Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 64
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypt ambtelijk advies/rapportage (fragment, pagina 7).

11 juni 1941.

Origineel

Getypt ambtelijk advies/rapportage (fragment, pagina 7). 11 juni 1941. Bladz. 7
11 Juni x 41
37/54/1.59/11/1 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

groepen lijkt mij de zuiver particuliere bedrijfsvorm voor dit geval niet gewenscht. Een N.V. als de bestaande zal haar bedrijf uiteraard op winstbasis willen uitoefenen. Haar particuliere belangen zullen niet steeds parallel loopen met de algemeene belangen, welke de Gemeente door middel van het veilingwezen zal willen bevorderen.

Anderzijds acht ik het voorloopig niet gewenscht om de veiling als een zuiver gemeentelijke instelling te exploiteeren, daar een min of meer ruime mate van vrijheid van beweging en zakelijkheid bij het optreden naar buiten noodig is (onder meer voor het verkrijgen en behouden van relaties, het verleenen van faciliteiten enz.).

Ik kom dan ook tot de conclusie, dat getracht moet worden een combinatie van beide mogelijkheden te vormen, waarbij de particuliere bedrijfsvorm blijft bestaan, maar anderzijds een ruime invloed en contrôle van gemeentewege wordt ingesteld, zoodat eenerzijds bij degenen, die met de veilingorganisatie te maken hebben, het vertrouwen in de gestie der veiling wordt versterkt, terwijl anderzijds tegenover de gemeente de waarborg wordt geschapen, dat bij de bedrijfsvoering niet in de eerste plaats de privé-belangen van de bij de veiling geïnteresseerden, maar het algemeen belang op den voorgrond zal staan.

Een dergelijk op den voet van een particulierenbedrijfsvorm geschoeid lichaam, dat in zijn natuurlijke bewegingen zal worden belemmerd, zal daar tegenover van gemeentewege eenige garanties moeten hebben voor de verzekering zoowel van de positie van het personeel als van een bescheiden rentabiliteit van het in de onderneming gestoken kapitaal.

Het met de N.V. Nederlandsche Veiling gesloten contract.

Het ligt voor de hand, dat in de eerste plaats moet worden nagegaan of de huidige exploitante van de veiling, welke over de organisatie en de noodige ervaring beschikt, bereid zal zijn aan de noodzakelijke reorganisatie van het veilingwezen mee te werken. In dit verband zal rekening moeten worden gehouden met het feit, dat de Gemeente krachtens artikel 14 van het met de N.V. Nederlandsche Veiling gesloten contract verplichtingen op zich heeft genomen, in verband met een eventueelen opvolger in de exploitatie van de veiling.

Artikel 14a van deze overeenkomst, de fustbepaling, kan namelijk moeilijkheden opleveren, indien de daarin genoemde partijen niet tot overeenstemming zouden komen, in welk geval de Gemeente in haar keuze van een nieuwe gegadigde geremd zou worden, dan wel harerzijds zich opofferingen zou moeten getroosten, voor zij een overigens door haar gewenschte gegadigde als nieuwe exploitante zou kunnen aanwijzen. Artikel 14b van de onderhavige overeenkomst bevat een bepaling, inzake de waardeering van de goodwill, waarbij rekening moet worden gehouden met de door partij ter andere zijde (namelijk de N.V. Nederlandsche Veiling) bereikte resultaten en met de kosten van inrichting, welke ten laste van partij ter andere zijde zijn gekomen. * Inhoudelijke kern: Het document weegt de voor- en nadelen af van verschillende exploitatievormen voor de Amsterdamse veiling. De auteur adviseert tegen een volledig private vorm (vanwege te sterke focus op winst ten koste van het algemeen belang) én tegen een volledig gemeentelijke vorm (vanwege gebrek aan zakelijke flexibiliteit). De voorkeur gaat uit naar een hybride vorm: een privaat bedrijf onder sterke gemeentelijke controle.
* Juridische complicaties: Er wordt gewezen op een bestaand contract met de N.V. Nederlandsche Veiling. Specifieke artikelen (14a over fust/verpakkingen en 14b over goodwill) vormen een obstakel bij een eventuele overdracht aan een andere partij, omdat de gemeente dan aanzienlijke financiële verplichtingen of beperkingen in keuzevrijheid heeft.
* Stijl en terminologie: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("gestie", "fustbepaling", "rentabiliteit"). Het ademt de sfeer van een bestuurlijke herinrichting waarbij gestreefd wordt naar "ordening" van de markt. * Historische context: Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal en streng gereguleerd onderdeel van het openbaar bestuur. De bezetter en het Nederlandse ambtelijk apparaat streefden naar centrale controle over de distributieketen ("de distributie").
* Gemeentelijke politiek: De discussie over de veilingen in Amsterdam paste in een bredere trend van "vermaatschappelijking" of juist "verstatelijking" van vitale sectoren. Het waarborgen van de voedselstroom naar de stad was een topprioriteit voor de Wethouder voor de Levensmiddelen.
* Economisch: De genoemde N.V. Nederlandsche Veiling was een belangrijke speler. De spanning tussen private ondernemingsgeest en publiek toezicht, zoals beschreven in de tekst, is typerend voor de overgang naar een geleide economie in oorlogstijd.

Samenvatting

  • Inhoudelijke kern: Het document weegt de voor- en nadelen af van verschillende exploitatievormen voor de Amsterdamse veiling. De auteur adviseert tegen een volledig private vorm (vanwege te sterke focus op winst ten koste van het algemeen belang) én tegen een volledig gemeentelijke vorm (vanwege gebrek aan zakelijke flexibiliteit). De voorkeur gaat uit naar een hybride vorm: een privaat bedrijf onder sterke gemeentelijke controle.
  • Juridische complicaties: Er wordt gewezen op een bestaand contract met de N.V. Nederlandsche Veiling. Specifieke artikelen (14a over fust/verpakkingen en 14b over goodwill) vormen een obstakel bij een eventuele overdracht aan een andere partij, omdat de gemeente dan aanzienlijke financiële verplichtingen of beperkingen in keuzevrijheid heeft.
  • Stijl en terminologie: Het taalgebruik is formeel en ambtelijk ("gestie", "fustbepaling", "rentabiliteit"). Het ademt de sfeer van een bestuurlijke herinrichting waarbij gestreefd wordt naar "ordening" van de markt.

Historische Context

  • Historische context: Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was de voedselvoorziening een cruciaal en streng gereguleerd onderdeel van het openbaar bestuur. De bezetter en het Nederlandse ambtelijk apparaat streefden naar centrale controle over de distributieketen ("de distributie").
  • Gemeentelijke politiek: De discussie over de veilingen in Amsterdam paste in een bredere trend van "vermaatschappelijking" of juist "verstatelijking" van vitale sectoren. Het waarborgen van de voedselstroom naar de stad was een topprioriteit voor de Wethouder voor de Levensmiddelen.
  • Economisch: De genoemde N.V. Nederlandsche Veiling was een belangrijke speler. De spanning tussen private ondernemingsgeest en publiek toezicht, zoals beschreven in de tekst, is typerend voor de overgang naar een geleide economie in oorlogstijd.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6