Brief (pagina 12)
Origineel
Brief (pagina 12) 11 juni 1941 Directeur van het Marktwezen (Amsterdam) Wethouder voor de Levensmiddelen 59/11/1
Bladzijde 12 van brief No. 37/547/H d.d. 11 Juni 1941 aan den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
oefenen. Intusschen is naar mijn meening de bedoelde regeling voor alle partijen namelijk de tuinders, de bestaande veilingorganisatie en de Gemeente van zoodanig belang, dat, ongeacht het standpunt van de betrokken kringen in Den Haag, getracht moet worden de door mij gedachte regeling tot stand te brengen. Ik ben van meening, dat indien de tuinders worden vereenigd in een coöperatieve veilingorganisatie en deze organisatie den noodigen invloed krijgt op den gang van zaken, wat betreft de technische uitvoering van het veilingbedrijf, welk bedrijf overigens aan scherp toezicht van de Gemeente moet worden onderworpen, de bewuste tuinbouwinstanties in Den Haag zich bij een dergelijken gang van zaken zullen moeten neerleggen. De bezwaren van deze instanties toch gelden in het bijzonder het zoogenaamde speculatief karakter van in Naamlooze Vennootschapsvorm uitgeoefende exploitatie. (Naamlooze vennootschappen als veilingorganisaties worden wel officieel als veiling erkend door de Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale, maar worden niet als lid toegelaten tot het Centraal Bureau voor de Veilingen). Bovenomschreven bezwaren worden mijns inziens door de geschetste regeling grootendeels ondervangen.
II CONCLUSIES.
Resumeerende kom ik tot de navolgende conclusie:
A. Getracht moet worden de – thans in wording zijnde – coöperatieve veilingvereeniging der tuinders, te bewegen zich contractueel te verbinden met de bestaande veilingorganisatie, nadat deze krachtens nieuwe overeenkomst met de Gemeente zoodanig zal zijn ingesteld, dat voor de tuinders de grootst mogelijke zekerheid bestaat, dat hun belangen zeker niet minder zullen worden behandeld dan wanneer zij zelf de veiling in volledig beheer zouden hebben. Een en ander brengt onder andere mee, een nader te regelen zeggensschap in den gang van zaken bij de uitvoering van het veilingbedrijf.
B. Getracht moet worden de N.V.Nederlandsche Veiling van Land- en Tuinbouwproducten te bewegen via een nieuw contract met de Gemeente, zoodanige wijziging in den gang van zaken bij haar bedrijf te brengen, dat dit lichaam meer het karakter krijgt van een openbaar bedrijf, zonder dat het nochtans een Overheidsbedrijf wordt. Te dien einde dienen onder meer de volgende punten in het tusschen de Gemeente Amsterdam en de N.V.Nederlandsche Veiling gesloten contract nader geregeld te worden:
a. Met wijziging voor zoover noodig van het bepaalde in artikel 13 van de bestaande overeenkomst zal de regeling van de verhouding tusschen de veiling eenerzijds, koopers en inzenders anderzijds, waaronder begrepen de veilingcondities, de wijze van afrekening enz. onderworpen worden aan de goedkeuring van de Gemeente, met dien verstande, dat de Gemeente dienaangaande regelen kan stellen in den ruimsten zin dus bijvoorbeeld de invoering van reglementen op de veilingen kan voorschrijven.
Verder zullen contracten, die door de Veilingdirectie met groepen inzenders worden gesloten, van te voren onderworpen worden aan de goedkeuring van de Gemeente.
De Veilingdirectie zal geen inzenders of inzendende groepen kunnen weigeren tot het veilen, behoudens toestemming Gemeente. * Kern van het document: De Directeur van het Marktwezen adviseert over een ingrijpende reorganisatie van de groente- en fruitveilingen in Amsterdam. Het doel is om een balans te vinden tussen de belangen van de tuinders (die zich coöperatief verenigen) en de bestaande commerciële veiling (een N.V.).
* Politieke verhoudingen: Er is sprake van een spanningsveld tussen het lokale beleid van de Gemeente Amsterdam en de landelijke instanties in Den Haag. Den Haag heeft bezwaren tegen veilingen in de vorm van een N.V. vanwege het "speculatieve karakter".
* Oplossing: De directeur stelt voor om de N.V. om te vormen tot een soort semi-publieke instelling ("meer het karakter van een openbaar bedrijf"). De Gemeente moet verregaande zeggenschap en toezicht krijgen op de bedrijfsvoering, de reglementen en de contracten met inzenders.
* Positie van de tuinder: Door de tuinders coöperatief te verenigen en hen invloed te geven binnen de technische uitvoering, hoopt men hun belangen veilig te stellen. * Historische periode: Dit document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland.
* Voedselvoorziening in oorlogstijd: Tijdens de bezetting was de controle op de voedselvoorziening cruciaal. De Duitsers voerden een politiek van "Gleichschaltung" (gelijkschakeling) uit, waarbij ook de landbouw- en tuinbouwsector strak werd gereguleerd. De genoemde "Nederlandsche Groente- en Fruitcentrale" was een typisch orgaan dat in deze periode de distributie en prijsvorming controleerde.
* Bestuurlijke context: De brief is gericht aan de Wethouder voor de Levensmiddelen. Dit was een sleutelpositie in de Amsterdamse gemeenteraad (voor zover deze nog functioneerde onder de bezetting) verantwoordelijk voor het voorkomen van schaarste en het reguleren van de markten. De voorgestelde "vermaatschappelijking" of het onder gemeentelijk toezicht plaatsen van private bedrijven paste in de bredere trend van centralisatie en staatscontrole tijdens de oorlogsjaren.