Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 58
Dossier 109
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota (waarschijnlijk doorslag op carbonpapier).

11 juni 1941 (Verzonden op 17 juni 1941).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota (waarschijnlijk doorslag op carbonpapier). 11 juni 1941 (Verzonden op 17 juni 1941). VD/HG.

59/11/1
[doorgehaald stempel]

Verzonden 17/6 [handgeschreven in blauwpotlood]

11 Juni 1941.

De Veiling en de tuinders
op de Centrale Markt.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Inleiding.

Zooals ik bereids heb medegedeeld, is op korten termijn door de betrokken Regeeringsinstanties uitvoering gegeven aan het besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Landbouw en Visscherij d.d. 24 Maart 1941 (opgenomen in de Staatscourant van 24 Maart 1941 no. 58), behelzende een verbod voor markttuinders om hun producten anders te verhandelen of af te leveren dan ter markt aan consumenten; dit verbod geldt niet wanneer de tuindersproducten via een veiling worden verkocht. Het gevolg van deze maatregel is, dat de Amsterdamsche markttuinders, die sedert eeuwen hun producten rechtstreeks aan den kleinhandel hebben verkocht, thans zijn gedwongen hun producten via de veiling te verkoopen, daar het systeem van verkoop rechtstreeks aan den consument door hen practisch niet kan worden toegepast.

De tuindersorganisatie beschikte wel over een eigen veilinginstallatie – een houten gebouwtje – aan den Baarsjesweg, dat dateert van den vorigen oorlog, doch deze installatie is te eenenmale ontoereikend om aan de huidige behoefte te kunnen voldoen. De tuinders werden derhalve wel gedwongen van de op de Centrale Markt staande inrichtingen gebruik te maken. Sedert 5 Mei 1941 voeren alle markttuinders daarom hunne producten aan op de op de Centrale Markt bestaande veiling.

In de positie van de verschillende op de Centrale Markt gevestigde groepen is hierdoor een belangrijke verandering gekomen. Terzake moge worden verwezen naar mijn rapport d.d. 23 April jl. No. 37/37/2 M., waarin de te treffen maatregelen onder punt 1 werden besproken.

Hieraan kan nog het volgende worden toegevoegd:
Aan een van de voornaamste, sedert jaren bestaande, wenschen van den groothandel (te weten het opheffen van de kleinhandelsveiling) is thans, als gevolg van het ingrijpen van Regeeringswege, tegemoetgekomen. De concurrentieverhoudingen op de Centrale Markt zijn door de onderhavige maatregel in belangrijke mate geëgaliseerd. Naar mijn meening [tekst loopt af] Dit document is een verslag over de gedwongen centralisatie van de groente- en fruithandel in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Door een besluit van de Secretaris-Generaal (maart 1941) mochten tuinders niet langer rechtstreeks aan de kleinhandel (winkeliers) verkopen. Ze werden verplicht hun waar via de veiling op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) te verhandelen.

De tekst benadrukt dat een oude traditie van rechtstreekse verkoop hiermee werd doorbroken en dat de bestaande, gebrekkige veiling aan de Baarsjesweg de stroom niet aankon. De maatregel werkte in het voordeel van de groothandel, die hiermee de concurrentie van de rechtstreekse verkoop kwijt was. De brief dateert uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de bezetting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog greep de overheid steeds sterker in de voedselvoorziening en distributie in. Door alle producten via centrale veilingen te laten lopen, kon de bezetter (via de Nederlandse departementen) de voedselstromen beter controleren, registreren en rantsoeneren.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" aan wie de brief gericht is, was in die periode verantwoordelijk voor de distributie in de stad. De referentie aan de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visserij duidt op de Nederlandse ambtelijke top die onder toezicht van de Duitsers de economie bestuurde. De genoemde datum 5 mei 1941 markeert het moment waarop de Amsterdamsche tuinders effectief hun zelfstandige handelspositie verloren.

Samenvatting

Dit document is een verslag over de gedwongen centralisatie van de groente- en fruithandel in Amsterdam tijdens de Duitse bezetting. Door een besluit van de Secretaris-Generaal (maart 1941) mochten tuinders niet langer rechtstreeks aan de kleinhandel (winkeliers) verkopen. Ze werden verplicht hun waar via de veiling op de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) te verhandelen.

De tekst benadrukt dat een oude traditie van rechtstreekse verkoop hiermee werd doorbroken en dat de bestaande, gebrekkige veiling aan de Baarsjesweg de stroom niet aankon. De maatregel werkte in het voordeel van de groothandel, die hiermee de concurrentie van de rechtstreekse verkoop kwijt was.

Historische Context

De brief dateert uit juni 1941, ruim een jaar na het begin van de bezetting. Tijdens de Tweede Wereldoorlog greep de overheid steeds sterker in de voedselvoorziening en distributie in. Door alle producten via centrale veilingen te laten lopen, kon de bezetter (via de Nederlandse departementen) de voedselstromen beter controleren, registreren en rantsoeneren.

De "Wethouder voor de Levensmiddelen" aan wie de brief gericht is, was in die periode verantwoordelijk voor de distributie in de stad. De referentie aan de Secretaris-Generaal van Landbouw en Visserij duidt op de Nederlandse ambtelijke top die onder toezicht van de Duitsers de economie bestuurde. De genoemde datum 5 mei 1941 markeert het moment waarop de Amsterdamsche tuinders effectief hun zelfstandige handelspositie verloren.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6