Typoscript (Ambtelijk verslag/brief).
Origineel
Typoscript (Ambtelijk verslag/brief). 11 juni 1941. Bladz. 13
11 Juni x 41
37/547 59/H/1
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam.
b. Er moet worden overgegaan tot de instelling van een Raad van Toezicht, waarin in de eerste plaats vertegenwoordigers uit de groepen der tuinders (coöperatieve vereeniging) en andere inzenders van de veilingen zijn opgenomen; in de tweede plaats vertegenwoordigers van koopers (dat zijn dus in het onderhavige geval voornamelijk grossiers) onder voorzitterschap van den Directeur van het Marktwezen. De Gemeente zal de samenstelling van den Raad van Toezicht moeten bepalen. De Raad van Toezicht is een adviseerend College voor den Directeur van het Marktwezen. Het Reglement voor den Raad van Toezicht wordt van gemeentewege vastgesteld. Aan de vergaderingen van voornoemden Raad kan worden deelgenomen door een of meer vertegenwoordigers der N.V. Nederlandsche Veiling.
c. Eventueele wijziging statuten moet worden onderworpen aan goedkeuring Gemeente.
d. Met wijziging voor zoover noodig van artikel 12 van het bestaande contract zal de N.V. Nederlandsche Veiling zich moeten verplichten tot het geven van volledige inzage in de correspondentie en administratie en daarbij behoorende bescheiden aan de door de Gemeente aangewezen instanties, in het bijzonder aan den Directeur van het Marktwezen of door dezen aangewezen ambtenaren.
Bovendien zullen de volgende wijzigingen in het contract moeten worden aangebracht: in artikel 1 van de met de N.V. Nederlandsche Veiling gesloten overeenkomst wordt het monopolie geregeld, dat aan de N.V. is toegekend. Het karakter van de nieuw te sluiten overeenkomst brengt meer nog dan de oude de noodzakelijkheid van een monopolie met zich mede. Deze bepaling dient dus behouden te blijven. Ik zou hiervan echter willen uitsluiten den verkoop van geïmporteerde goederen. Deze verkoop vindt op andere wijze plaats, dan de verkoop van de overige artikelen; zij geschiedt namelijk bij opbod. Op het gebied van den import namen de importeurs tot nu toe min of meer een monopolistische positie in. Zij veilden gezamenlijk en wel volgens toerbeurt. Momenteel valt niet te zeggen, hoe de toestand na den oorlog zich op het gebied van den import van zuidvruchten zal ontwikkelen, met name of een monopolie zal blijven bestaan en zoo ja, in welken vorm. Ook vroeger echter traden in Rotterdam reeds concurreerende importfirma’s op. Bovendien heeft de N.V. Solbandera, een van de importfirma’s, zich eenige jaren geleden van de importcombinatie min of meer los gemaakt. Het was zelfs mogelijk, dat Solbandera een afzonderlijk contract sloot met de Gemeente Amsterdam (vide bijlage bij besluit van Burgemeester en Wethouders d.d. 31 December 1937 no. 823 L.M. 1937), zoodat een tijdlang de kans bestond, dat deze N.V., los van de anderen, haar zaken op Amsterdam zou richten. Hiervan is echter in de practijk niets terecht gekomen. Het schijnt thans, dat de N.V. Solbandera zich weder heeft verstaan met de overige leden van de combinatie, teneinde in de toekomst de zaken weder op den ouden voet voort te zetten. Ik meen, dat de mogelijkheid moet bestaan, dat de Gemeente te allen tijde met elke importfirma of combinatie een overeenkomst kan afsluiten betreffende Dit document betreft een ambtelijk voorstel tot wijziging van de verhouding tussen de Gemeente Amsterdam en de N.V. Nederlandsche Veiling. De kernpunten zijn:
1. Toezicht: De oprichting van een Raad van Toezicht met vertegenwoordiging van zowel producenten (tuinders) als afnemers (grossiers), onder voorzitterschap van de directeur van het Marktwezen.
2. Controle: De eis dat de N.V. Nederlandsche Veiling volledige inzage geeft in haar boekhouding en correspondentie aan de gemeente.
3. Monopoliepositie: Er wordt gediscussieerd over het behoud van het monopolie voor de veiling, maar er wordt voorgesteld om de import van goederen (zoals zuidvruchten) hiervan uit te sluiten.
4. Marktspelers: Er wordt specifiek melding gemaakt van de N.V. Solbandera, een importfirma die eerder probeerde onafhankelijk van de vaste importcombinatie met de gemeente te contracteren. Het document is gedateerd op 11 juni 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening was in deze periode een kritieke aangelegenheid die onder streng toezicht van zowel de Nederlandse autoriteiten als de bezetter stond.
De tekst reflecteert een periode van administratieve herstructurering. Opvallend is de zinsnede "hoe de toestand na den oorlog zich (...) zal ontwikkelen", wat aangeeft dat de opsteller, ondanks de bezetting, al bezig was met de economische inrichting van de naoorlogse periode. De discussie over monopolies en de rol van de gemeente in de marktordening was typerend voor de toenemende overheidsbemoeienis met de distributie van levensmiddelen in oorlogstijd. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" was in deze jaren een van de belangrijkste posities binnen het Amsterdamse college.