formele spelling (zoals "den", "zoodat", "mitsdien") en geeft een inkijkje in de juridische afbakening tussen gemeentelijk toezicht en de verantwoordelijkheid van private instellingen zoals de veiling. De genoemde waarde van ƒ 2,40 (gulden) was voor die tijd een reëel, maar bescheiden bedrag.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6