Archiefdocument
Origineel
31 december 1940. Vermoedelijk de directeur van de Centrale Markt (ondertekend door M. Müller). [Rechtsboven handgeschreven:] M. Müller
[Rechtsboven getypt:] D/G.
[Linksboven getypt:] 65/1/1 M [Handgeschreven:] 1941
[Rechts getypt:] 31 December 1940.
Pakhuiscontracten van den aardappelhandel.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Hiermede heb ik de eer U te berichten, dat het bestuur van den gecombineerden aardappelhandel (de plaatselyke afdeeling van de V.B.N.A.) my heeft medegedeeld, dat de aardappelgrossiers bereid zyn, de huurcontracten voor de aardappelkantoren op de pieren M, N en O op de Centrale Markt, weder voor het jaar 1941 af te sluiten. Zy verzoeken echter de met een zevental grossiers op pier P gesloten huurcontracten, welke op 30 September 1941 expireeren, met ingang van 1 Januari 1941 te ontbinden; de V.B.N.A. is bereid met ingang van dezen datum een contract voor den opslag van aardappelen, ad ƒ 10,- per week, voor de betreffende afdeelingen te teekenen. Zy deelde voorts mede, dat een zestal grossiers, die in 1940 een jaarplaats ad ƒ 300,- per jaar hadden bezet, deze plaatsen met ingang van 1 Januari 1941 niet meer zouden innemen.
De huidige situatie is een gevolg van de Regeeringsmaatregelen, welke beoogen, de aardappelvoorziening van Amsterdam veilig te stellen. De gecombineerde aardappelhandel regelt den verkoop thans vanuit een centraal punt (zooals U bekend is, wordt hiervoor het bankkantoor in het entreegebouw gebruikt) en heeft derhalve geen behoefte aan afzonderlyke kantoorruimte. Voorts heeft men voor den winteropslag groote pakhuizen in de stad moeten huren. De afgifte van aardappelen gaat thans, als gevolg van een en ander, voor een vry belangryk gedeelte buiten de Centrale Markt om; aan een en ander zyn uiteraard belangryke kosten voor den handel verbonden. Voorts wys ik U nog op myn brieven van 30 Januari en 23 Februari 1940 no.65/1/2 M en 65/1/4 M en den brief van Burgemeester en Wethouders aan de Amsterdamsche Vereeniging van Groothandelaren in Aardappelen d.d. 3 April 1940 no. 155 L.M.1940, waarin om soortgelyke redenen als hierboven zyn aangegeven, gedurende 5 maanden een gedeeltelyke kwytschelding van pakhuishuur aan een aantal aardappelgrossiers werd verleend.
Indien tot bovenbedoelde ontbinding wordt besloten beteekent dit voor de Centrale Markt een derving van in-
[Tekst loopt door op volgende pagina] * Kernboodschap: De brief informeert de wethouder over een verzoek van de aardappelgrossiers (verenigd in de V.B.N.A.) om bestaande huurcontracten op de Centrale Markt te herzien. Men wil contracten op pier P voortijdig ontbinden en ruilen voor een algemeen opslagcontract, terwijl andere grossiers hun jaarplaatsen opzeggen.
* Argumentatie: De handelaren voeren aan dat door nieuwe overheidsregels de verkoop gecentraliseerd is, waardoor individuele kantoren overbodig zijn geworden. Bovendien moeten zij elders in de stad dure opslagruimte huren omdat een groot deel van de distributie nu buiten de Centrale Markt om gaat.
* Financiële impact: De schrijver hint op een inkomstenderving voor de Centrale Markt als gevolg van deze wijzigingen (het document breekt af bij het woord "in-", waarschijnlijk "inkomsten").
* Juridische/Bestuurlijke context: Er wordt verwezen naar eerdere correspondentie uit 1940 waarin al coulance (kwijtschelding van huur) werd betoond aan de sector, wat dient als precedent voor het huidige verzoek. Dit document stamt uit de vroege periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De "Regeeringsmaatregelen" waarover gesproken wordt, hebben betrekking op de distributiestamkaart en de strikte controle op de voedselvoorziening die door de bezetter en de Nederlandse bureaucratie werd ingevoerd om schaarste te beheersen en de 'volksvoeding' te garanderen.
De Centrale Markt in Amsterdam (het huidige Food Center Amsterdam aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedseldistributie in de stad. De centralisatie van de aardappelhandel was een directe methode om de stroom van dit basisvoedsel nauwgezet te monitoren. Voor de handelaren betekende dit een verlies van autonomie en extra kosten, wat in deze brief wordt vertaald naar een verzoek om huurverlichting. De V.B.N.A. (Vereniging van Belanghebbenden bij de Nederlandse Aardappelhandel) speelde hierin een bemiddelende rol tussen de individuele ondernemers en het stadsbestuur.