Archief 745
Inventaris 745-362
Pagina 81
Dossier 2A
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk verslag / Brief (pagina 9 van een groter dossier).

11 juni 1941.

Origineel

Ambtelijk verslag / Brief (pagina 9 van een groter dossier). 11 juni 1941. Bladz. 9
~~XXXX~~ 37/5471 59/11/1 11 Juni 1941
den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen,

compenseerd. De vaststelling van maximumprijzen, die gelden voor alle veilingen, eenerzijds, de grootere transportmoeilijkheden anderzijds kunnen tot gevolg hebben, dat inzenders van fruit der N.V. Nederlandsche Veiling, wier bedrijven over het algemeen op grooteren afstand van Amsterdam zijn gelegen, er de voorkeur aan zouden geven zich naar een meer nabij gelegen veiling te richten, ware het niet, dat aan "het veranderen van veiling" onder de crisisomstandigheden, van de zijde der Groente- en Fruitcentrale bezwaren worden in den weg gelegd. Het is de vraag hoe de houding der Groente- en Fruitcentrale tegenover een nieuwen exploitant zou zijn. In ieder geval zal mijns inziens met verlies van relaties moeten worden rekening gehouden voor het geval de exploitatie in handen van een ander lichaam zou komen; dit is verlies van door de bestaande N.V. gekweektengoodwill, welke niet den nieuwen exploitant ten goede komt. Moeilijkheden, die uit de hier bedoelde bepalingen van het huidige contract kunnen voortvloeien zullen mijns inziens worden ontgaan indien met de N.V. overeenstemming kan worden verkregen omtrent een nieuwe overeenkomst. Daarbij zal - afgezien van andere nog nader aan te geven wijzigingen - getracht moeten worden ten aanzien van de verplichtingen, die de Gemeente krachtens artikel 14 van het contract op zich heeft genomen, minder bezwarende regelingen te krijgen. Met name geldt dit tegenover de verplichting ten aanzien van de overname van het fust, welke mijns inziens zoo mogelijk zal moeten vervallen. Wat betreft de bepaling van den goodwill merk ik op, dat deze onder de nieuwe verhoudingen een ander karakter zal krijgen dan thans.

Afgezien van de omstandigheid, dat in de komende jaren de hooge heffingen van winstbelasting de uiteindelijke financieele resultaten van de N.V. ten zeerste zullen begrenzen en daarmee de waarde van den goodwill zullen verkleinen, zal met de zeer groote waarschijnlijkheid moeten worden rekening gehouden, dat de veilingomzet van door de N.V. tot heden zelf gekweekte relaties, met name wat betreft fruit en aardappelen, zal terugloopen. Wat groente betreft zal de omzet niet veel verminderen omdat de tuinders, die reeds verscheidene jaren via de N.V. hun producten verkoopen, en die grootendeels in de nabijheid van Amsterdam hun bedrijf uitoefenen, op dezelfde wijze zullen blijven inzenden. Aangenomen kan worden, dat de omzet van bloemen en planten voorshands geen groote vermindering zal ondergaan.

Daartegenover zal de omzet belangrijk toenemen als gevolg van omstandigheden, waarop de N.V. Nederlandsche Veiling geen invloed kan uitoefenen. Dit gedeelte der omzet zal van overwegende beteekenis worden. Voor een eventueele latere bepaling van goodwill zal het buiten beschouwing moeten blijven.

De N.V. Nederlandsche Veiling had over 1939 een omzet ter grootte van rond f 1.076.000,- te splitsen als volgt:
groente en fruit f 705.000,-
bloemen en planten " 371.000,-. In dit document adviseert een ambtenaar de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over de toekomst van de N.V. Nederlandsche Veiling. De kern van het betoog is dat een eventuele overname of nieuwe overeenkomst risico's met zich meebrengt voor de 'goodwill' (de marktwaarde/klantenkring) van het bedrijf.

De schrijver wijst op een aantal cruciale factoren:
1. Transport en Prijs: Door maximumprijzen en transportproblemen zouden leveranciers liever naar dichterbij gelegen veilingen gaan, ware het niet dat de centrale overheid ("Groente- en Fruitcentrale") dit verbiedt.
2. Contractuele verplichtingen: Er wordt geadviseerd om af te zien van de verplichting om het 'fust' (verpakkingsmateriaal/kisten) over te nemen, zoals vastgelegd in artikel 14 van het oude contract, om de financiële last voor de gemeente te beperken.
3. Waardedaling: De goodwill zal dalen door stijgende winstbelastingen en een verwachte daling in de aanvoer van fruit en aardappelen. Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde "crisisomstandigheden" verwijzen direct naar de oorlogseconomie. Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening strak gereguleerd via distributiesystemen en organen zoals de Groente- en Fruitcentrale (onderdeel van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening).

De discussie over de N.V. Nederlandsche Veiling past in de bredere context van de gemeente Amsterdam die grip probeerde te houden op de voedselstromen in een tijd van toenemende schaarste en bureaucratische controle door de bezetter. De cijfers over 1939 worden gebruikt als laatste 'normale' referentiepunt voor de oorlog uitbrak.

Samenvatting

In dit document adviseert een ambtenaar de Amsterdamse Wethouder voor de Levensmiddelen over de toekomst van de N.V. Nederlandsche Veiling. De kern van het betoog is dat een eventuele overname of nieuwe overeenkomst risico's met zich meebrengt voor de 'goodwill' (de marktwaarde/klantenkring) van het bedrijf.

De schrijver wijst op een aantal cruciale factoren:
1. Transport en Prijs: Door maximumprijzen en transportproblemen zouden leveranciers liever naar dichterbij gelegen veilingen gaan, ware het niet dat de centrale overheid ("Groente- en Fruitcentrale") dit verbiedt.
2. Contractuele verplichtingen: Er wordt geadviseerd om af te zien van de verplichting om het 'fust' (verpakkingsmateriaal/kisten) over te nemen, zoals vastgelegd in artikel 14 van het oude contract, om de financiële last voor de gemeente te beperken.
3. Waardedaling: De goodwill zal dalen door stijgende winstbelastingen en een verwachte daling in de aanvoer van fruit en aardappelen.

Historische Context

Het document dateert van juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De genoemde "crisisomstandigheden" verwijzen direct naar de oorlogseconomie. Tijdens de bezetting werd de voedselvoorziening strak gereguleerd via distributiesystemen en organen zoals de Groente- en Fruitcentrale (onderdeel van de Rijksdienst voor de Voedselvoorziening).

De discussie over de N.V. Nederlandsche Veiling past in de bredere context van de gemeente Amsterdam die grip probeerde te houden op de voedselstromen in een tijd van toenemende schaarste en bureaucratische controle door de bezetter. De cijfers over 1939 worden gebruikt als laatste 'normale' referentiepunt voor de oorlog uitbrak.

Kooplieden in dit dossier 10

Blei, meun, sneep en winde boven ½ kg en kroeskarper
Bot, andere dan Noordzeebot *0.15* [hs]
Edelkarper (levend) *0.45* [hs]
Grossiers en personeel f 642.-
A. Geboorte f. 9.600.-
P.H. Passchier " 4.160.-
Snoek en barbeel *0.12* [hs]
Voorn en kolblei beneden 20 cm en serpeling
M. Sicma *0.20* [hs]

Gerelateerde Documenten 6