Archiefdocument
Origineel
11 juni 1941 Directeur van het Marktwezen Wethouder voor de Levensmiddelen (Gemeente Amsterdam) 59/41.
Bladzijde 14 van brief No.37/54/1 M. d.d. 11 Juni 1941 aan den
Heer Wethouder voor de Levensmiddelen van den Directeur van het
Marktwezen.
het houden van importeursveilingen op de Centrale Markt. Daartoe
zal artikel 3 van de onderhavige overeenkomst, dat in de prac-
tijk niet meer dan een gebaar is gebleken, vervallen en ver-
vangen worden door een nieuw artikel, dat de importveilingen van
de overeenkomst uitsluit, waarbij de Gemeente ten volle de vrij-
heid behoudt ten aanzien dezer veilingen bijzondere overeen-
komsten te treffen en voor de uitvoering daarvan van de bestaan-
de inrichtingen gebruik te maken. In het contract met de N.V.
Nederlandsche Veiling zijn ook bepalingen neergelegd, waarbij
de exploitatie van het koelhuis onder toezicht van de directie
van het Marktwezen wordt opgedragen aan de N.V. Nederlandsche
Veiling. Ik heb te dien aanzien overwogen of er wellicht aan-
leiding bestaat bij een wijziging van de verhouding tusschen
Gemeente en veiling, de exploitatie van het koelhuis direct van
gemeentewege te doen geschieden. Op grond van de ervaring in
de afgeloopen jaren opgedaan meen ik, dat het voorkeur verdient
de bestaande wijze van werken te handhaven; de commercieele
exploitatie van het koelhuis eischt een zekere vrijheid van be-
weging, welke langs dezen weg het beste tot haar recht komt,
terwijl anderzijds de Gemeente haar vollen invloed op den gang
van zaken kan blijven uitoefenen.
III. FINANCIEELE BESCHOUWINGEN.
De financieele regeling, neergelegd in het bestaande
contract met de N.V. Nederlandsche Veiling kan in principe de-
zelfde blijven. Momenteel bestaat zij uit een vast bedrag
(ƒ 12.000,- per jaar), benevens een percentage van den omzet,
wanneer deze de ƒ 750.000,- per jaar te boven gaat. Er is alle
aanleiding om dit vaste bedrag of het percentage dan wel beide
in voor de Gemeente gunstiger zin te herzien. Er bestaat evenwel
geen bezwaar tegen, dat ook andere voorstellen terzake worden
bezien mits ze voor de Gemeente dezelfde strekking hebben.
Ik heb hierover (op bladzijde 8) reeds opgemerkt, dat de
veilinginstallatie op de Centrale Markt tegen een lagen prijs is
verpacht. Het is niet doenlijk voor de verschillende objecten op
de Centrale Markt een afzonderlijken kostprijs te berekenen,
omdat ze niet voldoende te scheiden zijn en omdat een goede
maatstaf voor de verdeeling van het aandeel in de algemeene
kosten over de verschillende, tegen vergoeding in gebruik gege-
ven objecten ontbreekt. Wel is het tot op zekere hoogte moge-
lijk eenig inzicht te krijgen in de verhouding tusschen de zoo
goed mogelijk berekende bouwkosten der verschillende onderdee-
len der Centrale Markt op zichzelf en de opbrengsten daarvan aan
huur of pacht, voor zoover die onderdeelen kunnen worden ver-
huurd of verpacht. Een dergelijke globale berekening toont aan,
dat de pacht van de veiling over het jaar 1940 (in dit jaar be-
reikte de veiling den grootsten omzet sedert haar vestiging op de
Centrale Markt) ad ƒ 19.163,- nog niet 6% uitmaakt van de zoo
goed mogelijk berekende kosten van bouw en installatie van vei-
lingruimten.
/omzet Behalve dat er dus aanleiding is om de pachtsom te ver-
hoogen bestaat ook de mogelijkheid daartoe. Bij een stijgenden /
van de veiling, zullen namelijk de exploitatiekosten voor die
veiling relatief dalen. Daardoor is de mogelijkheid aanwezig om
de pachtcondities van de veiling in overeenstemming te brengen
met den omvang van de installaties enz. die de Gemeente aan de
veiling heeft ter beschikking gesteld.
--- In deze brief adviseert de Directeur van het Marktwezen de Wethouder over de herziening van de contractuele relatie met de N.V. Nederlandsche Veiling. De kernpunten zijn:
- Exploitatie Koelhuis: Ondanks de overweging om het koelhuis onder direct gemeentelijk beheer te brengen, wordt geadviseerd dit bij de N.V. te laten. De noodzaak van commerciële vrijheid weegt zwaarder, mits de gemeente toezicht houdt.
- Financiële Regeling: De huidige pacht (ƒ 12.000,- per jaar plus een percentage boven een bepaalde omzet) wordt als te laag beschouwd.
- Rentabiliteit: Uit berekeningen blijkt dat de pachtopbrengst over 1940 (ƒ 19.163,-) nog geen 6% bedraagt van de geschatte stichtingskosten van de veilingruimten.
- Verhoging Pacht: Gezien de stijgende omzetten van de veiling (waardoor relatieve exploitatiekosten dalen), is er volgens de directeur zowel reden als ruimte om de pachtvoorwaarden ten gunste van de gemeente aan te passen.
--- Het document is gedateerd op 11 juni 1941, ruim een jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De voedselvoorziening en distributie waren in deze periode van vitaal strategisch belang. De "Centrale Markt" verwijst naar de Amsterdamse Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat.
In deze periode stond de gemeentelijke administratie onder grote druk om de financiën en de efficiëntie van de voedselketen te optimaliseren. Het "Marktwezen" was de instantie verantwoordelijk voor het beheer van de markten en de distributie-infrastructuur. Dat de veiling in 1940 een recordomzet draaide, is tekenend voor de veranderende marktdynamiek en de centralisatie van de voedselhandel onder oorlogscondities. De term "Wethouder voor de Levensmiddelen" duidt op een specifieke crisisfunctie binnen het college die zich bezighield met de schaarste en distributie van voedsel.