Ambtelijk schrijven / intern voorstel.
Origineel
Ambtelijk schrijven / intern voorstel. 18 september 1941 (gebaseerd op de aantekening rechtsboven). (Linksboven:)
Innen plaatsgeld
Tuinders
(Rechtsboven, in blauw schrift:)
Voorstel af Weth. om
alle huurders die hun veiling
bij het. Veiling- en verkoop-plaats
hielden op de wettelijke resp.
kwijtschelding (grond-belasting)
van 2/3 van plaatsgeld en
entreegeld.
18-9-’41
Wz
(Hoofdtekst:)
Wegens het innemen van een tuindersplaats voor het kalenderjaar 1941 zijn de tuinders in de administratie belast voor f 90.-. Het entreegeld werd door de tuinders bij den aanvang van het jaar betaald (f 10.- voor patroons en f 2.- per lid van het personeel).
Met ingang van 1 mei zijn de tuinders verplicht gaan veilen.
G.a.b. zal bij den Wethouder een voorstel moeten worden ingediend om aan de tuinders kwijtschelding resp. restitutie te verleenen van het plaatsgeld en entreegeld over de maanden waarin zij hun plaats niet hebben mogen bezetten.
In afwachting van dit besluit moet in verband met de inning reeds thans worden bepaald welk bedrag de tuinders over 1941 wegens plaatsgeld verschuldigd zijn.
M.i. is dit bedrag te stellen op 1/3 van f 90.- is f 30.-. Ik stel dus voor van de tuinders voor 1941 niet meer voor plaatsgeld te innen dan f 30.-.
Op de inningsstaat zal dus elke tuinder met een schuld van f 60.- mogen voorkomen. Wanneer het besluit voor kwijtschelding genomen is, kan deze schuld worden afgeboekt.
--- Het document is een ambtelijk voorstel betreffende de financiële afhandeling van standplaatsen voor tuinders. De kern van de zaak is als volgt:
- Oorspronkelijke situatie: Tuinders waren voor het jaar 1941 een bedrag van 90 gulden verschuldigd voor hun vaste standplaats, plus een eenmalig entreegeld.
- Verandering: Vanaf 1 mei 1941 werd het voor tuinders verplicht om hun producten via de veiling te verkopen. Hierdoor konden zij hun reguliere standplaatsen niet meer gebruiken.
- Voorstel: De schrijver stelt voor om de tuinders slechts te belasten voor de eerste vier maanden van het jaar (januari t/m april), wat neerkomt op 1/3 van het jaarbedrag (30 gulden). Voor de overige 60 gulden (2/3) moet kwijtschelding of restitutie worden verleend.
- Administratieve oplossing: Om de inning niet te vertragen, stelt men voor om de tuinders voorlopig voor 30 gulden aan te slaan, terwijl de resterende 60 gulden als 'openstaande schuld' op de lijsten blijft staan totdat de officiële kwijtschelding door de wethouder is goedgekeurd.
--- Dit document stamt uit september 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode werd de voedselvoorziening en distributie steeds strakker gereguleerd door de overheid (de zogenaamde distributiepolitiek).
De verplichting voor tuinders om via centrale veilingen te verkopen in plaats van via directe verkoop op markten of standplaatsen, was een maatregel om controle te krijgen op de voedselstromen en prijzen. Dit document toont de lokale bureaucratische afhandeling van deze ingrijpende verandering: omdat de overheid de tuinders hun handelswijze ontzegde, was het moreel en juridisch noodzakelijk om de reeds geheven standplaatsgelden deels terug te draaien. De term "G.a.b." verwijst waarschijnlijk naar een gemeentelijke afdeling (bijv. Gemeentelijk Administratie Bureau).