Handgeschreven conceptnotitie of berekening.
Origineel
Handgeschreven conceptnotitie of berekening. [Bovenaan de pagina:]
Voor wat het marktgeld betreft zou ik het bedrag der kwijtschelding willen stellen op
~~7 26 x 90 : 12 / 30~~ $\frac{236}{360} \times f 90.- = f 59.-$
~~2/3 gedeelte~~
[Middelste gedeelte, met een groot kruis doorgehaald:]
~~Wat het entreegeld betreft~~
~~deel ik u mede, dat~~
~~op f 6.- voor een tuinderskaart~~
~~f 1.- voor een personeelskaart.~~
~~Indien een tuinder per maand~~
~~toegang tot de C.M. was verleend,~~
~~had hij moeten betalen: 4 x f 1.-~~
~~voor zichzelf en 4 x f 0,25 voor~~
~~zijn personeel; derhalve kan resti-~~
~~tutie worden verleend voor een~~
~~tuinder tot een bedrag van f 6.-~~
~~(f 10.- - f 4.-) en voor het personeel~~
~~f 1.- (f 2.- - f 1.-)~~
[Onderaan de pagina:]
De restitutie van betaald entreegeld ware te stellen op:
voor tuinderskaarten
(patroons) $\frac{236}{360} \times 10.- = f 6,55$
voor personeelskaarten $\frac{236}{360} \times 2.- = f 1,31$ Het document is een administratieve kladnotitie waarin een ambtenaar of beheerder probeert te bepalen hoeveel geld er teruggegeven (gerestitueerd) moet worden aan tuinders die gebruikmaken van de Centrale Markthallen.
- Marktgeld: Er wordt voorgesteld om voor het marktgeld een bedrag van $f 59,-$ kwijt te schelden. Dit is gebaseerd op een pro-rata berekening: 236 dagen van een administratief jaar van 360 dagen ($\frac{236}{360}$ van $f 90,-$).
- Entreegeld (verworpen methode): In het doorgekruiste gedeelte probeert de schrijver de restitutie te berekenen door de werkelijke kosten van losse maandtoegang af te trekken van de jaarkaartprijs ($f 10 - f 4 = f 6$).
- Entreegeld (gekozen methode): De schrijver stapt uiteindelijk af van de aftreksom en kiest voor dezelfde pro-rata breuk ($\frac{236}{360}$) als bij het marktgeld. Dit resulteert in een restitutie van $f 6,55$ voor de tuinders zelf (patroons) en $f 1,31$ voor hun personeel. De afkorting C.M. verwijst zeer waarschijnlijk naar de Centrale Markthallen (bijv. in Amsterdam). De termen "tuinders", "patroons" en "personeelskaarten" wijzen op een tijdperk waarin de aanvoer van groenten en fruit nog grotendeels via individuele tuinders en kleinschalige ondernemers verliep.
De specifieke breuk $\frac{236}{360}$ suggereert dat de markt gedurende een specifiek deel van het jaar (ongeveer 8 maanden) gesloten was of dat de vergoeding over die specifieke periode werd berekend. Dit zou kunnen wijzen op een bijzondere omstandigheid, zoals een periode tijdens of vlak na de Tweede Wereldoorlog, of een grootschalige verbouwing waarbij de marktgelden naar rato moesten worden terugbetaald.