Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 72
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijke brief/rapportage (doorslag van een getypt document met handgeschreven kanttekeningen).

11 juni 1941. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de Dienst der Markten).

Origineel

Ambtelijke brief/rapportage (doorslag van een getypt document met handgeschreven kanttekeningen). 11 juni 1941. De Directeur (vermoedelijk van de Centrale Markthallen of de Dienst der Markten). Bladz. 15
11 Juni 1941
37/5A/1 59/11/6 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

Ik merk in dit verband nog op, dat de Gemeente de plaatsgelden en de entréegelden, die de tuinders op de Centrale Markt plachten te betalen, zal missen, nu de tuinders hun producten via de veiling verkoopen. Deze plaatsgelden en entréegelden ten bedrage van rond ƒ 35.000,- komen echter bij handhaving van het huidige contract met de N.V. Nederlandsche Veiling vermoedelijk reeds nagenoeg terug in den vorm van het percentage, dat van de opbrengst van de veiling wordt geheven. Indien namelijk wordt aangenomen, dat de tuinders voor ƒ 2.000.000,- per jaar zullen veilen en dat de bestaande inkomsten van de N.V. Nederlandsche Veiling niet belangrijk zullen verminderen, dan ontvangt de Gemeente op grond van de bepalingen van het bestaande contract 1½% van ƒ 2.000.000,- = ƒ 30.000,- meer dan thans.

Bovendien verwacht ik, als gevolg van de gewijzigde structuur van de markt, een gezonde ontwikkeling van den grossiersstand.

Reeds thans, na enkele weken groothandelsveiling, doet zich het verschijnsel voor, dat de pakhuizen van vele grossiers te klein zijn om hun zaken in te drijven. Het vermoeden is niet ongegrond, dat de leegstaande pakhuizen (een dertiental) binnenkort alle zullen zijn verhuurd, hetgeen een opbrengst voor de Gemeente van ± ƒ 13.000,- zal beteekenen. Voorts ben ik voornemens, wanneer mij omtrent de ontwikkeling van den grossiersstand op de Centrale Markt meer gegevens ter beschikking staan, te overwegen, de pakhuishuren in het algemeen te verhoogen. Over deze mogelijkheden zal ik U binnen afzienbaren tijd rapporteeren.

Ik ben echter van meening, dat de financieele zijde van het onderhavige vraagstuk niet in hoofdzaak den doorslag moet geven. De beteekenis van Amsterdam als centrum van den handel in land- en tuinbouwproducten brengt belangrijke indirecte voordeelen met zich mede, welke voordeelen niet in geld waardeerbaar zijn.

Indien het Gemeentebestuur zich met het bovenstaande, hetgeen mijn voorloopige gedachtengang terzake weergeeft, kan vereenigen, stel ik mij voor met partijen i.c. de N.V. Nederlandsche Veiling en de Tuindersorganisatie informatieve besprekingen te voeren, teneinde na te gaan in hoeverre in bovenbedoelden zin overeenstemming kan worden verkregen voor de nieuwe organisatie van het veilingwezen in Amsterdam.

Ik verzoek U derhalve mij tot het voeren van deze besprekingen te machtigen.

De Directeur, * Onderwerp: De financiële en organisatorische gevolgen van de transitie naar een veilingsysteem voor tuinders op de Centrale Markt in Amsterdam.
* Financiële calculatie: De directeur rekent voor dat het verlies aan directe marktgelden (ƒ 35.000) gecompenseerd wordt door een percentage (1,5%) van de veilingomzet. Bij een geschatte omzet van 2 miljoen gulden levert dit ƒ 30.000 extra op. Daarnaast wordt extra huuropbrengst van pakhuizen (ƒ 13.000) verwacht.
* Strategie: Er wordt voorgesteld om de pakhuishuren te verhogen zodra de marktstructuur zich stabiliseert.
* Visie: De auteur benadrukt dat de indirecte economische waarde van Amsterdam als handelscentrum zwaarder weegt dan de directe inkomsten uit marktgelden.
* Actiepunt: De directeur vraagt om machtiging van de wethouder om formele gesprekken te starten met de N.V. Nederlandsche Veiling en relevante tuindersorganisaties. Dit document dateert van juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op de kritieke fase van de voedselvoorziening en de distributie in die tijd. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) speelden een cruciale rol in het kanaliseren van de voedselstroom naar de stad. De overgang van losse handel naar een gecentraliseerd veilingsysteem was onderdeel van een bredere trend van professionalisering en regulering van de voedselketen, die onder druk van de oorlogsomstandigheden en schaarste werd versneld. De directeur in kwestie tracht hier de commerciële belangen van de gemeente te waarborgen binnen een veranderende marktstructuur.

Samenvatting

  • Onderwerp: De financiële en organisatorische gevolgen van de transitie naar een veilingsysteem voor tuinders op de Centrale Markt in Amsterdam.
  • Financiële calculatie: De directeur rekent voor dat het verlies aan directe marktgelden (ƒ 35.000) gecompenseerd wordt door een percentage (1,5%) van de veilingomzet. Bij een geschatte omzet van 2 miljoen gulden levert dit ƒ 30.000 extra op. Daarnaast wordt extra huuropbrengst van pakhuizen (ƒ 13.000) verwacht.
  • Strategie: Er wordt voorgesteld om de pakhuishuren te verhogen zodra de marktstructuur zich stabiliseert.
  • Visie: De auteur benadrukt dat de indirecte economische waarde van Amsterdam als handelscentrum zwaarder weegt dan de directe inkomsten uit marktgelden.
  • Actiepunt: De directeur vraagt om machtiging van de wethouder om formele gesprekken te starten met de N.V. Nederlandsche Veiling en relevante tuindersorganisaties.

Historische Context

Dit document dateert van juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" wijst op de kritieke fase van de voedselvoorziening en de distributie in die tijd. De Centrale Markthallen in Amsterdam-West (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) speelden een cruciale rol in het kanaliseren van de voedselstroom naar de stad. De overgang van losse handel naar een gecentraliseerd veilingsysteem was onderdeel van een bredere trend van professionalisering en regulering van de voedselketen, die onder druk van de oorlogsomstandigheden en schaarste werd versneld. De directeur in kwestie tracht hier de commerciële belangen van de gemeente te waarborgen binnen een veranderende marktstructuur.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6