Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie).
Origineel
Getypte ambtelijke brief (doorslag of kopie). 8 mei 1941. De Directeur van het Marktwezen. Bladzijde 2 van brief No.59/5/3 M. d.d. 8 Mei 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
Wat de onderhavige klacht betreft, deelde de vei-lingdirectie mede, dat adressante depôt heeft gestort en der-halve haar bloemen liet "ophalen". Zij heeft op den bewusten dag haar bloemen door iemand van haar personeel doen weghalen. Deze persoon heeft er bij het afhalen niet op gewezen, dat er een partijtje seringen ontbrak. De employé van de veiling weet ook niet meer of de knecht van adressante de seringen al dan niet heeft ontvangen.
Adressante deelde mij, bij een onderhoud, dat ik terzake van de onderhavige aangelegenheid met haar had, mede, dat zij op den bewusten dag de bloemen door haar man heeft laten afhalen. Hij wist echter niet, wat hij moest ontvangen, zoodat door hem bij de afgifte geen contrôle op hetgeen hij moest ontvangen kon worden gehouden. Het ontbreken van de seringen bleek eerst, toen hij thuis kwam en zijn vrouw ze miste. De ontbrekende seringen vertegenwoordigden een waarde van ƒ 2,40.
Afgescheiden van de vraag of de veilingdirectie in het algemeen verantwoordelijk is voor de bloemen, zoolang deze nog niet zijn afgegeven, staat in het onderhavige geval geenszins vast, hoe of waar de seringen zijn zoekgeraakt, daar bij de afgifte niet is geconstateerd, dat de seringen ontbraken. Adressante geeft dit ook toe.
Voor de Gemeente bestaat naar mijn meening zeker geen aanleiding de geleden schade te vergoeden, aangezien het hier een zaak betreft, die uitsluitend de veilingdirectie en adressante aangaat.
Ik geef U mitsdien in overweging der adressante te doen berichten, dat aan haar verzoek niet kan worden voldaan, doch dat zij, indien zij meent aanspraken te kunnen doen gel-den zich terzake moet richten tot de directie van de N.V. Nederlandsche Veiling.
De Directeur, Deze brief vormt het sluitstuk van een onderzoek naar een ingediende klacht van een bloemenverkoopster ("adressante"). De kern van de zaak is een vermiste partij seringen ter waarde van 2,40 gulden.
De Directeur van het Marktwezen concludeert dat de claim moet worden afgewezen op basis van de volgende punten:
1. Gebrek aan bewijs: Bij de feitelijke overdracht van de goederen is geen controle uitgevoerd door de ontvanger (de echtgenoot/knecht van de verkoopster). Hierdoor is niet vast te stellen of de bloemen nooit zijn meegegeven of na afhaling zijn kwijtgeraakt.
2. Erkenning: De klaagster geeft zelf toe dat er bij afgifte niet is geconstateerd dat er iets ontbrak.
3. Jurisdictie: De Directeur stelt dat de Gemeente geen partij is in dit geschil. Indien de vrouw een schadevergoeding wil, moet zij zich wenden tot de private entiteit "N.V. Nederlandsche Veiling". Het document dateert van mei 1941, een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogstijd bleven de gemeentelijke bureaucratie en de civiele rechtmatigheid functioneren volgens de geldende regels.
Opmerkelijk is dat een relatief klein bedrag van ƒ 2,40 (omgerekend naar huidige koopkracht ongeveer € 15,- à € 20,-) aanleiding geeft tot correspondentie op het niveau van een Directeur van het Marktwezen en een Wethouder. De functie "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in die tijd van cruciaal belang vanwege de toenemende schaarste en de invoering van het distributiestelsel. Het feit dat men zich zelfs met dergelijke kleine claims bezighield, getuigt van de nauwgezette (en soms starre) aard van de toenmalige ambtenarij.