Archiefdocument
Origineel
[Handgeschreven aantekening bovenaan:]
Verzonden 11/12-’41.
M A R K T W E Z E N A M S T E R D A M
No. 59/11/4 M.1941. Amsterdam, December 1941.
Aan den Heer
====================
De Burgemeester van Amsterdam heeft in het feit, dat tuinders sedert 5 Mei jl. tengevolge van de desbetreffende Regeeringsmaatregelen verplicht zijn hun producten aan te voeren op de op de Centrale Markt gevestigde veiling en van dien datum af dus geen gebruik hebben mogen maken van hun plaats op de Centrale Markt, aanleiding gevonden om de daarvoor in aanmerking komende tuinders over het kalenderjaar 1941 kwijtschelding van een gedeelte van het door hen verschuldigde plaatsgeld en restitutie van een gedeelte van het door hen betaalde entrée-geld te verleenen. De kwijtschelding van het plaatsgeld is bepaald op f 59,- per plaats; de restitutie van het entrée-geld op f 6,55 per entrée-kaart voor patroons en f 1,31 per entrée-kaart voor personeel.
Het totaal-bedrag van de aan U verleende kwijtschelding/en restitutie bedraagt f ...........
Door U moest nog betaald worden wegens plaatsgeld " ...........
-----------
Het aan U toekomende bedrag is derhalve: f
===========
Aan het Gemeentelijke Girokantoor zal opdracht worden gegeven om het laatstgenoemde bedrag op Uw rekening bij dit kantoor of bij de Postcheque- en Girodienst te doen overschrijven of op andere wijze onder aftrek van eventueele kosten aan U over te maken.
De Directeur,
--- Deze brief is een formele kennisgeving van de dienst Marktwezen Amsterdam aan een (niet nader genoemde) tuinder. De kern van de brief is een financiële afwikkeling over het jaar 1941.
Belangrijke elementen:
* Oorzaak: Door nieuwe regeringsmaatregelen (ingegaan op 5 mei 1941) mochten tuinders niet meer rechtstreeks op hun vaste plekken op de Centrale Markt verkopen. Zij werden verplicht hun waar via de veiling aan te bieden.
* Compensatie: Omdat de tuinders hun gehuurde plaatsen niet konden gebruiken, besloot de Burgemeester tot een gedeeltelijke kwijtschelding van het 'plaatsgeld' en een gedeeltelijke teruggaaf ('restitutie') van de betaalde entreegelden voor zowel de eigenaar (patroon) als het personeel.
* Bedragen: De kwijtschelding bedroeg 59 gulden per plaats. De restitutie voor entreekaarten bedroeg f 6,55 voor patroons en f 1,31 voor personeel.
* Proces: De verrekening vond plaats door het bedrag minus eventuele nog openstaande schulden over te maken via het Gemeentelijke Girokantoor.
--- Het document dateert uit december 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "Regeeringsmaatregelen" verwijzen naar de toenemende centrale sturing van de voedselvoorziening door de bezetter en de Nederlandse autoriteiten onder toezicht.
Historische context:
1. Gecentraliseerde Distributie: Om controle te houden over de voedselvoorraden en zwarte handel tegen te gaan, werd de vrije handel aan banden gelegd. Tuinders mochten niet meer vrij verkopen, maar moesten hun producten naar centrale veilingen brengen.
2. Bestuur van Amsterdam: In 1941 was Edward Voûte door de Duitse bezetter aangesteld als regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Besluiten over marktgelden vielen onder zijn bevoegdheid.
3. Economische impact: Voor tuinders betekende dit een grote verandering in hun bedrijfsvoering. De verplichte veilinggang verbrak het directe contact met afnemers. Deze brief toont aan dat de gemeente Amsterdam probeerde de financiële pijn van deze gedwongen verandering te verzachten door vaste kosten die niet langer 'geconsumeerd' konden worden (zoals marktstaanplaatsen), deels te vergoeden. Gemeente Amsterdam Marktwezen