Ambtelijke brief/memorandum (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief/memorandum (doorslag). 8 mei 1941. D/HG.
[Handgeschreven: Extra]
59/5/3 M.
1
8 Mei 1941.
Klacht Mevr. Peters-Blankers
over de bloemenveiling.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 16 April jl. om advies ontvangen stuk no.414 L.M.1941 heb ik de eer U het volgende te berichten.
De bloemenveiling, welke in de veilinggebouwen in de hal op de Centrale Markt wordt gehouden, is verpacht aan de N.V. Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten "Amsterdam". Waar adressante in haar brief spreekt over "de Directie" en "het Marktwezen" bedoelt zij derhalve de Directie van voornoemde N.V. en de veiling, welke door die N.V. wordt gedreven.
Omtrent den gang van zaken bij de afgifte van goederen heeft de directeur van genoemde N.V. mij het volgende meegedeeld.
De veilingdirectie geeft een bewijs af, wanneer de in de veiling gekochte partijen bloemen worden betaald. Op vertoon van dit bewijs worden de bloemen van de veilingtafels opgehaald en aan de koopers ter hand gesteld. Aangezien een kooper in vele gevallen meer dan één koop heeft gedaan, gaat er vrij veel tijd verloren met het opzoeken van de verschillende koopen.
De veilingdirectie heeft daarom degenen, die zulks wenschen, in de gelegenheid gesteld, een depôt te storten. Van dit depôt wordt afgeschreven, telkens wanneer door den betrokkene een koop is gedaan. Deze bloemen worden dan tijdens de veilinguren door het personeel van de veiling van de veilingtafels "opgehaald" en voor rekening en risico van den betrokkene op een bepaalde plaats op een der tafels bij elkaar neergelegd. Het voordeel hiervan is, dat de kooper onmiddellijk na afloop van de veiling zijn bloemen gereed vindt liggen. Dit stelsel, dat voor het gemak van de kooplieden is ingesteld, leidt vrijwel nooit tot moeilijkheden en volgens de veilingdirectie zijn de kooplieden er volkomen mede bekend, dat de bloemen in dit geval voor hunne rekening en risico liggen. De brief is een reactie op een klacht van een burger (Mevrouw Peters-Blankers) over de logistieke afhandeling bij de bloemenveiling in Amsterdam. De kern van het document is een uitleg van het bestaande systeem voor het ophalen van gekochte waar. Er wordt onderscheid gemaakt tussen de directe betaling (tijdrovend) en een depôtsysteem (efficiënt, maar op eigen risico). De brief stelt dat de verantwoordelijkheid voor eventuele problemen bij de koper ligt zodra de bloemen apart zijn gezet in het depôtsysteem. De schrijfstijl is formeel-ambtelijk, kenmerkend voor de vroege jaren '40. Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze periode een cruciale functie vanwege de schaarste en de opkomende distributie (bonkaarten). De bloemenveiling was indertijd gevestigd bij de Centrale Markthallen in Amsterdam-West. Hoewel bloemen geen direct voedingsmiddel zijn, vielen ze onder de bredere administratie van de markt- en levensmiddelenvoorziening. De klacht van de burger toont aan dat ondanks de oorlogssituatie, de reguliere ambtelijke molen en commerciële procedures zoals veilingen bleven doorgaan. N.V. Nederlandsche Peters (Mevrouw) Marktwezen