Archiefdocument
Origineel
Vermelde datum van ingang is 1 januari 1941. "De Directeur" (waarschijnlijk van een gemeentelijk havenbedrijf). Burgemeester en Wethouders (B&W). -2-
komsten, welke ik raam op:
mindere opbrengst:
7 pakhuizafdee lingen op pier P à ƒ 800,- p.j. = ƒ 5600,-
6 jaarplaatsen à ƒ 300,- per jaar = ƒ 1800,-
ƒ 7400,-
meer opbrengst:
7 pakhuisafdeelingen op pier P à ƒ 10,- p.w.= ƒ 3640,- p.j.
Totaal mindere opbrengst: ƒ 3760,-
========
Ik geef U beleefd in overweging een besluit van Burge-
meester en Wethouders uit te lokken, waarbij de met:
C.Vos pakhuisafdeeling P 1
J.Wiggemansen pakhuisafdeeling P 2
W.Dekker pakhuisafdeeling P 3
A.Troost Azn. pakhuisafdeeling P 4
N.Greidanus pakhuisafdeeling P 5
D.Hendrikse pakhuisafdeeling P 6
G.J.G.Koekenbier pakhuisafdeeling P 7
gesloten huurovereenkomsten met ingang van 1 Januari 1941
worden ontbonden.
De Directeur, Het document is een zakelijke onderbouwing voor het beëindigen van huurcontracten in een havengebied. De directeur presenteert een rekensom waarbij de huidige jaarlijkse inkomsten (f 7.400,-) worden afgezet tegen een nieuwe situatie die aanzienlijk minder oplevert (f 3.640,-), resulterend in een exploitatietekort van f 3.760,- vergeleken met de oude situatie.
Opvallend is dat de directeur desondanks adviseert om de contracten van zeven specifieke huurders (Vos, Wiggemansen, Dekker, Troost Azn., Greidanus, Hendrikse en Koekenbier) per 1 januari 1941 te ontbinden. De overgang van een jaartarief naar een weektarief (p.w. = per week) suggereert een verschuiving naar een meer flexibele of kortstondige verhuurvorm, of mogelijk een vordering van de ruimte waarbij de resterende commerciële waarde lager ligt. De datum januari 1941 is cruciaal voor de interpretatie. Nederland was op dat moment bezet door nazi-Duitsland. In grote havensteden zoals Rotterdam of Amsterdam werden pier- en pakhuiscapaciteiten vaak gevorderd door de Duitse bezetter (de Wehrmacht of de Kriegsmarine) voor militaire logistiek.
Het feit dat de gemeente bereid is een aanzienlijk verlies in inkomsten ("mindere opbrengst") te accepteren en de contracten van gevestigde huurders opzegt, wijst op externe druk of een dwingende noodzaak die buiten de normale bedrijfsvoering valt. De ambtelijke formulering "een besluit... uit te lokken" duidt op de formele weg die bewandeld moet worden om deze ingrijpende maatregel juridisch te effectueren.